De student is het cement in de samenleving

null Beeld anp
Beeld anp

In Amsterdam gaan ze tussen vluchtelingen wonen, maar ze helpen ook eenzame ouderen, geven taalles of richten een publieke tuin in. In verbrokkeld Nederland vormt de student tegenwoordig het cement.

Joep Albers heeft een voorzienende blik als hij in 2010 als afsluiting van de master Planologie zijn onderzoek 'Studenten in achterstandswijken' publiceert. Beleidsmakers zien studenten veelal als pioniers, schrijft Albers. Ze kunnen in een wijk een proces van ontwikkeling in gang zetten. Ze zijn flexibel, stellen weinig eisen aan hun woning en woonomgeving, maar vertegenwoordigen wel intellectueel kapitaal dat bedrijven aantrekt, en voor een cultureel klimaat zorgt. Kortom: daar hébben die achterstandswijken wat aan.

Maar, waarschuwt hij ook, studenten zonderen zich af. Ze lijken tolerant naar andere bevolkingsgroepen, maar hebben feitelijk grote desinteresse. Ze wonen dan wel gemengd, maar gaan alleen om met andere studenten, vooral búiten hun wijk.

Gaten dichten
Wat dat laatste betreft heeft Albers volstrekt ongelijk gekregen. Zes jaar later zijn het juist studenten die zich inzetten om de gaten die de terugtredende overheid achterlaat te vullen met zorg voor ouderen, taalles aan allochtone kinderen en het wegwijs maken van net aangekomen vluchtelingen in het bureaucratische Nederland dat zo'n beetje voor elke activiteit een vergunning vraagt.

Soms krijgen deze 'cement-studenten' in ruil voor hun maatschappelijke ondersteuning korting op de huur of mogen ze gratis in een slooppand wonen. Vaak ook houden ze er alleen een goed gevoel aan over, en een mooie aantekening op hun cv.

Albers heeft die kentering van dichtbij meegemaakt. Hijzelf werkt inmiddels bij de Academie van de Stad, die op allerlei manieren bemiddelt bij de inzet van studenten bij maatschappelijke projecten. Er doen inmiddels 1500 studenten mee in Utrecht, Den Haag, Amsterdam en Almere. Juist hij heeft gemerkt dat, anders dan zijn voorspelling, in angstig en gepolariseerd Nederland het vooral de studenten zijn die met een open blik, zonder vooroordelen en met enige nieuwsgierigheid probleemwijken intrekken.

"Studenten zijn jong, vol energie, ontwikkeld, op zoek naar goedkope woonruimte én naar nieuwe ervaringen", somt Albers op. "Ze voelen zich juist aangetrokken door de diversiteit van de stad. Er zijn niet veel andere groepen die dit ook hebben."

Vandaar dat de gemeente Amsterdam studenten gekozen heeft als buren voor de honderden vluchtelingen die binnenkort nieuwe huisvesting krijgen.

Studenten in een collegezaal van de Erasmus Universiteit. Beeld anp
Studenten in een collegezaal van de Erasmus Universiteit.Beeld anp

Praktijkervaring
Hun studie ervaren de jonge vrijwilligers als theoretisch, en daarom is die praktijkervaring zo belangrijk. "Later, in hun werk, zal die mensenkennis goed van pas komen." De meesten zijn bereid tot echt vrijwilligerswerk. Maar als er studiepunten tegenover staan, of een vergoeding in de vorm van een lagere huur of zelfs gratis wonen, zeggen ze daar geen nee tegen, aldus Albers. "Dat scheelt weer een baantje in de horeca."

Hij merkt dat de vraag onder studenten naar maatschappelijke projecten toeneemt. Dat is geen Randstedelijk verschijnsel. Hermien Feberwee van woon- en zorgcentrum Humanitas in Deventer heeft precies dezelfde ervaring. In elke gang woont tussen de ouderen één student die in ruil voor gratis onderdak, zich maandelijks minstens dertig uur met de bewoners bezighoudt. "Vorige maand hadden we een vrije plek. De studenten stonden in de rij."

Brian van der Graaf van het christelijke Solink.nl uit Dordrecht koppelt studenten aan alleenstaande vijftigplussers, verspreid over het hele land. Ze krijgen een kamer tegen een gereduceerd tarief, in ruil voor wat gezelligheid. "Vraag en aanbod zijn enorm", zegt hij. "Meer moeite heb ik met de corporaties of hypotheekbanken die niet toestaan dat er onderhuur plaatsvindt."

Nieuwe verhoudingen
In Amsterdam heeft de Stichting Vooruit van Aldert de Boer 74 studenten ingezet in negen achterstandswijken. Zij wonen in corporatiehuizen die de komende jaren gerenoveerd worden. Nu nog plukken vier partijen de vruchten van deze samenwerking: de bewoners, de studenten, de gemeente en de corporatie. "Maar er ontstaan nieuwe verhoudingen. De overheid zal zich verder terugtrekken, de corporaties gaan zich noodgedwongen met bakstenen bezighouden."

Misschien moeten de universiteiten wel in dat gat springen, denkt De Boer. Net als in de VS. "Sociaal-maatschappelijk werk zou niet vrijblijvend moeten zijn, maar onderdeel moeten uitmaken van de universitaire wereld, in ruil voor studiepunten."

Zo doen die instituten eindelijk aan het elders ingeburgerde 'maatschappelijk verantwoord ondernemen', zegt hij, en ontstaat er een sociale dienstplicht zónder dat de overheid die ooit heeft ingevoerd.

De Senioren-student

Jochem Vink is druk met Europese Studies, maar twee keer per maand bezoekt hij meneer Peters in Amsterdam-Noord. Ze combineren het nuttige met het aangename. "Soms doe ik de administratie, maar we gaan ook naar het museum of een concert. Nog belangrijker is het bezoeken van het buurthuis in de eigen wijk, zodat hij een sociaal netwerk opbouwt." Vink houdt aan zijn ondersteuning vooral 'een goed gevoel' over en, ook niet onbelangrijk, een mooie activiteit op zijn CV. "Maar dit contact helpt ook bij de ontwikkeling van mijn 'buurtgevoel'. Eerst had ik geen binding met Noord, nu wel." Met dank aan meneer Peters.

Vandaag meer in Trouw over de Taal-student, de Vluchtelingen-student en de Leegstand-student.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden