De survivaltocht van triatlete Hoogzaad

Op trainingskamp in Zuid-Afrika kon triatlete Wieke Hoogzaad de vorige maand alweer een halfuur onafgebroken hardlopen. In de aanloop naar de volgende oefenstage, op hoogte in Mexico, heeft ze de intensiteit op kunnen voeren naar drie kwartier. De van oorsprong Dordtse is vast van plan het revalidatieproces af te sluiten met uitzending naar de Olympische Spelen.

Johan Woldendorp

De Europees kampioene van 1998 zag het afgelopen seizoen door, letterlijk, een keten van blessures in de mist oplossen. Haar lijdensweg leest als een medische encyclopedie, haar moed om terug te vechten als het verslag van een adembenemende survivaltocht. Met verschijnselen van overbelasting meldde Hoogzaad zich in het voorjaar van 1999 bij bondsarts Fred Hartgens. De pijn begon bij de linkerschouder en strekte zich via de rug en de billen uit tot achter de knieholte. Een RMI-scan toonde een tussenwervelschijf die iets uitstak. Haar houding was helemaal verkeerd.

Hartgens zocht de problemen in de bilstreek en de knieholte. Hij adviseerde haar rust te nemen, en toen dat niets uithaalde, een second opinion te halen bij collega-sportarts Peter Vergouwen. Het was toen inmiddels hartje zomer. ,,Maar ook Peter had moeite om de diagnose te stellen'', vertelt Wieke. ,,Hij dacht eerst aan een stressfractuur. Dat bleek niet het geval. Hij haalde opgelucht adem. Hij vermoedde dat ik na drie weken weer kon sporten. Ik sprong een gat in de lucht.''

De waarheid was een heel andere. De bron van alle ellende lag toch verscholen in de rug, het lichaamsdeel dat Hoogzaad altijd als onverwoestbaar en het fundament van al haar successen beschouwde. De jarenlange belasting had de wervelkolom ontwricht. De diagnose was ineens een stuk somberder. ,,Jij wordt pas beter in januari 2000, zei Peter tegen mij. Dat was een enorme klap voor mij.''

Een carrière viel in duigen. Sydney was geestelijk nog verder weg dan de andere kant van de aardbol. Ze kon niets meer, ze mocht niets meer. ,,Triatlon was ineens zo ver weg. Ik kon niet eens fietsen, zwemmen en lopen. Ik wilde ook niets meer met die sport te maken hebben. Het blaadje van de NTB (de bond - red) gooide ik ongelezen in een hoek. Het was een vorm van zelfbescherming. Want zelfs in de donkerste dagen, wanneer de moed mij weer eens volledig in de schoenen zonk, heb ik nooit overwogen om met topsport te stoppen. Als ik die weg kies vergeef ik het me nooit, hield ik me zelf voor.''

Langzaamaan toonde Hoogzaad progressie. Vergouwen constateerde na drie weken intensieve fysiotherapie al dat ze sterker werd. ,,Ik merkte niets. Ik mocht ook vrijwel niets. Twee, drie keer per week een halfuurtje zwemmen, maar niet lopen of fietsen, zelfs niet aquajoggen.'' In oktober was de triatlete goeddeels pijnvrij en kon ze de trainingsintensiteit behoorlijk opvoeren. Toen openbaarde zich een heupblessure, die haar vrijwel tot het nulpunt terugwierp. ,,Daar stond ik weer. Eind oktober had ik de trainingsduur opgevoerd naar 27 minuten lopen. Begin december mocht ik pas opnieuw beginnen met vijf keer één minuut lopen, afgewisseld met twee minuten wandelen.''

Stapsgewijs stelde Hoogzaad doelen. Het trainingskamp in Zuid-Afrika was het eerste. ,,Voor vertrek zat ik op het niveau van twaalf maal één minuut lopen, afgewisseld door wandelen. Dat heb ik inmiddels via een halfuur kunnen uitbouwen tot drie kwartier. Lopen is essentieel, het zal de sleutel zijn in Sydney.''

Wieke Hoogzaad praat over de Olympische Spelen -de triatlon is voor het eerst opgenomen in het programma, niet in de laatste plaats omdat Australiërs er in uitblinken- maar verheft het evenement niet tot een obsessie. ,,Ik weet niet waar ik sta. Door twee goede klasseringen in de wereldbeker in 1998 ben ik nog steeds de beste Nederlandse op de internationale ranking (29ste), maar ik heb geen idee wat dat waard is. Ik leg mezelf geen druk op. Ik heb tot 1 augustus de tijd om me te kwalificeren. Het belangrijkste is dat ik op dit moment bevestigd zie dat alle inspanningen vorig jaar niet vergeefs waren. Ik heb het plezier in het sporten toen ontzettend gemist. Momenteel is het een fantastisch gevoel om zonder pijn te kunnen zwemmen en hardlopen.''

Hoogzaad is dertig wanneer de olympische vlam ontstoken wordt. ,,Ik wil heel graag naar de Spelen. Ik heb onlangs radio-interviews uit 1994, '95 gehoord waarin ik al riep dat de Olympische Spelen mijn grote doel waren. Ik ben in november '98 naar Zuid-Limburg verhuisd om dichterbij de bondscoach (Louis Delahaye - red) en trainingslocaties te zitten. Eerder dat jaar had ik mijn baan als parttime secretaresse opgegeven om meer energie in de sport te kunnen steken. Door mijn successen kon ik me dat financieel ook veroorloven. In 1999 kon ik profiteren van de inkomstenregeling van NOC-NSF. Door die blessure was dat voor mij een geschenk uit de hemel.''

Eén klassering in de top acht in een wereldbekerwedstrijd -de meeste zijn de volgende maand- volstaat voor een ticket naar Sydney. Hoogzaad zal echter niet het hele circuit afwerken om die zekerheid nu al te verkrijgen. ,,Die wereldbeker is overal. Je vliegt van Japan naar Hawaii en Australië. Dat is niet te doen. Ik kies liever voor meer rust dan een onhandig geprogrammeerde triatlon waar de concurrentie minder is.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden