Review

De superieure veelzijdigheid van het Concertgebouworkest

De vijfde kloeke box met historische radio-opnamen van het Concertgebouworkest bestrijkt de jaren 1980-1990. Het waren de jaren van de ingrijpende en ingewikkelde renovatie van de concertzaal, de jaren van het vertrek van chef-dirigent Bernard Haitink en van de komst van de eerste niet-Nederlandse chef-dirigent Riccardo Chailly. Ondanks deze historische ijkpunten ging het concertseizoen in dit roerige decennium gewoon door, en op die ’gewone’ seizoenen wordt in deze nieuwe box met veertien cd’s ingezoomd.

In deze onvolprezen serie waren er immers al speciale boxen voor Haitink en Chailly, en bovendien werden Haitinks legendarische Mahler-Kerstmatinees ook al apart uitgegeven. Uiteraard ontbreken beide maestro’s niet, maar het zijn de bijzondere gastdirigenten die hier de boventoon voeren.

Vier beroemde dirigenten die met het Concertgebouworkest een bijzondere band hadden, lieten in dit decennium het leven: Kirill Kondrasjin stierf plotseling in 1981, Eugen Jochum in 1987, Antal Dorati in 1988 en Leonard Bernstein in 1990. Kondrasjin is hier te horen in een zinderende weergave van Rachmaninovs Tweede symfonie. Kondrasjin bracht coupures in de partituur aan en het geluid is niet optimaal. Toch is dit een opname om vaak te beluisteren, omdat Kondrasjin zo’n weergaloos dirigent was en omdat hij hier een fantastisch geïnspireerd orkest voor zich had. Al bijna net zo geweldig is zijn opname van Nielsens Vijfde symfonie en hij maakt van Hindemiths Klarinetconcert, samen met George Pieterson, een pareltje.

Jochum horen we hier met zijn paradecomponist Bruckner (de Zesde symfonie) en Dorati levert naast Debussy’s ’Images’ en Skrjabins ’Poème de l’extase’ een meer dan gedegen Zesde van Tsjaikovski af. Bernstein was in deze jaren bezig om met drie orkesten (Amsterdam, Wenen en New York) alle symfonieën van Mahler voor Deutsche Grammophon vast te leggen. De dood haalde hem in vóór het project klaar was. In oktober 1987 deed hij de Eerste in het Concertgebouw en deze euforische opname is een mooi alternatief voor de ’officiële’ op DG. Ook horen we Bernstein tijdens het Holland Festival een paar maanden eerder met Schuberts Vijfde symfonie.

Nikolaus Harnoncourt, wiens Mozart-interpretaties in deze jaren veel losmaakten, dirigeert Jacob Slagter in Mozarts Vierde hoornconcert en laat zijn felle licht schijnen over Beethovens ’Eroica’. Colin Davis leidt Beethovens Missa in C en Stravinsky’s ’Psalmensymfonie’, waarin het die jaren opgerichte en weer afgeschafte koor van het Concertgebouworkest te horen is. Dan zijn er nog Carlo Maria Giulini, Kurt Sanderling, Neeme Jürvi, Friedrich Cerha, Gerd Albrecht, Christoph von Dohnányi, Wolfgang Sawallisch, Erich Leinsdorf, Iván Fischer en Charles Dutoit. Internationale grootheden die naast Nederlanders Lucas Vis, Hans Vonk en Edo de Waart de superieure veelzijdigheid van het KCO naar boven halen. (PvdL)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden