De strijd tegen terreur begon al in 1815 - met fatsoen

Beatrice de Graaf Beeld ANP

De vanzelfsprekendheid om van de overheid te verlangen dat ze voor veiligheid zorgt, begon volgens terrorismedeskundige Beatrice de Graaf in 1815. Haar nieuwe boek gaat over die periode. 

Beatrice de Graaf is zo iemand die de nuance brengt als er ergens op de wereld een aanslag is gepleegd. Een gezicht op tv dat het publiek geruststelt en uitlegt dat de Derde Wereldoorlog niet op het punt van beginnen staat, maar dat we nou eenmaal leven in een tijd waar aanslagen iets zijn om rekening mee te houden.

Zelf noemt ze dat het gezonde verstand van een wetenschapper. “Ik vind het mijn taak om te helpen duiden wat er aan de hand is. Als historicus van de internationale betrekkingen heb ik een brede blik en kan ik gebeurtenissen in perspectief plaatsen. Dat mis ik nog weleens in het publieke debat na een aanslag”, zegt ze in haar werkkamer op de Universiteit Utrecht, de plek waar ze geschiedenis studeerde en waar ze sinds 2014 hoogleraar is.

In de tussentijd veranderde er een hoop. In Nederland dan, volgens De Graaf niet zozeer in haar. “Toen ik student was, werd ik gezien als achterhaald en rechts omdat ik naar de kerk ging. Nu word ik voor links uitgemaakt. Terwijl mijn standpunten volgens mij redelijk hetzelfde zijn gebleven. Ik ben nog steeds lid van dezelfde politieke partij en ik vertel nog steeds graag het verhaal over hoe we problemen oplossen.”

Het heden begrijpen door de geschiedenis te kennen. Dat is ook het idee achter het nieuwe boek van De Graaf, ‘Tegen de Terreur, hoe Europa veilig werd, 1815-1820’, dat deze week verschijnt. Ze gaat daarin gedetailleerd in op de gezamenlijke Europese strijd tegen geweld en opstandigheid in de periode direct nadat Napoleon was verslagen.

Waarom juist die periode?

“Het jaar 1815 is net zo belangrijk om de hedendaagse problemen te begrijpen als de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Het was het moment dat de nationale veiligheidsstaten ontstonden zoals we die nu nog steeds kennen – en het moment dat ze structureel gingen samenwerken. Mensen waren zo geschrokken van de wreedheden van de jaren daarvoor dat het idee heerste dat er een stabiele staat nodig was om dat voorgoed te voorkomen. Voor de Franse Revolutie werd alles vooral lokaal opgelost. Nu moest dat nationaal worden opgetuigd. Een pure noodzaak.”

Waarom weten we dan relatief weinig van die periode af?

“De negentiende eeuw is een ondergeschoven kindje in de geschiedenisboeken. Het heeft een wat stoffig imago. Napoleon, die kennen we nog wel. De tijd daarna wordt vaak beschreven als aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. De geschiedenis gaat meestal over grote mannen die op weg zijn naar grote conflicten.”

De Graaf (42) groeide zelf op in de tijd van de Koude Oorlog. Ze zag hoe na de val van de muur de welvaart groeide. Hoe ze haar eerste Nike-schoenen kreeg en hoe er alleen nog maar vrede zou zijn. “De democratie had gewonnen, we zouden de geheime diensten kunnen afschaffen. Toen kwam 11 september 2001. Opeens was die periode van vrede sinds 1989 voorbij. Hoewel achteraf duidelijk is geworden dat de veranderingen al een tijdje gaande waren. Dat de verhoudingen tussen Oost en West al waren veranderd.”

Er volgden meer aanslagen. Zoals in 2004 in Madrid. Juist het jaar dat De Graaf net gepromoveerd was op de DDR en ze had bedacht nu het einde van het tijdperk van de Spaanse dictator Franco te gaan ontrafelen. “Ik was wel even klaar met Duitsland, dus ik besloot naar Spanje te gaan. Ik was er vlak na de aanslag en zag al die briefjes, al die portretten van slachtoffers. Toen besefte ik dat het niet alleen om de macroverhalen gaat, maar ook om de kleine verhalen. Die van gewone mensen.”

Het onderzoek naar Franco kwam er niet. De Graaf had niet de klik met Spanje zoals ze die eerder in andere landen waar ze werkte – Duitsland, Italië, Engeland, de Verenigde Staten – wel had gevoeld. “Als historicus moet je naar de grenzen van je bestaanshorizon. Je moet op je tenen gaan staan en eroverheen kijken. Dat is niet makkelijk. Ik moet een gevoel hebben: dit kan ik gaan begrijpen. Dit kan ik gaan duiden. Ik vond Spanje een heel gesloten, masculiene en autoritaire samenleving. Daar ging me dat niet lukken.”

Voor haar nieuwe boek dook De Graaf vijf jaar lang in archieven, op zoek naar verhalen die nog niet eerder zijn verteld. Reisverhalen van vrouwen bijvoorbeeld, die een inkijkje geven in het veiligheidsgevoel van gewone burgers. “Troostrijk”, noemt De Graaf dat werk. “De brieven die je tegenkomt, de verhalen. Het was gruwelijk toen. Heel treurig natuurlijk, maar dan denk ik: kijk waar we nu staan.”

U beschrijft hoe terreur in 1815 werd bestreden met fatsoen. Is dat nu anders?

“De revolutionaire en Napoleontische jaren waren vol grootse, meeslepende dromen en hartstochten. Alles moest anders. Na 1814 kwam juist de bedachtzaamheid weer op de troon; de mensen verlangden naar orde, rust en stabiliteit en waren wel even klaar met hartstocht en terreur. Toen heerste het idee om samen te werken voor een gemeenschappelijk doel: vrede en veiligheid. Men moest wel. Het land was verbrand, de bevolkingsaantallen liepen terug. De staten van Europa hadden elkaar nodig.

“We zitten nu in een totaal andere situatie. De collectieve en directe herinnering aan de oorlog is verdwenen. Het overkoepelende gevoel van solidariteit dat naoorlogse leiders bezielde is er niet meer, evenmin als de geest van wederopbouw. Dat zie je terug op allerlei niveaus: in de stad nemen de segregatie en de ongelijkheid toe. Landen in de westerse wereld kunnen niet meer door één deur.

“Ik heb al eerder gezegd dat ik verwacht dat er nog meer aanslagen gepleegd zullen worden. Maar ik ben niet iemand die zegt: we zitten op dit moment in de jaren dertig van de vorige eeuw, in de aanloop naar een nieuw groot conflict. We zitten meer in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Regeringen staan onder druk in eigen land. Je ziet dat regeringen bang zijn voor het eigen volk, voor het electoraat, dat ze zich laten opjagen door demagogen.

“In dit verhitte tijdperk zijn dringend leiders nodig die de waarde van het kalme gemoed belichamen. Niet paternalistisch of moralistisch, maar bedachtzaam en pragmatisch. Er zijn momenten in de geschiedenis dat één enkel optreden alles kan laten kantelen. Een toespraak van één president. In 1914 was het één aanslag. Als er morgen iets geks gebeurt, kan alles anders zijn.”

Er zijn vorige week terreurverdachten opgepakt, er is vorige maand op Amsterdam Centraal daadwerkelijk een aanslag gepleegd. Maar dat lijkt weinig gevolgen te hebben?

“De ene terreurdaad moet de andere overstijgen, anders volgt gewenning. Het is tragisch, maar de aanslag in Amsterdam past in een reeks. En je ziet op sociale media echt wel dat er mensen boos zijn. Mensen schelden graag op de zittende macht. Ze schoppen ertegenaan, soms tot doodsbedreigingen aan toe. Tegelijk verwachten ze van alles van de macht. Ze willen dat ze maatregelen nemen, dat ze met beleid komen, dat ze ons beschermen. Dat is vreemd. Precies dat denken, dat de staat ons kan beschermen, is in 1815 ontstaan.

“Napoleon heeft de burgerwachten afgeschaft, heeft de overheid het geweldsmonopolie gegeven, en dus de controle, heeft paspoorten uitgevonden en de eerste geheime diensten. Na 1815 namen de machthebbers van Europa dat graag van hem over. Zij het nog wat hapsnap en nog niet zo geavanceerd als de geheime diensten die we nu kennen. Maar sindsdien bestaat dus het idee dat de staat alles levert, dat die zorgt voor veiligheid. En dat idee bestaat nog steeds.”

Gedragen we ons, met andere woorden, als verwende nesten?

“De last van veel geluk. Dat is denk ik wel van toepassing. Vooral in de jaren negentig ontstond dat. Als ik hoor waar studenten vinden dat ze recht op hebben. En ik zie het trouwens ook bij mijn eigen kinderen. Toen ik dertien was, gingen we met de gesmeerde boterhammetjes op stap. We gingen niet op een terras zitten. En we waren niet arm. Nu ga ik wandelen met mijn kinderen in het bos en vragen ze: waar zit hier het restaurant?”

“Ik denk dat mensen nu gemakzuchtiger zijn dan in 1815. Toen was er meer plichtsbesef. Men cijferde zichzelf weg voor het hogere doel. Nu mag democratie vooral niet te veel tijd kosten. Ik ben opgevoed met het idee dat vrijwilligerswerk bij het burgerschap hoort. Nu is er vooral twittervrijwilligheid. Het is allemaal gericht op de korte termijn. Het gaat veel meer om scoren dan om de inzet voor de publieke zaak.”

Is het een succes, de staat verantwoordelijk maken voor de veiligheid?

“Kwam er weer oorlog? Ja. In Europa brak in de jaren vijftig van de negentiende eeuw de Krimoorlog uit, en later nog de Frans-Duitse oorlog. Maar dat waren regionale conflicten, een wereldoorlog kwam er pas in 1914. De relatieve vrede en veiligheid in Europa ging wel ten koste van burgerrechten en democratisering. En van bepaalde groepen. Vrouwen, vreemdelingen, ze hadden geen inspraak. ­Bovendien gebruikten de Europese staten die vrede als kans om gezamenlijk los te gaan in de koloniën, in Azië en Afrika.”

Gaat de drang naar veiligheid niet altijd ten koste van andere rechten? Nu gaat het vooral over het verlies van privacy.

“In een situatie van onveiligheid, van aanslagen, is het doel: veilig zijn. Dan ben je snel bereid privileges op te geven. Op de korte termijn is dat misschien effectief, de vraag is of dat op de langere termijn ook zo is. Je zag het in de negentiende eeuw. Engeland en ook Nederland lieten de burgerrechten nog enigszins overeind. Er was bijvoorbeeld nog best ruimte voor critici in kranten. In Pruisen, Oostenrijk en Rusland werd alles verboden. Daar zag je dat het ondergronds ging. En uiteindelijk leidde dat tot conflicten.

“Ik denk dat heftige tijden, heftige interventies nodig hebben. Maar wat wel uit de geschiedenis blijkt: de staat geeft eenmaal verworven bevoegdheden nooit meer terug. Juist daarom moet er bij alle noodzaak van veiligheidsbeleid en Europese samenwerking tegen terreur ook doorlopend zorg zijn voor democratische controle, voor inspraak en vrijheden van mensen.”

Beatrice de Graaf, ‘Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon’. Uitgeverij Prometheus, 536 pag, € 27,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden