De strijd tussen generaties is in volle gang

De oudste babyboomers worden dit jaar 65 en gaan met pensioen. Jongere generaties nemen het stokje over. Gaat dit gepaard met strijd en conflict, of loopt het niet zo’n vaart? Dreigt een vergaande botsing tussen generaties? Trouw onderzoekt het. Deel 1: wie betaalt de vergrijzing?

’Mijn vrouw en ik, 75 en 81 jaar, hebben beiden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Wij gingen slecht gekleed en slecht gevoed naar school. Na de mulo heb ik avondstudies gedaan, op eigen kosten. Op mijn zeventiende ben ik gaan werken, mijn vrouw deed de kweekschool en begon op haar achttiende. Wij hadden nog een zesdaagse werkweek. Uiteindelijk heb ik carrière gemaakt en heb nu AOW plus twee kleine pensioentjes. Dankzij het ABP-pensioentje van mijn vrouw hebben wij het redelijk, maar een luxe appartement met de bijbehorende verzorging is onbereikbaar. En nu lijkt het erop dat wij eindelijk eens mogen meepraten in het pensioenbestuur. Natuurlijk denken we dan aan onze eigen belangen. In 1946 hebben wij hard gewerkt voor onszelf, maar ook voor anderen om dit land op te bouwen. Wie zegt dat ouderen niet brede belangen zullen dienen?”

Dit schreef een verontwaardigde lezer aan deze krant naar aanleiding van een artikel over de welvaart van ouderen en hun recht om zitting te nemen in pensioenfondsbesturen. Hij is niet de enige die reageert. Zodra de krant bericht over generaties die beter af zouden zijn dan andere, over eerlijke verdeling van kosten of onderlinge solidariteit, dan zijn het altijd de ouderen die in groten getale voor hun positie opkomen. In vaak emotionele reacties. Het vormen waardevolle bronnen voor een journalist. Het zijn namelijk hele persoonlijke ervaringen met de politieke werkelijkheid. De AOW en pensioenvoorziening gaan niet alleen om geld, er gaan achter deze abstracte wetgeving diep menselijke waarden schuil. Solidariteit, verbondenheid, zorg, dankbaarheid, wederkerigheid, waardigheid en loyaliteit zijn slechts enkele waarden die in deze brieven verdedigd worden.

De angst van de schrijvers, bijna allemaal 55-plussers, is dat de jongere generatie deze normen niet meer deelt. Tussen generaties speelt zich veel af dat niet in harde cijfers is uit te drukken. Pensioen en AOW zijn daarin uitzonderingen die veel blootleggen van wat zich onder de oppervlakte beweegt.

Henk Becker, emeritus hoogleraar sociologie en generatiedeskundige, verbaast zich niet over de bezorgdheid in de brieven. „Ik ben er al sinds 1985 mee bezig, maar het zijn juist deze onderwerpen waardoor burgers zich nu voor het eerst realiseren voor welk probleem de vergrijzing ons stelt. De pensioencrisis heeft mensen wakker gemaakt.”

Voor Trouw zijn deze brieven, de reacties op de website en de veelvuldig aangeboden opiniestukken aanleiding om te onderzoeken hoe de generaties in Nederland zich tot elkaar verhouden. Juist nu de oudste babyboomers vanaf dit jaar 65 worden en op het punt staan officieel met pensioen te gaan, is het moment gekomen dat de jongere generatie het stokje moet overnemen. Hoe zal die machtsoverdracht verlopen? Zal die gepaard gaan met een generatiestrijd? Welke normen zullen sneuvelen, welke opbloeien?

In het eerste deel van deze serie staat centraal welke generatie wint, en welke verliest: wie profiteert en wie betaalt teveel? „Er zijn nu eenmaal geluksvogels en pechvogels”, waarschuwt Becker. Want het maakt nogal wat uit wanneer je precies wordt geboren. Bovenstaande lezer heeft de pech gehad voor de oorlog te worden geboren. Becker: „Je had voor de oorlog nog net met een klassenmaatschappij te maken, daardoor stonden bepaalde beroepen niet voor iedereen open. Ben je geboren in de jaren twintig, dan is je positie nog benarder: misschien heb je wel moeten onderduiken, of dienst moeten nemen in het leger. Maar ben je verwekt kort na de oorlog, dan heeft je wereld er volstrekt anders uit gezien. Het hoger beroepsonderwijs en de universiteit staan open voor iedereen, en na het afstuderen heb je kunnen meeprofiteren van de economische groei van de tweede helft van de twintigste eeuw.”

Een generatie wordt bepaald door de maatschappelijke omstandigheden waarin deze de zogeheten formatieve periode doormaakt. Becker: „In die periode, die begint op je tiende en een hoogtepunt bereikt op je twintigste, ben je ontvankelijk voor nieuwe kennis en extra gevoelig voor effecten van maatschappelijke gebeurtenissen. Bovendien moet je je plaats in de samenleving verwerven. Voltooi je je opleiding niet, vind je niet direct een geschikte werkkring, dan heeft dat levenslange gevolgen.” Zo kunnen investeringen in het onderwijs of een periode van jeugdwerkloosheid bepalen of je tot de geluks- of pechvogels behoort.

De vergrijzing van Nederland zou wel eens voor een hele generatie pechvogels kunnen zorgen, als de kosten daarvan niet eerlijk worden verdeeld. De druk op zorg, pensioenen en AOW zal snel toenemen. Becker: „De babyboomers van pal na de Tweede Wereldoorlog treden tussen nu en 2012 uit. Dat heeft meteen veel gevolgen, want deze cohorten waren het omvangrijkst.” Het aantal 65-plussers is nu 2,5 miljoen. Als de ’vroege babyboomers’ uitgetreden zijn, in 2020, zijn dat er 3,3 miljoen. Daartegenover staan 9,9 miljoen mensen tussen de 20 en 64 jaar. In 2040, als ook de generatie X of ’late babyboomers zullen zijn uitgetreden, zijn er 4,5 miljoen 65-plussers in Nederland. De beroepsbevolking bestaat dan uit 9,2 miljoen mensen. Er zijn in 2040 dus maar twee keer zoveel werkenden als gepensioneerden. Nu zijn dat er nog vier keer zoveel.

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) kan de verwachte toekomstige staatsschuld wel vijf keer zo groot worden als de huidige staatsschuld. Om dit gat te dichten moet er bezuinigd worden. Die bezuiniging moet volgens het Planbureau 29 miljard per jaar opleveren. Hoe langer je daarmee wacht, hoe meer toekomstige generaties – zeg maar de veertigers en jonger – moeten gaan betalen. Het ligt voor de hand om de kosten voor iedere generatie zo gelijk mogelijk te verdelen. Maar de vraag is wel wat gelijk is: kun je wel berekenen hoe ’rijk’ iedere generatie is en hoeveel ze dan moet inleveren ten bate van een andere?

Politici hebben voor een eerlijk beleid last van de beelden die bestaan en lang niet altijd kloppen, zegt D66-Kamerlid Boris van der Ham. „Je merkt dat er een mantra is dat telkens weer wordt ingezet als het om babyboomers gaat: Deze mensen hebben het land opgebouwd. Daar klopt natuurlijk helemaal niets van. Dat heeft de generatie voor hen gedaan. Toch volgt er altijd weer snel een terugtrekkende beweging als de beelden van hardwerkende babyboomers worden opgeroepen.”

Ruud de Mooij, hoogleraar economie en onderzoeker bij het CPB, ziet dat de overtuiging dat babyboomers de rijkste generatie zijn, hardnekkig is. Uit onderzoek van vakcentrale CNV en Trouw bleek dat 43 procent van de Nederlanders vindt dat vijftigers en zestigers het meest profiteren van arbeidsvoorwaarden en verzorgingsstaat. Slechts 2 procent denkt dat veertigers daarvan het meest profiteren, 11 procent kent dat profijt toe aan twintigers en dertigers.

Het is onmogelijk om de precieze rijkdom van iedere generatie uit te rekenen, zeggen zowel De Mooij als zijn collega-onderzoeker bij het CPB, econoom Harry ter Rele. De moeilijkheid bij het vaststellen van de welvaart van een generatie zit hem in de diverse kosten en baten die je moet meewegen. Het gaat om vaste financiële bronnen als inkomen, spaargeld, pensioengeld, huizenwaarde, schulden en profijt van overheidsgeld.

Een andere factor van belang zijn de crises die geld kosten. Niet alleen financiële crises maar ook dreigende natuurrampen door klimaatverandering. Geef je nu al geld uit om die te voorkomen, bijvoorbeeld door dijkverzwaring en beperking van CO2-uitstoot, of ga je achteraf repareren? De keuze is dan feitelijk: laat je de huidige belastingbetaler opdraaien voor kosten waar hij nooit meer van zal profiteren, of laat je de door de ramp getroffen generatie veel betalen?

Het CPB heeft onlangs voor het eerst een volledig historisch onderzoek kunnen doen naar hoeveel mensen van iedere leeftijd geprofiteerd hebben van de overheid. Ofwel, wat je terugkrijgt voor je ingelegde belastinggeld aan bijvoorbeeld opleidingsmogelijkheden, kwaliteit van het openbaar bestuur of infrastructuur. Het gaat om het saldo over het hele leven.

Het resultaat was dat dertigers per jaar gemiddeld 2000 euro meer terugontvangen aan overheidsdiensten dan zij aan belasting betalen. Veertigers 1800 euro, vijftigers 1500 euro, zestigers niets, en zeventigers en tachtigers leggen op de overheid toe. Mensen jonger dan dertig profiteren minder dan dertigers: 1500 euro voor twintigers en dat neemt voor jongeren nog verder af. Ongeborenen beginnen met een profijt van 500 euro per jaar.

Het ’geluk’ van de huidige dertigers bestaat grotendeels uit de rijkdom aan aardgas die in 1959 gevonden werd en de groei die de economie doormaakte tussen de jaren zestig en het eind van de vorige eeuw. Vanaf de jaren zestig was de omvangrijke groep babyboomers oud genoeg om zelfstandig te consumeren. Er ontstond een enorme markt, mensen verdienden daardoor steeds meer geld en gingen meer belasting betalen voor publieke faciliteiten. Daar plukken de dertigers nu de vruchten van.

Toch kun je niet zomaar zeggen dat de dertigers de rijkste groep zijn. Ter Rele: „De generaties hebben hele verschillende kansen gehad om op persoonlijk niveau kapitaal te vergaren. Daar hebben we niet precies zicht op. Dat veel babyboomers en ouderen een huis hebben gekocht aan het begin van de jaren negentig, heeft hen tienduizenden euro’s winst opgeleverd, als het niet méér is. Dat zijn getallen die de berekening van welvaartsniveau weer volledig op zijn kop zetten. Ook omdat die gestegen huizenprijzen ten koste gaan van jongeren die een huis willen kopen. Met zekerheid kunnen we daar nu nog niets over zeggen, maar in 2011 verwacht het CPB een onderzoek naar profijt van woningwaarde te kunnen publiceren.”

De individuele rijkdom van babyboomers bleek onlangs nog een uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 50- tot 65-jarigen bleken in 2008 de rijkste groep Nederlanders te zijn. Zij hadden een gemiddeld vermogen van 88.000 euro. Van de 10 procent rijkste Nederlanders, was 43 procent van deze leeftijd. Dit is een relatief hoog percentage, aangezien maar 27 procent van de Nederlandse huishoudens in 2008 een 50- tot 65-jarige als hoofdkostwinner had. Maar tijdens de crisis betalen gepensioneerden en bijna-gepensioneerden weer de hoogste prijs, onderzocht het CPB. De verliezen in de pensioenfondsen kunnen de koopkracht van gepensioneerden geboren rond 1950 in de toekomst met zo’n 15 procent doen krimpen. Zij hebben de meeste last van het niet meegroeien van het pensioen met de inflatie (indexatie). Immers, voor hen is het te laat om voor alternatieve inkomstenbronnen te zorgen en ze moeten nog relatief lang van het pensioen leven.

„De cijfers over kosten en baten van babyboomers vliegen je nogal eens om de oren”, zegt Ter Rele. Het borreltafelgehalte van de discussie over de rijkdommen van verschillende generaties is nogal hoog. „Daarom is het des te belangrijker dat wij precies uitrekenen hoe de verhoudingen liggen.”

De pensioenkosten leiden in menig gezin tot onenigheid. „Ik heb het er met mijn vader niet meer over”, zegt Jaap Spreeuwenberg (34), oprichter van Coolpolitics, een stichting die het politieke bewustzijn van bij jongeren wil bevorderen. De vergrijzing staat ook op de agenda bij Coolpolitics. „Hoe goed onze relatie verder ook is. We krijgen meteen ruzie. Hij vindt echt dat hij volledig recht heeft op zijn pensioen, dat waarde- en welvaartsvast moet zijn. Hij beroept zich op oude rechten, die ik hem niet gegeven heb. Maar ik ben er van overtuigd dat de rijkdom van het vergrijsde deel van de bevolking ten koste gaat van dertigers en veertigers. Daarom zou ik mijn geld niet meer in een pensioenfonds storten, maar op een eigen spaarrekening.”

Jongeren zijn er niet gerust op dat hun welvaart later net zo groot zal zijn als die van hun ouders. Toch gaat het CPB er nog altijd vanuit dat de welvaart elk jaar met 1,7 procent zal groeien ten opzichte van nu. „Maar over dit cijfer hangt een hele grote onzekerheid”, waarschuwt De Mooij. „De angst voor de klimaatcrisis, de financiële crisis, de grondstoffencrisis, de pensioencrisis en de voedselcrisis beperken de verwachting van toekomstige welvaartsgroei. Risico’s wegen in de beleving van mensen heel zwaar.”

Het pessimisme over de toekomst bestaat niet alleen onder jongeren. Tilburgse wetenschappers onderzochten in welke decennia Nederlanders graag geboren hadden willen worden. De jaren zestig waren het meest populair, 34 procent van de Nederlanders had dan wel ter wereld willen komen. De jaren tachtig en negentig kwamen als minst gewenste periode uit de bus voor respectievelijk 10 en 8 procent van de Nederlanders.

Economisch gezien wachten de huidige twintigers en dertigers inderdaad wat tegenslagen. Steeds duidelijker tekent zich af dat de pensionering van de babyboomers niet vanzelfsprekend leidt tot een overschot aan banen en een daling van de werkloosheid. Krimp van de (werkzame) bevolking leidt ook tot een krimp van de markt.

Bovendien zal de economische crisis een lange nasleep hebben. Het CPB verwacht dat die een productiviteitsverlies van 5 procent oplevert, wat lang zal doorwerken op de arbeidsmarkt. Banen worden vernietigd en niet vervangen, er wordt minder onderzoek gedaan en minder ervaring opgebouwd. Salarissen en pensioenopbouw zullen voorlopig relatief laag blijven. Voor starters op de arbeidsmarkt kan dit voor de rest van hun leven nadelig uitpakken.

En dan zijn er nog de veertigers, geboren in de – volgens het Tilburgse onderzoek – ’gunstige’ jaren zestig. Henk Becker betitelt deze groep echter als de ’Verloren generatie’. Ze hebben geen vliegende start gehad op de arbeidsmarkt in de moeilijke jaren tachtig, en worden nu ook nog eens geconfronteerd met pensioenhervormingen. Doorwerken tot 67 zal zeker voor hen gaan gelden. Zij leggen bovendien al een half leven pensioenpremies op tafel, maar krijgen zeker met versoberingen van dat pensioen te maken. Aan de andere kant is er nog wel gelegenheid om tekorten te compenseren. Zij hebben ook kunnen profiteren van de gunstige jaren negentig, en zijn vaak al huizenbezitter.

Eenduidig is het dus niet, wie ’geluksvogel’ en ’pechvogel’ is. De babyboomers hebben de schijn van welvaart tegen. Voor babyboomers staat grotendeels vast wat zij in hun leven opgebouwd hebben. Jongeren leven nog in onzekerheid en de voortekenen zijn niet gunstig. Dat zorgt voor spanningen tussen jong en oud. „Er is nog veel meer onderzoek nodig naar de financiële posities van generaties”, zegt Ter Rele. „Hoe beter het beeld daarvan, hoe makkelijker het politici wordt gemaakt om eerlijk te verdelen. En dat voorkomt sociale onrust.”

(ILLUSTRATIE PIETER GEENEN)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden