De Taliban zijn er voor het volk en ze zijn niet bang om te sterven

De Taliban, de gewapende 'religieuze studenten', hebben het afgelopen half jaar schijnbaar vanuit het niets grote delen van Afghanistan veroverd. “Wij zijn succesvol omdat wij voor alles een islamitische beweging zijn”, zegt een van de strijders. De derde aflevering van een serie reportages over Afghanistan. De andere verhalen stonden in de kranten van 4 en 5 mei.

Links en rechts van de weg slaan opnieuw tankgranaten in. De troepen van president Rabbani bestoken vanuit de Afghaanse hoofdstad Kaboel hun vijanden in Maidan Shahr, een dorpje op zo'n dertig kilometer van de hoofdstad en de meest vooruitgeschoven post van de Taliban, nu zij uit het zuiden van Kaboel zijn verdreven.

Een lichte raket ontploft in de buurt van een Taliban-tank. “Mis”, grijnst de chauffeur van de Toyota. “Trouwens, die tank was al buiten gevecht gesteld. Maar dat kunnen de regeringstroepen van die afstand niet goed zien.”

Uit het stof van de weg duikt plots een tegenligger op. Het is een vrachtwagen, die zo te zien gevuld is met levensmiddelen, bedoeld voor de inwoners van Kaboel. De Taliban laten dergelijke transporten nog passeren. De toevoer van brandstof uit het zuiden van Afghanistan hebben zij reeds volledig geblokkeerd, wat in de hoofdstad goed te merken is aan de prijs.

Eenmaal aangekomen bij het front van de Taliban, letterlijk de 'religieuze studenten', wordt de auto onderzocht op wapens. De chauffeur krijgt onmiddellijk opdracht naar een van de tijdelijke hoofdkwartieren van de Taliban te rijden. Een van de strijders toont hem de weg, wijzend met de punt van zijn Kalashnikov-geweer.

Welkom bij de Taliban, de groep die schijnbaar vanuit het niets het afgelopen halfjaar bijna de helft van Afghanistan in zijn macht heeft weten te krijgen. De religieuze studenten vormen de jongste factie op het bonte toneel van Afghaanse groepen die sinds de val van het communistische bewind, in april 1992, met elkaar vechten om de suprematie in het land.

Het is nog steeds niet opgehelderd wie precies achter de opzienbarende successen van de Taliban schuilgaan. De meeste waarnemers zijn er echter van overtuigd dat het buurland Pakistan militaire steun geeft aan de strijders, die grotendeels afkomstig zijn uit de bevolkingsgroep van de Pathanen - dezelfde Pathanen die ook in een deel van Pakistan wonen.

Anderen menen dat daarnaast een groepering binnen de vroegere communistische partij via de Taliban poogt de macht in Kaboel te herkrijgen. “Vergis u niet”, zegt een buitenlandse deskundige, “de communisten vormen nog steeds de enige Afghaanse groep die sterk georganiseerd is. Zij zijn verdreven, maar niet verslagen.”

Het feit dat de Taliban niet alleen over geweren maar ook over zware wapens en zelfs enkele vliegtuigen beschikken, sterkt de overtuiging dat de groep buitenlandse steun krijgt. “Elke Afghaanse man weet hoe hij een geweer moet bedienen”, meent de deskundige, “maar het besturen van een vliegtuig is een heel andere zaak.”

In Maidan Shahr ontkennen de Taliban echter ook maar iets van steun uit het buitenland. “Niet één kogel hebben we van anderen gekregen”, zegt Mohammed Hanif, een van de jongere commandanten. De Stinger-raket die in de gang van het hoofdkwartier ligt, doet hij af als een “erfenis uit de jihad”, de heilige oorlog tegen de vroegere Sovjettroepen.

Het wachten is op commandant Meshir Achunt, een moellah, oftewel islamitische geestelijke. Alle Taliban zeggen zelf ook opgeleid te zijn aan de madrasas, de islamitische scholen in Pakistan en het zuiden van Afghanistan. Dat de scholing wel degelijk ook militair is geweest, wensen de Taliban in Maidan Shahr niet te bevestigen.

Het aantal mensen dat zich gewapend achter de Taliban heeft geschaard, wordt geschat op 20 000. Aanvankelijk kregen de religieuze studenten enthousiaste steun van de bevolking. Zij herstelden de rust en orde, zamelden wapens in en staken zelfs de brand in enkele velden die de grondstoffen leveren voor heroïne, een van de bronnen, waaruit de oorlog wordt betaald.

Maar de aanvallen met raketten op Kaboel, waarbij ook veel burgers om het leven kwamen, hebben veel sympathie verspeeld. Bovendien bleken de Taliban zeer orthodox in de islamitische leer, iets dat voor de gematigde Afghaanse samenleving een nieuw fenomeen was. Vrouwen staan volledig buitenspel, mannen lopen de kans op zware lijfstraffen.

“Wij leiden een eenvoudig, sober bestaan”, zegt een van de Taliban-strijders. Hij wijst op het plastic kleed op de vloer. Een jongeman komt langs met rijst, linzen en Afghaans brood. De Kalashnikovs gaan tijdelijk tegen de muur; de gezamenlijke lunch wordt door iedereen met de hand genoten.

De eenvoud spreekt niet uit de apparatuur die de Taliban in Maidan Shahr ter beschikking staat. Verschillende van de strijders communiceren met elkaar via moderne walkie-talkies. Anderen zien dergelijke vooruitgang met verwonderde ogen aan. Via de krakende zender wordt gepoogd contact te maken met de hoogste commandant in de regio, Meshir Achunt.

“Wij willen dat in heel Afghanistan de sharia (de islamitische wetgeving) wordt ingevoerd”, zegt moellah Meshir Achunt. Hij is in het hoofdkwartier opgedoken na een rondgang langs het front. De jongere Taliban-strijders hangen aan de lippen van de moellah, die zelf schijnbaar verveeld tegen het gebouw leunt.

“Wij zijn succesvol omdat wij voor alles een islamitische beweging zijn. De islam is een hoog goed voor de bevolking. Maar de afgelopen twintig jaar zijn allerlei regeringen aan de macht geweest die slecht waren in de islamitische leer. Wij zijn er voor het volk, en niet bang om te sterven. Allah zal ons helpen in de wereld die na deze wereld komt.”

Het toekomstige succes van de Taliban hangt volgens kenners af van de mate waarin zij zich met andere oppositiegroepen tegen het bewind van president Rabbani in Kaboel kunnen verenigen. “Het is niet aan ons”, meent Meshir Achunt, “om ons bij anderen aan te sluiten. Anderen mogen zich bij ons voegen. Maar dan moeten zij ook voorstander zijn van de sharia.”

De moellah schat de sterkte van zijn troepen, gemeten over heel Afghanistan, op “meer dan 200 000”, een getal dat voor weinigen geloofwaardig is. Hij is ervan overtuigd dat zijn Taliban het antwoord zijn voor het verscheurde land. “De oorlog zelf kan nog een dag duren, of een jaar, of tien jaar. Het is in de handen van Allah.”

Blijkbaar heeft de God van de islam ook de hand in de lekke band die de Toyota op de terugweg uit Maidan Shahr naar Kaboel treft. Aan het front van de Taliban poogt de chauffeur als een razende de band te vervangen. Over niet al te lange tijd wordt het donker; hoog tijd om terug te gaan. Maar eerst goedkoop tanken in het dorp. Oorlog heeft zo zijn voordelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden