De taal van opa en oma

Een paar dagen op het land met opa en oma. En terwijl de kinderen in het Noord-Duitse Hermannsburg met hun grootouders spelen, leren ze ook nog iets bijzonders: de taal van opa en oma. Want van hun eigen ouders leren de kinderen het Nederduits vaak niet meer.

Gerbert van Loenen

,,As ik bi miene Oma to Hus bin, dann snacken wü platt.'' Mareike Tippe uit Bad Bevensen spreekt nog de Neder- of Platduitse taal. Ook Maria Wrogemann en Johanna Scharnhop spreken 'plat' in de familie. Maar op school, spreken zij deze taal daar ook? Drie meisjes schudden heftig van nee. Mareike Tippe: ,,Ze verstaan het niet. Maar af en toe krijgen we een Platduits gedicht van de leraar.''

Het Nederduits, dat door de mensen die het zelf spreken steevast 'Platt' wordt genoemd, lijkt op het Nederlands, vooral op de dialecten uit het oosten van het land. Mareike Tippe: ,,In Frankrijk hebben we Nederlanders ontmoet, die snacken ook platt.''

Dominee Walter Scheller uit Hermannsburg maakt zich zorgen over het Nederduits. De laatste vijftig jaar hebben veel ouders ervoor gekozen hun kinderen alleen nog standaard- of Hoogduits te leren. Vaak zijn opa en oma de laatsten die de kinderen nog iets van het ooit zo wijdverbreide Platt düütsch bij kunnen brengen. Om die reden heeft Scheller deze week in zijn vormingscentrum, de Heimvolkshochschule Hermannsburg, grootouders en kleinkinderen bijeengebracht. Vier dagen trekken de opa's en oma's op met hun kleinkinderen, en al die tijd spreken zij Nederduits, zodat hun kleinkinderen, van 2 tot 13 jaar, er zoveel mogelijk van meekrijgen.

Julia Wyrwich (10) uit Winsen aan de Aller bijvoorbeeld: zij spreekt Nederduits. ,,Met mij'' zegt haar grootmoeder glunderend. Anita Dierksen is blij hier vier dagen lang plat te kunnen spreken met haar kleindochter. Gewoonlijk heeft Julia daar maar weinig gelegenheid toe: ,,Als ik op het schoolplein plat zou spreken, zouden ze me raar aankijken.'' Ook thuis spreekt Julia geen plat, en dat is geen wonder, want haar eigen oma, die zich nu zo inspant Nederduits te spreken met haar kleinkind, heeft haar kinderen destijds met opzet alleen Hoogduits geleerd. ,,Er kwamen destijds vluchtelingen van elders en mensen uit Zuid-Duitsland, en daar hield je rekening mee.'' En zo schakelde Anita Dierksen over op Hoogduits, ook in de opvoeding van haar eigen kinderen. ,,Ik heb er te weinig aandacht aan besteed. Mijn dochter zegt nu altijd: ik versta het wel, maar ik spreek het niet.''

Ik versta het wel, maar ik spreek het niet: dat zeggen veel Duitsers uit het noorden. Want Anita Dierksen is geen uitzondering. Een hele generatie van grootouders die zelf thuis Nederduits spreekt, heeft de eigen kinderen Hoogduits geleerd, in de hoop dat ze daarmee verder zouden komen op school en arbeidsmarkt. Hun kinderen verstaan nog wel plat, maar spreken het niet, vertelt Walter Scheller. Nu de grootouders zien dat hun kleinkinderen daardoor thuis helemaal geen plat meer leren, krijgen ze, paradoxaal genoeg, zin hun kleinkinderen de taal bij te brengen die ze hun kinderen met opzet hadden onthouden.

,,Wij hebben onze kinderen in het Hoogduits opgevoed, dat was toen normaal'', zegt ook Irmgard Bronkhorst uit Rotenburg. Eigenlijk spreekt zij zelf veel liever Nederduits. Ook met de Nederlandse ouders van haar schoonzoon en zelfs met Amerikaanse familie spreekt ze Nederduits. ,,Ik spreek geen Engels, dus spreek ik maar gewoon plat. We begrijpen elkaar.'' Nu heeft ze haar kleinkind meegenomen, zodat dat tenminste de taal leert die oma het liefste spreekt.

,,Mijn kinderen hebben Frans geleerd, Latijn, Engels, maar geen Nederduits'', vertelt Edda Griebsch. Nu leert zij haar kleinkind wel Nederduits. Bovendien werkt zij in het district Celle aan de bevordering van de Nederduitse taal, zowel in de school als in de kark. ,,Ons belang is dat we het cultuurgoed behouden. In een stad als Celle spreekt niemand meer plat, op het platteland verschilt het van dorp tot dorp; er zijn dorpen waar iedereen het spreekt.''

Anita Dierksen: ,,Ik spreek het liefste plat. Scheldwoorden bijvoorbeeld klinken veel minder hard in het Nederduits. Ik kom veel in Mecklenburg en daar spreek ik onbekenden in het Hoogduits aan, maar als ik dan merk dat ze plat kunnen, spreek ik dat. Vroeger verstond iedereen plat. Maar het gold als onbeschaafd; ik ken mensen die thuis plat spraken, maar toen kwam ik ze eens tegen in de stad, in Celle, en daar spraken ze alleen Hoog duits. Nu is dat niet meer zo. Zo'n dertig jaar geleden kwam Platduits weer in de mode, toen plakten mensen

stickers op hun auto waarop stond: 'Ik snack platt'.''

Op het grasveld staan grootouders en kleinkinderen in een binnen- en buitenkring; wie in de binnenkring staat en een knipoog krijgt van de spelleider, moet proberen aan degene die achter hem staat te ontkomen. 'Bliff stahn!', roept een jongen als hij degene voor hem vastgrijpt. ,,He ook, he snackt ook plat, juicht een oma tevreden. ,,Dat heeft hij hier geleerd, want gewoonlijk spreekt hij alleen Hoogduits.''

Daarbij vergeleken is Magdalene von Fintel al vroeg begonnen: zij heeft van begin af aan met haar kleinzoon Nederduits gesproken. ,,Ik heb al plat met hem gepraat toen hij zelf nog niet kon spreken. Dan zeiden ze: dat heeft geen zin, maar ik dacht, hij hoort het heus wel. Hij ging laat praten, ruim twee was hij, maar toen kon hij al snel overschakelen tussen plat en Hoogduits, al naar gelang of hij met zijn vader of zijn moeder sprak. Zijn moeder en ik spreken plat met hem, maar zijn vader en de grootouders van die kant spreken Hoogduits met hem. Ook op school spreekt hij Hoogduits, daar kan niemand plat. Met zijn broer spreekt hij Hoogduits, ik zeg wel eens: 'Simon, je kunt met Martin ook plat praten', maar dat doen ze niet.'' Dit jaar heeft ze de ene kleinzoon meegenomen, volgend jaar neemt ze de andere mee. ,,Als verjaardagscadeau.''

Elisabeth Wrogemann heeft drie kleinkinderen. Gek genoeg spreken haar kleinzoons heel goed plat, maar haar kleindochter liever niet. Deze week heeft zij daarom haar kleindochter meegenomen. ,,Dat is goed voor oma en kind.''

Al voetballend, vlotten bouwend en toneel spelend leren de grootouders hun kleinkinderen de taal die ze hun eigen kinderen hebben onthouden. ,,He, pas op!, roept dominee Scheller als een jongen onder de grasmaaier dreigt te komen.

We lopen richting eetzaal voor het middageten, en Anita Dierksen vraagt zich af wat we vunmiddag te eten krijgen. Dorna wordt er eerst butten speelt, en vervolgens rijdt een kolonne grootouders met kleinkinderen naar het open-luchtmuseum in Winsen aan de Aller.

Daar vertellt Auguste Marquardt in het plattdüütsch over vroeger. Maar zij snackt geen Nederduits, zij prat het, zegt ze. Snacken doen ze in Noord-Nedersaksen; in Oost-Friesland praten ze, in Mecklenburg spreken ze en in Westfalen küren ze plat. Aan het woord voor praten hoor je uit welke streek iemand komt. Snackt jü platt?'', roept dominee Scheller naar een groep toevallige passanten. ,,Nee, wü sprekt platt'', luidt het antwoord, want de voorbijgangers komen uit Göttingen, dat al bijna in midden-Duitsland ligt.

In het openluchtmuseum kijken de grootouders en kleinkinderen verbaasd als ze een verwante, maar toch onbekende taal horen. Er blijkt zojuist een bus Vlamingen aangekomen. Auguste Marquardt staat intussen in een oude boerderij bij de haard uit te leggen hoe vroeger vlees houdbaar werd gemaakt: ,,De rook trok hier lang'', zegt ze, wijzend op de aan een balk bungelende worst die langzaam rookworst wordt.

,,As ik na Hus komm, zal ik waarschijnlijk behoorlijk veel moeite hebben weer Hoogduits te spreken, zegt Mareike Tippe. ,,Echt leren doen ze het in die paar dagen misschien niet, maar ze krijgen er in elk geval zin in'', denkt Elisabeth Wrogemann. Een opa kijkt naar het grasveld vol kleinkinderen: ,,Eigenlijk zou je ze een paar weken moeten hebben.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden