De tafel is nu eenmaal religieus gebied

De Franse voedingsgoeroe Michel Montignac bevindt zich aan de hedonistische kant van het post-moderne spectrum, aan de vrolijke kant van de regenboog. Mensen moeten het 'maken' in het hier en nu, op spiritueel zo goed als op materieel gebied.

Wie als onze voorvaderen diep doordrongen is van het besef dat ziekte, verval en dood bij het leven horen, wie geboren en getogen is in de troostrijke gedachte dat de beloning láter volgt, na de dood, die stort zich niet op de macro-biotiek, de cursussen zelfkennis, de fitness-machines. Aan 'lekker slank' heeft zo iemand al helemaal geen boodschap.

Wie niet kan geloven in compensatie in het hiernamaals, moet zijn eigen pakketje 'waar doe ik het allemaal voor' bij elkaar scharrelen. De krankzinnige, onoverzichtelijke supermarkt van het (post-)moderne leven staat voor hem open, waarin de klant de volkorenpasta bij wijze van spreken pal naast het hervertelde bijbelverhaal kan vinden.

“Het is heel, heel ingewikkeld voor mensen geworden om hun dagelijks leven vorm te geven,” zegt de cultuur-sociologe Anneke van Otterloo (54 jaar). “Niets is meer voorgevormd en je kunt niemand anders verantwoordelijk stellen. Voor alle fouten en gemiste kansen draag je zelf de schuld. Zingeving is knutselwerk geworden, het hele leven is knutselwerk geworden, bricolage. Zo noemde Simone Weil dat. Mensen knutselen net zo lang aan hun zingeving, tot het hun bevalt. Montignac knutselt ook, op zijn eigen terrein. Hij breit de gourmet-trend in het zakenleven aan de gezondheidscultus, dat is typisch post-modern. Maar hij zet zich af tegen het opgeheven vingertje van de diëtisten. Dat je moet lijden voor je gezondheid, dat doorbreekt Montignac. Lekker.”

Anneke van Otterloo zat in het begin van de jaren vijftig nog als cara-kindje in het Bio-Vakantieoord. “En wat moest je daar? Eten! Warme melk met een dik, geel vel. En als je na zes weken nog niet genoeg aangekomen was, moest je nog zes weken. Dat is me een keer overkomen. Geen cultuur waarin de methode-Montignac had kunnen bloeien.”

Anneke van Otterloo komt uit de school van Johan Goudsblom (Universiteit van Amsterdam) en heeft twee spannende specialismen: de sociologie van godsdienst en levensbeschouwing én de eetsociologie. Het proefschrift waarop zij in 1990 promoveerde gaat over 'Eten en eetlust in Nederland 1840-1990'.

De blik op de huidige bonte eetcultuur door een historisch-sociologische bril levert spectaculaire, vervreemdende effecten op: “In de jaren veertig van de vorig eeuw werd er in Nederland nog op grote schaal gestorven van de honger. Hongersnood, nog maar een paar generaties geleden. Zestig jaar geleden werden tuberculose-patiënten op vetmest-diëten gezet om ze er weer bovenop te helpen.” En de tijd dat verpleegsters stadse bleekneusjes op vetaanwas onderzochten met de gretigheid van de heks in Hans en Grietje, is nog korter geleden.

Het is zelden in de geschiedenis voorgekomen dat de bevolking van een groot stuk aardbol een paar generaties achtereen niet met voedselgebrek te maken heeft gehad. Dat is het allerkardinaalste onder de kardinale gegevens in de recente cultuurgeschiedenis. De kijk van veel mensen op ziekte en dood, hun visie op lijden of onthouding of genot, op het noodlot en op het hiernamaals, op schuld en boete, én - niet te vergeten - de kijk op eten, zijn mede door die goed gevulde buik volstrekt veranderd.

“Wij realiseren ons helemaal niet hoe uitzonderlijk onze toestand is, en hoe snel die veranderd is. We overzien al evenmin hoe ingewikkeld de voedseltoevoer naar ons deel van de wereld is geworden, met al die exotische waar uit - letterlijk - alle delen van de wereld. Als die aanvoerwegen om één of andere reden ooit eens zouden worden afgesneden, dan zouden we nog eens wat beleven!”

De zorgen over het dagelijkse brood zijn verdwenen. Eindelijk tijd voor het hogere, nietwaar?! De hogere kookkunst, dus, want de mens leeft niet van brood alleen. Mensen zijn nog steeds veel met eten bezig. Met de welvaart drongen eind jaren vijftig ook allerlei welvaartszorgen de keuken in: de zorg om de slanke taille; de drang om uit een snel groeiend, steeds exotischer aanbod het beste, het lekkerste, het origineelste en het gezondste te kiezen; de behoefte gemakkelijk en snel te koken omdat het leven zoveel méér te bieden heeft; de groei van de mogelijkheden om uit eten te gaan; de zorg om het welzijn van dieren; de wens een milieuvriendelijk eetpatroon te ontwikkelen; de behoefte een rijk geestelijk leven te bevorderen met een bepaald soort eten.

Al die eetzorgen, al die trends en rages hebben religieuze trekken, ook al is het bij de ene trend explicieter dan bij de andere (bijvoorbeeld bij vegetarisme, biologisch-dynamisch en macro-biotisch eten). “Iedere rage geeft - eventjes, maar toch - richting en zin aan het leven. Iedere rage brengt rituelen met zich mee. Deze Montignac-rage is duidelijk níet godsdienstig en heeft geen religieuze pretenties. Maar zelfs zo'n gourmet-trend leidt tot groepsvorming met Montignac-clubs en -blaadjes. Dat is voer voor sociologen, natuurlijk, ook voor godsdienstsociologen.”

De tafel is nu eenmaal religieus gebied, omgeven door rituelen, al sinds de mensen van tafels eten. “Ik ben benieuwd hoe het met het eetritueel verder zal gaan. Gaan we zo ver met individualiseren dat iedereen zijn eigen hapje uit de magnetron opeet zonder de gezinsleden nog te treffen? Of blijft het eten een sociaal moment waarop huisgenoten elkaars verhalen beluisteren, al of niet tot genoegen?”

De Montignac-hausse gaat aan het eetritueel voorbij. Die rage gaat over dik en mager. Hoeveel 'zingeving' kan een mens op die as nou in 's hemelsnaam tegenkomen? Van Otterloo laat een boek van vakgenoten uit de hele wereld zien, dat handelt over 'de sociale aspecten van dikbuikigheid': In Noord-Kameroen mesten de Massa stamgenoten vet voor religieuze doelen, en ze zijn niet de enige primitieve gemeenschap die dat doet. (Waarmee de stelling van Montignac weerlegd wordt dat 'nobele wilden' vanzelf een dieet handhaven waar ze niet dik van worden.)

Van expliciete religiositeit is bij het 'lijnen' in Nederland zelden sprake. “Mensen willen op een fotomodel lijken en roepen daarmee de anorexia-ellende over zich af, waar al die fotomodellen zelf ook mee worstelen. Maar het doel van dat lijden is esthetisch.” Het meest religieuze aan hun getob is dat afslankers voortdurend 'in verzoeking worden gebracht' en overladen met zondebesef en schuld (ijsje gekocht!) door het leven gaan.

“Voedseltrends raken het sacrale als niet alleen de esthetiek maar ook de gezondheid in het geding worden gebracht. Gezondheid, fitness, het lijf, het lichaam, dat is echt een cultus geworden. Een gezond lichaam speelt in de meeste New Age-stromingen een enorme rol. Ze hebben het alsmaar over 'spiritualiteit' maar ze zijn de hele tijd bezig met dat lijf.”

De Montignac-rage steekt daar prettig-ongegeneerd bij af: Montignac beweert niks meer en niks minder dan dat hij een methode heeft 'uitgevonden' die het mensen mogelijk maakt lekker en veel te eten en toch magerder (en dus mooier, sexier) te worden.

Montignac richt zich wel op dezelfde sociale laag als veel New Age-stromingen: de zakenlieden, de mensen die het goed doen en goed wíllen doen in de rattenwedstrijd. Maar van 'spiritualiteit' is in geen van de zeven Montignac-boeken op de Nederlandse markt sprake. Misschien komt dat nog, speciaal voor de noordelijke, niet-Franse markt.

“Ik vind het wel een vondst, die Montignac,” zegt Anneke van Otterloo. “Nederland heeft een beroerde eetcultuur en de elite hier heeft altijd naar Frankrijk gekeken, dus dat komt goed uit. Frans eten, lekker eten en toch lekker slank, dat is een gat in de markt!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden