De taakstraf doorgezaagd

Bij de Tweede Kamer ligt een wijzigingsvoorstel voor de 'straf van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte', oftewel de taakstraf. Belangrijkste verandering: de rechter kan naast een taakstraf ook een gevangenisstraf opleggen. Dat was destijds bij de invoering niet de bedoeling. De werkstraf moest een alternatief zijn voor de korte celstraf. ,,Het maatschappelijke draagvlak voor de taakstraf wordt aangetast', vreest strafrechtdeskundige A. van Kalmthout.

De taakstraf is populair. Jaarlijks lossen 16000 verkeerszondaars, messentrekkers, winkeldieven en steunfraudeurs hun maatschappelijke schuld in met onbetaalde arbeid. Maar het is nog lang niet genoeg. Ooit is bepaald dat er rond 2001 minstens 26 000 taakstraffen moeten worden opgelegd. Dat aantal wordt niet gehaald.

Minister Korthals van justitie, die niet de geschiedenisboekjes in wil gaan als de minister-van-de-cellen, zoekt naar wegen om het toepassen van de taakstraf fors uit te breiden. Het geeft hem armslag om flink te bezuinigen op het gevangeniswezen. Na de vette jaren van uitbreiding met duizenden nieuwe cellen, staan de gevangenissen aan de vooravond van een reeks magere jaren.

De ruimte voor meer taakstraffen is er. Staatsbosbeheer heeft nog talloze perceeltjes hout braak liggen en ook vele instellingen in de zorgsector hebben klussen voor taakgestraften. Reclassering Nederland, belast met uitvoering van de taakstraf, zou nu al met gemak 25 000 arbeiders 'ten algemenen nutte' aan het werk kunnen helpen.

Maar het wetsvoorstel dat meer taakstraffen mogelijk moet maken roept ook weerstand op, schrijven Anton van Kalmthout, universitair hoofddocent strafrecht aan de Katholieke universiteit Brabant en de Haagse advocaat Edwin Bleichrodt in het jongste nummer van 'Sancties', een vakblad over straffen.

Hun bezwaren zijn amper op de achterkant van een sigarendoosje samen te vatten, Van Kalmthout en Bleichrodt hebben in het vakblad 7560 woorden nodig om hun kritiek uiteen te zetten. Het is ook nogal wat. Van Kalmthout gaat er eens goed voor zitten.

,,Het maatschappelijk draagvlak voor de taakstraf is fragiel', zegt de Tilburgse strafrechtdeskundige. ,,En dat moeten we niet verspelen. Als de samenleving het vertrouwen in de taakstraf verliest, krijg je discussies als: is het leven van mijn doodgeschopte kind niet meer waard dan 240 uur schoffelen in een plantsoen?'

De eerste haarscheurtjes waren onlangs zichtbaar in Urk, waar dronken jongeren in twee opeenvolgende weekeinden de woning van dorpsgenoten belaagden omdat die na zedendelicten 'slechts' een taakstraf hadden gekregen. Hard werken is geen straf, zei de burgemeester, op Urk werkt iedereen hard.

Ook uit een recente enqute van het Nipo in opdracht van Trouw blijkt dat Nederlanders kritischer staan tegenover taakstraffen. In 1991 vond 23 procent dat criminelen beter een gevangenisstraf konden krijgen dan een taakstraf. Eind 1998 was dat percentage opgelopen tot 34. Eenderde van de Nederlanders ziet niet veel in taakstraffen.

Van Kalmthout vindt dat er al iets mis is in de verhouding tussen gevangenisstraf en uren arbeid. De grens ligt nu bij straffen tot zes maanden cel. Een fikse steunfraude, die normaal een half jaar zitten zou opleveren, kan worden omgezet in maximaal 240 uur taakstraf. Ernstiger delicten, waarop een gevangenisstraf van meer dan zes maanden staat, komen volgens de huidige regeling niet in aanmerking voor een alternatieve sanctie.

Van Kalmthout vraagt zich af of die 240 uren wel een billijk alternatief zijn voor zes maanden opsluiting. Bovendien wordt in het wetsvoorstel een rekenfout gemaakt, zegt hij. Het wetsvoorstel gaat uit van een verhouding van twee op één: twee uur taakstraf staat gelijk aan één dag zitten, als de veroordeelde de taakstraf niet uitvoert. Dit betekent dat 240 uur taakstraf gelijk is aan 120 dagen en die periode komt overeen met vier maanden. Zo kan een veroordeelde twee maanden gevangenisstraf verdienen door zijn taakstraf niet uit te voeren. In plaats van de zes maanden gevangenisstraf krijgt hij een taakstraf die als hij deze niet uitvoert wordt omgezet in vier maanden vrijheidsstraf.

Van Kalmthout: ,,Het maximum aantal uren taakstraf is te licht als vervanging van een gevangenisstraf van pakweg een half jaar. Nu al zie je dat rechters geregeld het maximum van 240 uur taakstraf opleggen in combinatie met een voorwaardelijke straf en soms ook nog een geldboete. Die 240 uur taakstraf wordt meer passend gevonden voor delicten waarvoor hij anders drie of vier maanden gevangenisstraf zou hebben gegeven.' De strafrechtdocent vindt dat een dag cel gelijk moet staan aan drie uur werken en dan nog zou de omrekenfactor lager zijn dan in andere landen waar taakstraffen worden opgelegd.

Minister Korthals wil aan het maximum van 240 uur voor volwassenen niet tornen. Maar het wetsvoorstel biedt de rechterlijke macht straks wel de mogelijkheid om bovenop de 240 uur werkstraf een leerstraf van maximaal 240 uur op te leggen. De zes maanden-grens voor de taakstraf blijft weliswaar bestaan, maar de rechter kan straks een werk- of leerstraf combineren met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal zes maanden. Dat is een principi‰le verandering met de huidige praktijk.

Gerhard Ploeg, beleidsmedewerker bij de Reclassering, vindt dat geen probleem. ,,We hebben met de taakstraf inmiddels zeventien jaar ervaring. De afgelopen tien jaar is het aantal taakstraffen sterk toegenomen. Het lijkt ons een aantrekkelijke mogelijkheid als ook gedetineerden in de laatste fase van hun gevangenisstraf alsnog een taakstraf kunnen doen.'

In de gevallen waarin de rechter vindt dat de werkstraf niet nodig is, maar een leerstraf des te meer, kan hij besluiten de verdachte alleen tot een leerstraf te veroordelen. Hij mag in dat geval tot 480 uur gaan. Zo'n leerstraf omvat het verplicht volgen van cursussen of leerprogramma's toegespitst op het delict. De reclassering heeft een breed scala van leefstrafmogelijkheden ontwikkeld. Dronken rijder en incestpleger, notoire vandalist en autokraker, vrijwel elk crimineel specialisme heeft een passend lesprogramma.

Veroordeelden die hun taakstraf niet naar behoren uitvoeren, krijgen volgens het wetsvoorstel alsnog een gevangenisstraf. Die vervangende straf mag maximaal acht maanden duren. Iemand die 240 uur werkstraf kreeg en 240 uur leerstraf, maar daar niets van bakte, loopt kans op acht maanden brommen. Daar zit volgens Van Kalmthout een groot knelpunt. Een normale gevangenisstraf van acht maanden staat gelijk aan een vonnis van een jaar, omdat gedetineerden het wel heel bont moeten maken willen ze niet na een derde van hun straf voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. Die regeling geldt niet bij mislukte taakstraffen.

Van Kalmthout: ,,De rechter kan volgens het wetsvoorstel een taakstraf combineren met zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Als je dat rekensommetje doortrekt kom je op strafzaken met een zwaarte tot anderhalf jaar. Dat is een hele merkwaardige ontwikkeling. Niet te verdedigen ook. Je gaat met de taakstraf een gebied bestrijken waar deze sanctie niet meer passend is. Zo loop je het risico dat het draagvlak wegvalt. En dat terwijl er nog zoveel korte gevangenisstraffen worden opgelegd. De wetgever zou zich beter daarop kunnen richten, bijvoorbeeld door een taakstraf ook mogelijk te maken voor verdachten die niet op de rechtszitting verschijnen.'

Kan de dader van een verkrachting of de pleger van dodelijk straatgeweld straks een taakstraf krijgen? Anton van Kalmthout denkt van wel. Hij vindt dat de wetgever met het voorstel getuigt van een gespleten opvatting. Van Kalmthout wijst er op dat de wetgever ook in de toelichting bij het wetsvoorstel nog altijd vindt dat de taakstraf vooral geschikt is voor plegers van lichte delicten. ,,Dat is moeilijk te rijmen, nu blijkt dat ook zwaardere delicten binnen het bereik van de taakstraf komen.'

De truc met de voorwaardelijke invrijheidsstelling is nieuw voor Gerhard Ploeg van Reclassering Nederland. ,,Maar ik denk ook dat het in de praktijk niet zo zal werken. De rechter zal heus geen taakstraf opleggen bij daders van wie hij vindt dat die daarvoor niet in aanmerking zouden moeten komen. Ik denk dat de mogelijkheid om taakstraf met een onvoorwaardelijke straf te combineren, vooral voortkomt uit de huidige praktijk. Het is nu vrij moeilijk om mensen die in voorlopige hechtenis hebben gezeten, in afwachting van hun berechting, een taakstraf te geven omdat de periode die ze in hechtenis zaten moeilijk met de taakstraf is te verrekenen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, komt ook de grote groep mensen in voorlopige hechtenis in aanmerking voor een taakstraf. Dat lijkt mij pure winst.'

Voor Van Kalmthout en Bleichrodt blijft vooralsnog onduidelijk waarom de wetgever in het voorstel kiest voor handhaving van het maximum aantal uren werkstraf op 240. De twee vinden dat de 240 uur best kunnen worden verdubbeld, zelfs een maximum van 540 uur vinden ze aanvaardbaar. De 240 uren zijn in de jaren zeventig bedacht in Groot-Brittannië bij het opstellen van de Community Service Order, de Britse wetgeving voor alternatieve straffen.

Nederland en tal van andere landen namen die norm over, maar inmiddels zijn nogal wat landen overgestapt op hogere maxima. Van Kalmthout: ,,Noorwegen zit op 360 uur, in Duitsland is het maximum vrijwel onbeperkt, daar komen werkstraffen voor van 700 en 1000 uur. Vooral voor de categorie die geen leerstraf nodig heeft, lijkt me verhoging van het maximum een goede oplossing.'

Ploeg heeft zijn bedenkingen. ,,Onze ervaring is dat langere werkstraffen eerder tot mislukkingen leiden.' Volgens Van Kalmthout is dit nooit bewezen. ,,Als een taakstraf mislukt, is dat in meer dan de helft van de gevallen omdat de veroordeelde er zelfs niet aan begint, niet omdat de straf te lang zou zijn.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden