De tactische terugtocht van staatssecretaris Rutte

Heel langzaam, maar ook heel gestaag gaat staatssecretaris Rutte van sociale zaken door de knieën. Uit de onderhandelingen over een nieuwe Pensioen- en spaarfondsenwet valt op te maken, dat hij inmiddels bereid is met iets minder zekerheid genoegen wil nemen.

Lex Oomkes

DEN HAAG - Hoe vaak mag een pensioenfonds met tekorten geconfronteerd worden? In het huidige tijdsgewricht een wel heel theoretische vraag. Door de sluipende beurskrach zijn de fondsen zonder tekorten immers met een zaklantaarn te zoeken. Staatssecretaris Rutte breekt zich de laatste maanden desondanks het hoofd over een antwoord op die vraag.

Rutte zit klem tussen de ongehoorde belangen die achter de verschillende antwoorden op de vraag worden gegeven. Aan de ene kant is er het antwoord van de toezichthouder op de pensioenwereld, de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). Er mag eigenlijk nooit een tekort zijn, is het antwoord. Althans, de kans moet worden verkleind tot ongeveer één keer in de tweehonderd jaar. Aan de andere kant staan de organisaties van werkgevers en werknemers en de organisaties van de pensioenfondsen. Zij willen met het risico leven dat dat tekort veel vaker zal ontstaan.

Rutte mag die knoop doorhakken in een nieuwe Pensioen- en spaarfondsenwet, die wellicht nog dit kalenderjaar bij de Kamer zal worden ingediend.

Hoe verschillend PVK en de sociale partners zekerheid ook beoordelen, ze zijn het met elkaar eens dat, mocht de zekerheidseis van de PVK in de wet terechtkomen, het gevaar levensgroot wordt dat daarmee het doodvonnis over het Nederlandse stelsel van collectieven aanvullende pensioenen getekend is.

Zekerheid heeft zijn prijs, in dit geval in torenhoge pensioenpremies. Pensioenpremies die door werkgevers en werknemers niet op te brengen zijn. Zo bleek nog maar eens uit een onderzoek, dat de PVK gezamenlijk uitvoerde met de Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. De conclusie van dat begin deze maand gepubliceerde onderzoek was, dat om maximale zekerheid te garanderen, de reserves van pensioenfondsen drastisch omhoog zullen moeten. Die reserves zullen moeten worden opgebouwd uit de pensioenpremies. Die zullen daardoor dermate hoog worden, dat de Nederlandse economie er ernstige schade van zal ondervinden. Het alternatief, aldus de studie, is een pensioensysteem, waarbij de uitkering niet wordt aangepast aan de geldontwaarding. De premie is dan weliswaar veel lager, maar, aldus de drie organisaties, 'het biedt ook weinig zekerheid aan de (toekomstige) gepensioneerde'.

Vooral de druk op de loonkosten ligt Rutte zwaar op de maag. Als iets minder zekerheid (en dus minder noodzaak voor torenhoge reserves) het probleem drastisch verkleind, dan ligt de keuze vanuit het algemene financieel-economische beleid van het kabinet voor de hand. Maar hoe te verkopen dat je als politicus genoegen neemt met minder zekerheid, zeker op zo'n onderwerp als de pensioenen? De kiezer zal al snel reageren dat hij voor zijn oudedagsvoorziening heeft gespaard en dat er niet een politicus moet komen die het risico wil nemen, dat er minder geld is, als hij ervan zou kunnen gaan genieten.

Rutte kan zich daarvoor echter comfortabel verschuilen achter de brede rug van de vakbeweging en de werkgevers. Zij hebben een voorstel gedaan voor de mate van zekerheid die geboden is, dat aanmerkelijk lagere pensioenpremies zal opleveren. Naar het er nu naar uitziet, zal Rutte in de wet voorschrijven dat er een zekerheid moet komen van 95 procent (in plaats van 99,5, die de PVK wil). Bovendien krijgen pensioenfondsen tien jaar de tijd om eventuele tekorten in de lopen (in plaats van twee tot acht jaar, die de PVK nu nog hanteert). Eventueel verhoogt hij de zekerheidsgraad nog tot 97,5 procent, maar dan wordt de hersteltermijn wel 15 in plaats van tien jaar. Met deze voorschriften (en de daaraan verbonden voorgeschreven hoogte van de reserves) zou het eens in de twintig tot veertig jaar voor kunnen komen dat een fonds met tekorten geconfronteerd wordt.

Pikant punt in dit alles, is dat het opleggen van voorschriften tot nu toe een taak van de PVK is. De toezichthouder is daarin volledig onafhankelijk van de politiek. Door in de wet nu zo concreet voorschriften op te nemen, neemt Rutte de PVK haar onafhankelijkheid deels af. Maar dat conflict is inmiddels in de kiem gesmoord. Officieel heet het nu dat de PVK het juist toejuicht dat de wet zo helder het speelveld inkadert.

Het enige waar Rutte nog met de sociale partners over onderhandelt, is de vraag of de toeslagen om de inflatie te compenseren (de indexering) via de premies worden opgevangen, of dat dat mag uit de reserves. Met name de werkgevers zijn fel tegen de eerste variant. Het betekent immers dat via die weg opnieuw de premies snel zouden kunnen stijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden