De strijd is nog niet voorbij

De publieke omroep lijkt sinds de drastische vernieuwing van vorig jaar weer op te krabbelen. Het is een goede zet geweest, luidt bij velen de conclusie. Maar achter de schermen voeren de omroepen nog steeds een verbeten strijd met de raad van bestuur van de publieke omroep.

’Mij zul je niet horen klagen. Het gaat fantastisch.” Van presentatrice Antoinette Hertsenberg geen onvertogen woord over de nieuwe programmering van de publieke omroep. Dat is niet zo gek. Hertsenberg presenteert de Tros-programma’s ’Radar’ en ’Opgelicht’ en die weten keer op keer bijzonder goede kijkcijfers te behalen. ’Radar’ haalt niet zelden meer dan twee miljoen kijkers. „Schitterend toch?”, vindt Hertsenberg.

Beide programma’s staan geprogrammeerd op Nederland 1. Sinds de herindeling van de drie publieke tv-netten doet vooral die zender het buitengewoon goed. Het net is dag in dag uit marktleider op de Nederlandse televisie. Dat is wel eens anders geweest. De publieke omroep was – zoals het in de talloze rapporten dan heet – in een neergaande kijkcijferspiraal beland. Steeds meer kijkers haakten af. De publieken probeerden van alles, maar niets hielp.

Totdat de raad van bestuur van de publieke omroep, onder leiding van voorzitter Harm Bruins Slot, in januari 2005 heftig ingreep: de netten moesten op de schop. De omroepen zouden hun vaste uitzendnet kwijtraken. Het kijkgedrag moest leidend worden, stelde de raad van bestuur. Mensen kijken niet naar omroepen, maar naar programma’s. Nederland 1 werd een breed familienet, Nederland 2 verdiepend en zingevend en het derde net innovatief en gericht op jongeren.

De nieuwe strategie lijkt te werken. Althans, de neergaande kijkcijferspiraal is tot stilstand gebracht. Bruins Slot hield vorige maand een juichende nieuwjaarstoespraak. „De Nederlandse publieke omroep vaart weer scherp aan de wind, zet zijn koers uit in onstuimig vaarwater.”

Nu doen Nederland 2 en 3 het een stuk minder dan het eerste net, maar de tevredenheid over die netten groeit. „Vooral op Nederland 2 is het nog tobben”, zegt KRO-directeur Ton Verlind. „Daar is toch een beetje gebeurd wat vooraf werd gevreesd: er staan tal van op zich heel fraaie, verdiepende programma’s bij elkaar, maar het vormt geen goed geheel en het is voor de omroepen op dat net moeilijk om zich te profileren. Het is geen herkenbaar net.”

„Ben je als publieke omroep op aarde om zoveel mogelijk kijkers te trekken”, vraagt EO-presentator Tijs van den Brink, „of wil je zo veel mogelijk kijkers trekken met typisch publieke programma’s? Wat mij betreft: dat laatste. Ik denk dat het goed is geweest dat de drie netten opnieuw zijn ingedeeld, maar tegelijkertijd is het idee dat kijkcijferhits kijkers kunnen opleveren voor informatieve of levensbeschouwelijke programma’s verlaten. De kijkcijferhits versterken in het huidige model vooral elkaar.” Zorgelijk, vindt Van den Brink.

„Ik vind ’Nova’ en ’Rondom Tien’ bijvoorbeeld belangrijker en publieker dan ’Blik op de weg’. Daarom zou de publieke omroep die programma’s zo moeten programmeren dat er zoveel mogelijk mensen naar kijken.”

Het blijkt dat programma’s die voorheen op Nederland 1 stonden geprogrammeerd (van EO, KRO en NCRV) en naar Nederland 2 zijn verhuisd, nu over het algemeen minder kijkers trekken. Met programma’s die voorheen op Nederland 3 (Vara, NPS, VPRO) stonden, is doorgaans precies het tegenovergestelde het geval. Vooral de EO heeft er last van. Het totale marktaandeel van EO-programma’s is weliswaar ongeveer gelijk gebleven, maar dat komt vooral omdat de EO-programma’s die nu op Nederland 1 staan goed scoren. EO-programma’s op Nederland 2 doen het nu juist minder. Terwijl, luidt de EO-klacht, dat juist de programma’s zijn waarmee de omroep zich wil profileren.

Vooral Nederland 2 lijkt flink te lijden onder het succes van Nederland 1. De talkshow ’Pauw & Witteman’, laat op de avond op Nederland 1, doet het zó goed dat de documentaires die tegelijkertijd op Nederland 2 worden uitgezonden daar flink onder lijden. ’Pauw & Witteman’ is eigenlijk té succesvol, luidt soms de Hilversumse verzuchting.

„Als je besluit om alle succesnummers bij elkaar op Nederland 1 te plaatsen, creëer je automatisch stevige concurrentie voor de andere netten”, zegt Ad van Liempt, eindredacteur van ’Andere Tijden’ (NPS). „Maar toch heb ik het idee dat Nederland 2 aan het opklimmen is. De laatste twee afleveringen van ’Andere Tijden’ trokken zo’n 700.000 kijkers. Dat is ongekend veel voor zo’n programma. Ik was helemaal geen voorstander van deze nieuwe programmering, maar we moeten nu toch concluderen dat het verstandig is geweest.”

Maar koek en ei is het zeker nog niet in Hilversum. De omroepen waren bijna allemaal faliekant tegen de nieuwe zenderindeling. Uitgezonderd EO, BNN en NOS voeren ze liefst achttien gerechtelijke procedures tegen de raad van bestuur. Vergaderingen tussen omroepdirecteuren en de netcoördinatoren verlopen niet zelden uiterst moeizaam. De omroepbazen vinden dat de raad van bestuur en de netcoördinatoren zich met zaken bemoeien waar ze niets over te zeggen hebben.

De invloed van de omroepen is afgenomen. Sinds een jaar maken de omroepvoorzitters geen deel meer uit van de raad van toezicht van de publieke omroep. Daarvóór kon die raad talloze besluiten blokkeren. Nu kan dat niet meer en Bruins Slot schroomt niet om daar gebruik van te maken.

Zonder die nieuwe constructie was de nieuwe zenderindeling waarschijnlijk nooit mogelijk geweest. De raad van bestuur krijgt steeds meer de regie in handen. Kregen de omroepen voorheen een zak geld om programma’s te maken, nu krijgen ze geld per programma en worden aan elk programma meer eisen gesteld.

„Wij voeren die procedures omdat we vastgesteld willen hebben tot hoever de raad van bestuur mag gaan”, zegt Verlind. „Die groeiende invloed en bemoeienis is onmiskenbaar en wij vinden dat dat nu maar eens moet ophouden.” EO-directeur Henk Hagoort noemt de vele procedures die de omroepen vormen juist ’een onderdeel van het verwerkingsproces van een aantal directeuren en voorzitters om aan de nieuwe situatie te wennen’. Bruins Slot, intussen, klaagt steeds over het onbestuurbare karakter van de publieke omroepwereld. 22 omroepen – want zoveel zijn er, alle kleintjes ook meegeteld – is veel te veel, vindt hij.

„De omroepbazen maken zich vooral druk over het voortbestaan van hun organisaties”, zegt Van Liempt. „Begrijpelijk, maar daarmee staan ze mijlenver van de werkelijkheid en van hun programmamakers. Die laatsten hebben vaak veel meer begrip voor de raad van bestuur. Omroepen zijn ontstaan in een verzuilde samenleving. Die verzuiling bestaat niet meer, maar de omroepen lijken dat niet te willen zien. Het is haast eenvoudiger om van een vierkant een cirkel te maken dan ze te overtuigen van die nieuwe realiteit. Maar intussen geven ze wel sloten met geld aan al die procedures uit. Een bloody shame is het. Terwijl de programmamakers vaak elk dubbeltje om moeten draaien om nog goede programma’s gemaakt te krijgen. Het zou beter zijn als de omroepen zich erop voorbereiden dat ze geleidelijk veranderen in productiehuizen die in opdracht van de raad van bestuur mooie programma’s leveren.”

Verlind noemt dat pleidooi een ’miskenning van de politieke werkelijkheid’. „Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat omroepen ook in het uitstippelen van beleid een rol moeten blijven spelen en dat dit niet alleen overgelaten kan worden aan de raad van bestuur, die nu wel dat alleenrecht opeist en dat is precies waartegen omroepen in het geweer komen. Bruins Slot is streng en centralistisch bezig. Hij zou de teugels meer moeten laten vieren. Programmamakers ondervinden trouwens geen enkele schade van de juridische procedures. De kosten daarvan, niet meer dan vijftig- tot zestigduizend euro per omroep, worden gewoon betaald uit de eigen omroepgelden.”

Maar de financiële zorgen zijn wel degelijk groot. De publieke omroep heeft al flink moeten bezuinigen, de reserves raken uitgeput. De zomerperiode (waarin veel meer herhalingen worden uitgezonden) duurt inmiddels liefst zeventien weken. Antoinette Hertsenberg: „Soms moeten wij voor onze programma’s onderwerpen laten liggen omdat het net een paar honderd euro te veel kost.” Bruins Slot heeft in Den Haag een claim van 125 miljoen euro bovenop het reguliere budget neergelegd. „Als we dat niet krijgen, kunnen we niet meer aan de kwaliteitseisen voldoen.” Dat is, voor de verandering, iedereen in Hilversum met hem eens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden