De tand van een olifant als jachthoorn en heilig reliek

Het museum voor en van álle Nederlanders. Dat wil het nieuwe Rijksmuseum in Amsterdam zijn, dat op 13 april opent na tien jaar verbouwen. Voor elke provincie kiest Trouw alvast een voorwerp uit onze nationale schatkamer.

Wat is het alleroudste voorwerp? Het is een veelgestelde vraag in musea. Lang niet altijd is die te beantwoorden. Bij eeuwenoude objecten is de datering vaak niet met zekerheid te bepalen. Dat geldt ook voor deze jachthoorn, gemaakt van een olifantstand, uit de collectie van het Rijksmuseum. Frits Scholten, conservator beeldhouwkunst, schat dat de tand rond het jaar 1100 vanuit Afrika terecht is gekomen in Zuid-Europa. In Zuid-Italië hebben Saraceense ivoorbewerkers de olifantstand vervolgens gedecoreerd met jachttaferelen. Er is onder meer een man afgebeeld die de muil openhoudt van een monster.

Dergelijke jachthoorns werden echt gebruikt tijdens de jacht, vertelt Scholten. Maar vaak kregen ze ook de status van religieuze of politieke relieken. Zo kwamen ze terecht in de schatkamers van kerken en kloosters. Dat is ook gebeurd met deze hoorn, die via een klooster in de Ardennen in de Mariakerk in Utrecht belandde.

Scholten: "Over deze exotische voorwerpen deden vaak allerlei verhalen de ronde, waardoor ze een speciale historische betekenis kregen. Ze zouden uit het bezit stammen van belangrijke vorsten en heiligen. Zo werd van sommige hoorns, bijvoorbeeld een exemplaar in Aken, gezegd dat Karel de Grote die zou hebben gebruikt. Wat helemaal niet kon, omdat hij in de negende eeuw leefde, terwijl dit soort jachthoorns op z'n vroegst in de elfde eeuw gedateerd worden."

Ook werden jachthoorns gekoppeld aan Sint Hubertus, de patroonheilige van de jacht. Over deze Hubertus, de zoon van de hertog van Aquitanië, gaat de legende dat hij tijdens een jachtpartij in 683 een kruis zag oplichten tussen het gewei van een hert. Voor hem was dat het signaal dat hij zich moest bekeren. De hoorn uit het Rijksmuseum stamt uit een Hubertusklooster en zou daaraan extra betekenis hebben kunnen ontlenen, als een mogelijk reliek van deze jachtheilige.

Bewerkte olifantstanden, opgezette krokodillen en andere exotica werden vanaf de zestiende eeuw ook tentoongesteld in zogenaamde Kunst- en Wunderkammern, de voorlopers van onze musea. Scholten: "Dat maakt deze jachthoorn zo spannend. Het is niet alleen een van de oudste voorwerpen in onze collectie. Hij vertegenwoordigt ook een beginpunt van het museale verzamelen. Daarom heeft hij een prominente plek gekregen in de opstelling." Het is een van de eerste objecten die bezoekers zien als ze de vaste route door het museum volgen.

De jachthoorn wordt getoond samen met het versierde gewei van een eland, die rond 1000 aan zijn eind moet zijn gekomen. Ongeveer een eeuw later werd dit elandgewei voorzien van versieringen. Vervolgens belandde het in de grafkapel van keizer Lodewijk de Vrome, de zoon van Karel de Grote, in Metz in Noord-Frankrijk. Niet ver daar vandaan, in de Ardennen, staat het aan Sint Hubertus gewijde klooster, waar deze jachthoorn oorspronkelijk vandaan komt.

Anderhalve kilometer van Middeleeuwen tot nu
Er zijn mensen die heel gericht een museum bezoeken. En niet alles hoeven te zien. Maar er zijn er ook die alles willen bekijken, het liefst ook nog in chronologische volgorde. In het nieuwe Rijksmuseum vergt dat laatste veel tijd, maar de route is overzichtelijk. Je begint in het souterrain bij de Middeleeuwen en eindigt via een parcours van 1,5 km over vier verdiepingen op de bovenste etage bij de hedendaagse tijd. Deze jachthoorn is straks een van de eerste voorwerpen die bezoekers tegenkomen als ze in de kelder beginnen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden