De strijd van de erven Goudstikker

Trouw kijkt terug op 2006, met mensen die het nieuws haalden. Vandaag Marei von Saher, die met succes de teruggave van de Goudstikker-collectie opeiste.

Nog steeds zwiert Marei von Saher (1944) elke dag over de schaatsbaan van Greenwich, Connecticut in de Verenigde Staten en doet ze haar leerlingen voor hoe ze een pirouette of dubbele axel moeten maken.

Net zoals de schaatsjuf deed vóór 6 februari 2006, toen de Staat der Nederlanden na decennia van weigerachtigheid besloot 202 van de 267 schilderijen uit de Goudstikker-collectie terug te geven aan de erven: Marei von Saher en haar twee dochters.

Von Saher was getrouwd met Edo, de enige zoon van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die in mei 1940 verongelukte aan boord van het schip, waarmee hij met zijn vrouw en zoontje naar Engeland probeerde te vluchten.

Een groot deel van zijn omvangrijke kunstcollectie werd door de Duitsers geroofd. Na de oorlog nam de Nederlandse staat bezit van honderden werken. Negen jaar duurde de strijd van Marei von Saher voor teruggave.

Sinds die februaridag – ’een van de hoogtepunten van mijn leven’ – wil iedereen weten wat ze gaat doen met de collectie, waarvan de feitelijke overdracht uiterlijk in april 2007 moet zijn voltooid.

Ze heeft nog geen besluit genomen, laat ze per mail weten. Ze denkt na over verschillende opties. Eén ervan is de oprichting van een Goudstikker-museum, waarop ze eerder al zinspeelde. Ook zijn er informele contacten met de Nederlandse regering over de mogelijkheid dat een deel van de collectie (in langdurig bruikleen) in Nederlandse musea blijft.

Daarvoor zou de staat een beroep moeten doen op de Wet behoud cultuurbezit. „Maar ik kan hierover nog niet in details treden”, aldus Von Saher, die benadrukt dat alle schilderijen uit de Goudstikker-collectie haar even lief zijn, al heeft ze wel haar favorieten: een winterlandschap van Isaac van Ostade en twee meisjesportretten van Pietro de Rotari.

Von Sahers pogingen om de geroofde kunstwerken terug te krijgen begonnen in 1997, toen de journalist Pieter den Hollander haar opzocht in Amerika en haar confronteerde met haar familiegeschiedenis, waarvan ze tot dat moment geen weet had. Haar man Edo was kort daarvoor overleden en had net als haar schoonmoeder Dési nooit met haar over het verleden gesproken.

Den Hollander was zich gaan verdiepen in de Goudstikker-zaak, omdat hij vermoedde dat Nederland een dubieuze rol had gespeeld. Toen de journalist aan Marei von Saher vroeg haar of ze misschien schilderijen uit de Goudstikker-collectie in huis had, liet ze hem een doekje zien dat ze ooit van haar schoonmoeder had gekregen en dat boven haar bed hing: een beeltenis met twee meisjeskopjes van Morisot. Achterop zat het lakzegel van Goudstikker. Op dat moment viel voor Marei von Saher alles op zijn plek en begon haar strijd, die nog steeds voortduurt.

Met een team van kunsthistorici en advocaten speurt ze naar ongeveer duizend tekeningen en schilderijen, waarvan er nu ongeveer 600 geïdentificeerd en 50 gelokaliseerd zijn, maar elke week komen er nog ontdekkingen bij. De familie heeft pas ruim 30 werken terug, daar komen straks de 202 stukken uit Nederland bij. Het zal nog jaren duren, verwacht Marei von Saher, voordat alle claims zijn toegewezen en ’het onrecht uit het verleden’ ongedaan is gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden