De Tempelberg / Ali en Avraham zijn het enige teken van hoop

Hoe is het toch mogelijk dat de heiligste plaats op aarde is verworden tot een bloedovergoten slagveld van geloof? In Willy Lindwers documentaire 'De Tempelberg is van Mij' geven gelovigen, wetenschappers en religieuze leiders, veelal geëmotioneerd, hun -meest onverenigbare- analyses, standpunten en oplossingen. De kier van hoop is smal, zeer smal.

Twee hoofdpersonen uit 'De Tempelberg is van Mij', de Palestijn Ali Qleibo, islamitisch filosoof en kunstenaar, en de Israëlische binnenhuisarchitect Avraham Havilio, zijn aanwezig bij de perspresentatie van de documentaire in het Amsterdamse Bijbels Museum. Zij tweeën zijn eigenlijk het enige teken van hoop in de film, concludeert gespreksleider Jacobine Geel. Wie Willy Lindwers schokkende document heeft gezien, moet haar gelijk geven.

De Joods-Palestijnse strijd om het land Israël, om Jeruzalem als hoofdstad en om de Tempelberg als het omstreden heilige middelpunt daarvan, is sinds de tweede intifada (Palestijnse opstand) echter weer zo hoog opgelaaid dat zelfs de goede verstandhouding tussen deze twee gematigde, weldenkende mensen zwaar op de proef wordt gesteld. Hun vaders waren vrienden, in hun voetsporen zijn zíj vrienden, maar 'de herinnering stopt bij ons', zeggen ze in de documentaire.

Volgens Qliebo is de strijd om de Tempelberg het probleem van bezetter en bezette. ,,Het gaat om de soevereiniteit: wie is de eigenaar van de berg? In wezen is het een politiek conflict dat met religieuze argumenten wordt uitgevochten. De documentaire laat ook mooi zien dat het Sjaron, Barak en Arafat zijn die aan de touwtjes trekken.''

Maar Havilio, net als Qleibo geboren en getogen in Jeruzalem, heeft moeite met diens analyse van de bezetter versus de bezette. ,,Hoe kan ik een bezetter zijn van een stad waar ik al woonde vóór 1948?'' (het jaar waarin de staat Israël werd gesticht - red.). Hij ziet een simpele oplossing: ,,De Tempelberg, inclusief de moskeeën, zou moeten worden opengesteld voor iedereen, met respect voor het feit dat het een moslimheiligdom is.''

In Amsterdam licht Qleibo zijn standpunt toe. ,,Een paar dagen geleden is de sinaasappelboomgaard van mijn familie in Gaza verwoest. Op een neef en mijn moeder na ben ik mijn hele familie kwijt. Die boomgaard die er altijd was, van generatie op generatie, is weg. We kwamen naar Nederland met twee aparte vliegtuigen. Avraham heeft niet hoeven zien hoe ik als Arabier word vernederd op Ben Goerion, de luchthaven van Tel Aviv. Wij blijven vrienden, maar ik kan mijn ogen niet sluiten voor wat er met mijn volk gebeurt. Avraham is een stille getuige, maar wat kan hij doen?''

Qleibo is niet de enige in de documentaire die de strijd om de Tempelberg ziet als een politiek conflict, een strijd om de soevereiniteit. Ook de franciscaan Frederic Manns (Franciscaanse Bijbelschool Jeruzalem), denkt er zo over, met de aantekening dat zijn gram zich eenzijdig tegen de moslims richt. ,,De moslims moeten vijf keer per dag bidden. Maar ze schrééuwen. Zelfs om vier uur 's morgens maken ze ons wakker. Waarom schreeuwen ze zo? Dat heeft een politieke betekenis: 'wij zijn de baas over de stad en niemand anders hoort hier thuis'. Zij beweren dat het land aan hen toebehoort, maar Abraham heeft meerdere zonen: Isaük en Ismaël. Er is één land, er zijn twee volken en drie godsdiensten. Alle zonen van Abraham moeten hetzelfde land met elkaar delen.''

De vrouw van sjeik Najeh Bkerat, de imam van de Al Aksamoskee op de Tempelberg, hanteert eveneens soevereiniteitsargumenten, maar dan eenzijdig gericht tegen de Joden. ,,De huidige strijd is ontstaan omdat de Joden, die hier als vluchtelingen kwamen, zonder enig recht de Al Aksa en de Palestijnse gebieden hebben bezet. Ze zijn op de stoel van de eigenaars van dit land gaan zitten. Dit land is van ons, van de Palestijnen, al duizenden jaren.''

De Joden daarentegen zien zichzelf als de houders van de oudste rechten. Rabbijn Mordechai Elon (Talmoedschool van de Westelijke Muur): ,,Duizend jaar voordat christendom en islam ontstonden, hebben de koningen Salomo en David hier al een tempel gebouwd.'' Wijzend op de Klaagmuur: ,,Deze stenen staan voor vader op zoon, vader op zoon. Niemand kan dat van ons afnemen.'' Ter bevestiging van het joodse eigendomsrecht, ontleend aan de Bijbel, voegt de archeoloog Samuël daar nog de toenmalige kooptransactie aan toe: ,,David kocht de dorsvloer op de Tempelberg van Arauna de Jebusiet, de laatste pre-Israëlitische heerser over Jeruzalem. Daar bouwde hij een altaar en zijn zoon Salomo bouwde daar de Eerste Tempel.''

Van het Eerste en Tweede Tempel-verhaal zijn de moslims in de documentaire bepaald niet onder de indruk. Een islamitische archeoloog: ,,Zeshonderd jaar na de verwoesting van de Tweede Tempel (70 na Chr.) was hier alleen puin. Er is geen enkel historisch of archeologisch bewijs dat hier ooit een tempel heeft gestaan.'' Maar net zomin is er enig historisch of archeologisch bewijs te vinden anders dan in de Koran, dat de profeet Mohammed vanaf de Tempelberg een hemelreis heeft gemaakt op al-Boerak, zijn paard met vleugels en vrouwenhoofd. ,,Daarom moeten we voorzichtig zijn met een historische benadering,'' zegt Ali Qleibo in de documentaire, ,,en met de onderlinge vergelijking van islam, jodendom en christendom. De islamitische Abraham is niet dezelfde als de Abraham van de Joden en die van de christenen. ''

Die voorzichtigheid is niet besteed aan veel gewone gelovigen en evenmin aan de religieuze leiders die in Lindwers documentaire aan het woord komen. Zij ontlenen hun eigendomsrechten op de Tempelberg aan hun geloofsovertuiging, gebaseerd op de verhalen in Bijbel en Koran die zij beschouwen als historisch juiste en betrouwbare documenten. Zo ontrolt zich in de tweemaal drie kwartier durende film een fanatieke strijd die, of de onderliggende motieven nu politiek van aard zijn, religieus of beide, inzoemt op dat ene steeds terugkerende onheilspellende adagium: 'De Tempelberg is van Mij'.

Op historische beelden zien we de Britse mandaatvlag in 1948 op de Tempelberg gestreken worden en de Israëlische gehesen, na de Zesdaagse Oorlog in 1967. Na 2000 jaar hebben de Israëliërs dan voor het eerst weer zeggenschap over heel Jeruzalem en de heilige plaatsen, totdat kort daarna minister van defensie Mosje Dajan het beheer over de Tempelberg teruggeeft aan de Waqf, de islamititische autoriteit van de Tempelberg - volgens zionisten en orthodoxe Joden een historische blunder.

We zien tevens meermalen beelden van het omstreden bezoek van Sjaron aan de Tempelberg, in september 2000, dat het begin inluidde van de tweede intifada. Ook hier drijft de verwevenheid van religie en politiek in het Midden-Oostenconflict boven, al was Sjarons actie om heilige moslimgrond te betreden volgens de toenmalige premier Barak louter bedoeld voor gebruik in de interne Israëlische politiek en niet als provocatie aan het adres van de Palestijnen. ,,Het was een politieke demonstratie tegen mij. Sjaron wilde aan het joodse volk het verschil laten zien tussen hem, de man die de Tempelberg is toegewijd, en mij, Ehoed Barak, die bereid is tot te veel compromissen.''

Een gezegde, in de film tot tweemaal toe geciteerd door de onlangs teruggetreden Israëlische opperrabbijn Meir Lau, blijft na het zien van Lindwers documentaire nog lang hangen: ,,Wie heerst over de Heilige Berg, heerst over Jeruzalem en wie over Jeruzalem heerst, heerst over het Heilige Land.''

NCRV Dokument 'De Tempelberg is van Mij', vanavond en 21 april, 23u, Ned.1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden