De terrorismewetgeving is er ook voor rechts-extremisten

Beeld ANP

Justitie ziet een man die genoeg munitie en explosieven had voor een ‘kleine oorlog’ als terreurverdachte.

Het was vooral grootspraak en een hoop ‘blabla’ toen hij sprak over ­geweld tegen moslims en het beschermen van de Nederlandse bevolking ­tegen ‘gespuis’. Want eigenlijk is hij een ‘best positief ingestelde jongen’, zei Vincent T. (44) gisteren tegen de rechtbank.

Het Openbaar Ministerie denkt daar heel anders over. De man uit Doornenburg bereidde zich voor op een aanslag met een terroristisch motief en moet, als het aan de officier van justitie ligt, daarvoor veertig maanden de cel in.

De zaak-T. is om verschillende ­redenen opvallend. Sinds in de nadagen van de aanslagen op 11 september 2001 de terrorismewetgeving in ­Nederland werd aangescherpt, is die vooral ingezet om jihadistische extremisten te vervolgen. De zaken tegen rechts-extremisten die verdacht worden van terrorisme, zijn op de vingers van één hand te tellen.

Dat betekent niet dat er geen aandacht naar de groep uitgaat. Onlangs waarschuwde de veiligheidsdienst AIVD nog in een rapport voor een groeiende groep mensen die, vaak in als eenlingen of in kleine groepjes, ­bereid zijn geweld te gebruiken vanuit rechts-extremistisch gedachtengoed. De beoogde doelwitten zijn veelal moslims of linkse kopstukken.

T. past volgens het OM in dat beeld. Het onderzoek naar hem begon ­eerder dit jaar met een bericht van de AIVD aan justitie: T. is oprichter van de rechts-extremistische facebookgroep ‘Anti Terreur Brigade’ (ATB) en heeft mogelijk de beschikking over explosieven. In het onderzoek dat volgde, werden bij hem thuis een ­recept voor een explosief, twee alarmpistolen en dik 1700 kogels gevonden. “Genoeg om een kleine oorlog mee te beginnen”, aldus de officier van ­justitie.

Uit chatgesprekken blijkt dat T. op zoek was naar een pistool om de ­munitie mee af te vuren. Daarvoor schreef hij volgens justitie zelfs een brief naar de Russische president Poetin, waarin hij om steun vraagt. “Onze regering steunt moslims, terwijl wij, het volk, ze het land uit willen”, luidde één van de zinnen.

Fantasieën

De in zwart geklede T. ontkent er iets mee te maken te hebben. Volgens hem wordt alles in het dossier zwaar overtrokken. Zijn advocaat voegde daaraan toe dat er helemaal niets is ­gevonden dat erop duidt dat er daadwerkelijk voorbereidingen voor een aanslag zijn getroffen. “Er was geen plan, er was geen doelwit gekozen, er was niet eens een wapen om de ­munitie mee af te schieten.” T. uitte gewoon zijn fantasieën, zoals zoveel mensen online maar iets roepen, ­aldus de ­advocaat.

Het OM wil met de zaak tegen ­Vincent T. een voorbeeld stellen. “Je mag in ­Nederland alles denken wat je wilt, je mag ook veel zeggen. Maar er is één duidelijke rode lijn en dat is geweld gebruiken of het dreigen met ­geweld”, zei de officier van ­justitie.

De terrorismewetgeving is er juist voor bedoeld om al bij de voorbereidingshandelingen te kunnen ingrijpen, en niet te hoeven wachten tot ­iemand tot een daad overgaat. T. was dat punt ver voorbij, aldus het OM. De rechtbank doet 7 december uitspraak.

Lees ook:

Minister van Justitie belooft stevige aanpak van haatzaaiende imam

Minister Grapperhaus walgt van de uitlatingen van imam Jneid. Maar overtreding van de wet ziet hij er niet in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden