COLUMN

De tabaksindustrie had me precies waar ze me wilde hebben: aan de haak

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Elf jaar oud waren we en we zaten al in de zesde klas van de lagere school, het echte ­leven kon nu elk moment beginnen. Hoogste tijd om wat verboden vruchten te plukken. 

We kochten een fles Pikeurtje en begroeven die onder het viaduct in Berkum, voor bijzondere gelegenheden. Bovendien sloegen we aan het roken; halfzware shag, waar je behoorlijk van ging hoesten, maar dat hoorde erbij als je erbij wilde horen. Later werden het sigaretten, elk volgend merk een nieuwe poging tot non-conformisme. Gauloise, oh la la! Tot het puberen wel zo’n beetje voorbij was en ik moest vaststellen dat stoppen nog moeilijker was dan beginnen.

De tabaksindustrie had me precies waar ze me wilde hebben. Aan de haak. Of zoals een sigarettenproducent het zelf eens formuleerde: ‘The base of our ­business is the high school student’. Ik vond dat citaat in een stuk van collega Joop Bouma uit 2017, waarin hij de marketingmethodes van de rooksector ­beschreef. En dat las ik dan weer vanwege Bouma’s scoop van gisteren over de verbanning van de kritische longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker uit de Alliantie Nederland Rookvrij. Ze zouden te activistisch zijn, te agressief. Op hun website TabakNee nagelen ze kopstukken uit de tabakswereld aan de schandpaal, dat past niet bij de ‘positieve insteek’ van de Alliantie.

Nimmer

Zelf heb ik te veel boter op mijn hoofd om een felle antiroker te zijn, ik bezondig me af en toe nog steeds, en heb er geen enkel bezwaar tegen als mensen hun rook mijn kant op laten waaien. Maar soms is het aardig na te gaan bij welk bedrijf je werkelijk nimmer zou willen werken, even afgezien van de Pikeurtje-producent, die kunnen we niet serieus nemen. Maar een mooie kleine bierbrouwerij? Een goede wijnmaker? Geen punt, ondanks de gevaren van alcohol. Een sigarettenfabriek daarentegen: uitgesloten. Nooit.

Op site van TabakNee staan de portretten van sleutelfiguren uit de tabaksector, plus hun lobbyisten. Geen kleine krabbelaars, maar mensen die ook elders emplooi hadden kunnen vinden, of een commissariaat. Zoals Irene Asscher-Vonk, commissaris bij Philip Morris (Marlboro-producent), die gelooft in maatschappelijk verantwoord ondernemen. ­Gevraagd hoe ze dat rijmt met haar werk voor een bedrijf dat ‘duurzaam doodt’, zegt ze: “Maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft onder meer betrekking op de kwaliteit van de arbeidsverhoudingen. Daar zet ik mij voor in, ook bij Philip Morris.” 

Of neem CDA-senator Niek Jan van Kesteren, voormalig directeur bij NCW-VNO, in welke hoedanigheid hij zei: “Wij zijn één van de weinige vrienden van de tabaksindustrie. We weten dat tabak heel slecht is voor mensen, maar we verdienen er een hoop geld aan.” Als Eerste Kamerlid betoogde hij dat tabaksproducenten ‘moreel net zo in hun recht staan als iemand die rooibosthee produceert’.

Keurige mensen. Sjaaltjes. Stropdassen. Mooie cv’s. Maar Wanda de Kanter en Pauline Dekker hebben net iets te veel patiënten zien sterven om daar niet doorheen te kijken.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden