De tas die niet mag

Het jongetje met de Vuitton-tas is een detail uit het grotere schilderij 'Darfurnica' Beeld
Het jongetje met de Vuitton-tas is een detail uit het grotere schilderij 'Darfurnica'

Modefabrikant Louis Vuitton klaagt de Deense kunstenares Nadia Plesner aan. Waar ligt de grens van de artistieke vrijheid?

Het schilderij 'Darfurnica', waarin symbolen van westerse welvaart vermengd zijn met Afrikaanse beelden, vindt modefabrikant Louis Vuitton nog tot daaraantoe. Maar de maakster van het schilderij, de Deense Nadia Plesner, gebruikt een centrale figuur uit het schilderij ook geïsoleerd, als losstaand beeld; het betreft een mager jongetje dat een Louis Vuitton-tas draagt, of iets wat daar sterk op lijkt. Op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag mag Plesner dat beeld niet meer gebruiken.

De rechtbank in Den Haag bepaalt binnenkort of deze claim terecht is. Dient de vrijheid van een kunstenaar onbeperkt te zijn?

Sabine Roeser, bijzonder hoogleraar politieke filosofie en ethiek van technologie aan de Universiteit Twente: "Hoe ver die vrijheid strekt moet, zoals altijd in dit soort zaken, uit de context blijken. Wat zijn de intenties van degene die het beschermde intellectuele eigendom schendt? Als iemand Louis Vuitton-tassen gaat namaken en voor de helft van de prijs verkoopt, is dat illegaal. Ook als hij daar het label kunst opplakt. Kunst mag nooit een excuus zijn.

"Maar als iemand aandacht vraagt voor een bepaalde misstand in de wereld door in een schilderij te verwijzen naar een product van Louis Vuitton, is dat een heel ander verhaal. Wat Nadia Plesner aanklaagt, is het feit dat mensen met zulke exclusieve tassen meer media-aandacht krijgen dan mensen die niet eens voldoende te eten hebben."

Ger Groot, bijzonder hoogleraar filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen: "Het lijkt heel logisch om het handelen van mensen te beoordelen naar de intentie die daar achter steekt. De filosoof Immanuel Kant heeft dat aan het eind van de achttiende eeuw tot het kernpunt van het morele oordeel gemaakt. Wij zijn daaraan zo gewend geraakt, dat het voor ons vanzelfsprekend is geworden.

"Maar in dit geval kun je daarmee niet goed uit de voeten. Moraal is een volstrekt inwendige zaak geworden, maar het recht gaat niet over het zielenheil of de deugdzaamheid van mensen. Als je Kants logica zou toepassen in de rechtsspraak, zouden alle daden gerechtvaardigd zijn, zolang de dader maar de juiste intenties zou hebben. Dat lijkt me niet erg wenselijk in een rechtsstaat. Om te beginnen omdat het heel moeilijk is vast te stellen wat iemands intenties eigenlijk zijn. En als zoiets al mogelijk is, dan is het niet aan de rechter om dat te doen. De rechter is er niet voor morele, maar voor juridische oordelen."

Roeser: "Natuurlijk is het moeilijk om iemands motieven te achterhalen. Maar in dit geval zijn de beweegredenen van de maakster af te leiden uit haar werk. Ik denk dat die zuiver zijn: Plesner wilde een kunstwerk maken met een politieke boodschap.

"Dat is op meerdere fronten een gedurfde daad. De kunstenares gaat niet de makkelijkste weg. Ze riskeert een schuld van ruim vier ton, als de rechter haar niet in het gelijk stelt en ze alsnog moet gaan betalen. Louis Vuitton heeft haar die boetes laten opleggen zonder dat ze zelf gehoord was. De meeste mensen zouden hier voor teruggeschrokken zijn. Plesner heeft haar rug recht gehouden. En die vastberadenheid wordt nu tegen haar gebruikt. Louis Vuitton beschuldigt haar ervan het merk uitsluitend te gebruiken om zichzelf te promoten en haar eigen naam te vestigen."

Groot: "Dat is evengoed een moreel oordeel over de intenties van de maker. Zo'n argument hoort niet thuis in de rechtszaal, bij geen van beide partijen. Louis Vuitton zou zich ertoe moeten beperken te wijzen op de commerciële schade die het merk oploopt. In de civiele rechtspraak gaat het immers om bemiddeling tussen de verschillende belangen van de strijdende partijen.

"Dat Louis Vuitton de activiteiten van de kunstenares beschouwt als een aantasting van zijn goede naam, omdat het merk geassocieerd wordt met een misstand waaraan het niet méér schuldig is dan welk westers bedrijf ook, vind ik dan niet zo vreemd. Wanneer dat bij voortduring gebeurt zou je kunnen spreken van smaad.

,,Als de ene partij bij de rechter een claim indient tegen de andere wegens geleden schade, dan is de enige vraag: is die schade reëel en heeft de beklaagde partij haar inderdaad veroorzaakt? En niet: waarom heeft die partij dat gedaan, en met welke intentie?"

Roeser: "En waar blijft dan het belang van de kunst en de kunstenaar? Ook als we haar motieven buiten beschouwing laten, kunnen we zeggen dat Plesner een sterk werk heeft geschapen. Ze heeft een beeld gecreëerd dat verrassend en vernieuwend is, in een traditioneel medium dat de afgelopen eeuw al talloze malen doodverklaard is."

Groot: "Over de kwaliteit van het kunstwerk kunnen we van mening verschillen, maar in een rechtszaak hoort dat geen rol te spelen. Zouden iemands goede naam en belangen minder worden aangetast wanneer dat gebeurt via kunstwerken met een hoge kunstzinnige kwaliteit - even verondersteld dat dat hier het geval zou zijn? Vragen we dan van de rechter zijn vonnis te laten afhangen van een esthetisch oordeel?"

Roeser: "Ik wil alleen wijzen op het maatschappelijke belang van vrije kunst. Een kunstenaar moet zijn of haar boodschap ongecensureerd kunnen uitdragen, met alle beeldende middelen die daarvoor nodig zijn, inclusief symbolen uit de hedendaagse cultuur. Kijk maar naar de pop-art, waarin dit aan de lopende band gebeurde. In deze zaak is geen sprake van illegale commerciële exploitatie van een merk of product, geen roofhandel waar winst mee wordt gemaakt, maar enkel van een politiek statement in een artistieke vorm."

Groot: "Natuurlijk mag een kunstenaar een statement maken. Elke burger mag dat. Maar daarbij dient hij zich te houden aan dezelfde regels als ieder ander. Zelfs als we Plesners werk als een zuiver artistieke activiteit beschouwen, dan nog dient ze zich te houden aan de regels die binnen de maatschappij gelden. Waarom zou kunst boven de wet staan?

"De neiging om voor de kunstenaar specifieke rechten te claimen, stamt uit de Romantiek, toen men het scheppende genie ging beschouwen als een soort artistieke hogepriester van het goede, het ware en het schone. Een voortzetting van religie onder seculiere vlag. Maar in een maatschappij die de godsdienst niet langer boven de wet wil plaatsen - kijk naar het debat over ritueel slachten - is het nogal vreemd om de kunst plotseling alsnog alle voorrechten van de religie toe te dichten. Kunst is buitengewoon belangrijk, maar dat betekent niet dat ze boven elke wet verheven is."

Roeser: "Dat een kunstenaar zijn of haar krachtigste beeld uitdraagt naar de buitenwereld, is niet meer dan een noodzakelijkheid. Daar is geen semi-religieuze positie voor nodig."



Kunstenares Nadia Plesner. FOTO REUTERS Beeld
Kunstenares Nadia Plesner. FOTO REUTERS
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden