De straat op, met dank aan Fortuyn

Het klonk luid en duidelijk vorig jaar: de media pleegden karaktermoord op Pim Fortuyn. Getuige de felle woorden bij de herdenkingen dinsdag, zijn Fortuynisten daarvan nog steeds overtuigd. Journalisten op hun beurt kropen in hun schulp, debatteerden over wat er mis ging en waarom ze Fortuyn niet op waarde hadden geschat. Ze beloofden collectief beterschap. Wat kwam daarvan terecht?

Tenminste 92 keer haalde een ingezonden brief van Erik van Loon het afgelopen jaar de krant. Trouw (11 keer), maar ook de Volkskrant (11), Metro (10), De Telegraaf (3), Algemeen Dagblad (6), NRC Handelsblad (3) en Het Parool (7). De kroon spande het Financieele Dagblad met 16 bijdragen. Van Loon stuurde zijn brieven ('kunstwerken, vrij van ideologie', bleek later) wekelijks naar alle krantenredacties, die daar dankbaar gebruik van maakten. Doel van zijn 52 creaties: 'hen (de mediacratie) en het publiek beïnvloeden zoals Pim Fortuyn dat als geen ander deed'.

Of Van Loon met zijn brieven het publiek heeft beïnvloed, is moeilijk te toetsen. Wel wist hij met zijn eenmans-actie de achilleshiel van krantenredacties te raken. De angst van een FD-redacteur -'Het gevaar is dat uw mening in geen enkele krant terecht komt omdat u geen keuze maakt in welke krant u uw mening wilt terugzien'- bleek ongegrond. Kranten waren dolblij met ieder redelijk klinkend geluid dat leek op de 'stem van het volk'. Want 'Fortuyn' leerde immers, dat de media de voeling met Nederland moesten terugwinnen.

De pers was de gebeten hond, vorig jaar. Pim Fortuyn was nog niet dood of de discussie over de rol van de media barstte los. De moord was mogelijk gemaakt door de demonisering in de media, zei LPF-er Mat Herben diezelfde avond nog. ,,De kogel kwam van links'', zei partijgenoot Peter Langendam, wijzend naar het 'linkse bolwerk van politici en pers'. Dinsdag bij de herdenking van Fortuyns sterfdag klonk hetzelfde geluid. ,,Politiek en media hebben Fortuyn onderworpen aan de meest abjecte vormen van discriminatie en karaktermoord'', zei Bob Smalhout bij de studio van Radio 3FM. ,,Natuurlijk hebben de media Fortuyn gigantisch kapotgemaakt'', zei Fortuyns chauffeur Hans Smolders die ochtend in 'Goedemorgen Nederland'. De presentatrice knikte en zweeg. Geen weerwoord, geen tegenwerping. Had ze een discussie moeten aangaan? Het had nuances kunnen aanbrengen in de vrijblijvende, onjuiste, maar o zo hardnekkige beschuldiging dat Fortuyn door de media om zeep is geholpen.

De vanzelfsprekendheid van de beschuldigingen is tekenend voor de manier waarop het functioneren van de media aan de kaak is gesteld. Het waren 'de media' die het klimaat schiepen waarin Fortuyn werd afgeserveerd en waarin, als uiterste consequentie, brute moord mogelijk werd. Dé media (alsof vertegenwoordigers van krant, radio, tv, internet en tijdschrift eensgezind en gezamenlijk door het leven trekken), die vermaledijde uitvergroters van Fortuyn-als-racist, waren medeplichtig.

Wat de nieuwsmedia valt aan te rekenen is dat men zich te lang te weinig rekenschap gaf van wat er in de harten van mensen speelde. Onrust en ontevredenheid, al dan niet ontstaan uit kleinburgerlijke verwendheid of grootstedelijke verloedering, hadden in kaart gebracht moeten worden, zo werd later op menig redactielokaal vastgesteld. Maar de kritiek dat journalisten te veel omhoog zouden kijken, naar de gevestigde macht, en te weinig oog zouden hebben voor de kleine man, is zo oud als de journalistiek zelf.

Journalisten concentreren zich vakmatig op de plek waar de besluiten worden genomen. Om de macht te kunnen controleren moeten ze zich in het centrum ervan bewegen. Dat maakt dat kranten vaak institutioneel zijn, zich richten op de besluitvormers. Vanuit de waakhondfunctie van journalisten bezien is dat toe te juichen, mits het kritisch gebeurt.

Zorgelijk wordt het als zo de kloof tussen journalist en publiek groeit. En dat doet-ie. Door ontlezing en de toenemende belangstelling voor amusement ten koste van nieuws. Maar ook door de veranderingen in het profiel van 'de journalist'. Waren in de jaren tachtig journalisten nog selfmade men, opgeklommen van leerling-journalist tot gerespecteerd verslaggever, vandaag de dag is de meerderheid van kranten-, radio- en tv-redacteuren goed opgeleid. Universitair geschoold, blank, en bepaald niet afkomstig uit achterstandswijken.

Maar die kloof tussen pers en publiek wàs er al toen Fortuyn opkwam. Evenals de kritiek erop. Toch wordt het als een verdienste van Fortuyn gezien dat journalisten nu vaker de straat opgaan om te noteren wat er in de bevolking broeit: Wat zijn de ergernissen in de oude wijken, wat zijn de obstakels in de multiculturele samenleving. De redacties hebben zich de kritiek dat men te veel studeerkamerjournalistiek bedreef aangetrokken en zijn ermee aan de slag gegaan. Ook de zwijgende middenklasse kreeg z'n deel.

Met dank aan internet hebben lezers, kijkers en luisteraars inmiddels een laagdrempelige stem, waarom regelmatig wordt gevraagd. In programma's ('Stem van Nederland', 'Oh, Oh Den Haag', 'Stand.nl') en kranten(-sites). Maar nu Fortuyn alweer een jaar dood is en alle nieuwsmedia hun reportages en specials over het Volksempfinden hebben gepubliceerd, valt de reislust van de journalisten weer stil. Is dat erg? Nee, de vox populi is journalistiek gezien niet de meest fijnbesnaarde bijdrage aan een publicatie. En ook is er iets bijgekomen, een trend die zelfs in de hele samenleving is waar te nemen: het voeren van een opener discussie over de gebreken van de integratie en de multiculturele samenleving.

Blijft over de aanklacht van demonisering. Het is begrijpelijk dat volgelingen van Fortuyn in hun verdriet een zondebok zoeken. Zelfs een jaar na dato. Maar de gemakkelijke beschuldiging gaat voorbij aan de genuanceerde theorieën die bestaan over de invloed van media op de opinievorming. Het simpele idee dat het publiek een willoze spons zou zijn die de door de media verspreide boodschappen voor zoete koek opzuigt, is achterhaald.

Deze theorie is decennia geleden al ingeruild voor andere opvattingen, zoals die van de selectieve perceptie. Ontvangers zouden grotendeels zelf bepalen hoe ze door massamedia beïnvloed worden. Mensen nemen, ook in hun mediagedrag, selectief waar en onthouden selectief, afhankelijk van hun eigen referentiekader. De rest van het aanbod blijft onbekeken of ongelezen. Media kunnen veel: onder de aandacht brengen, informeren, selecteren, maar iemand collectief moedwillig als kwade duivel afschilderen? En als ze dat al zouden doen, zou het goed geïnformeerde publiek van Nederland daarin trappen?

Gedemoniseerd werd Fortuyn niet. Hij werd wel een hype. Onderzoek van de VU tijdens de verkiezingscampagne van 2002 wees uit dat Fortuyn op kop ging als het ging om publiciteit. Fortuyn was mediageniek en dat wisten hij èn de media. Daarbij werd Fortuyn door journalisten wel degelijk kritisch bejegend. De inhoudelijke analyse van zijn gedachtengoed kwam traag op gang, maar toen de zegereeks eenmaal was ingezet, was er ruime journalistieke aandacht voor hem.

Het geruchtmakende 'Artikel 1-interview' in de Volkskrant (waarin Fortuyn de islam 'een achterlijke cultuur' noemde) was een serieus gesprek, geen flauw portret van een querulant. Dat Fortuyn niet vroeg om autorisatie van het interview (wat gebruikelijk is bij politici, zeker in campagnetijd), zoals Volkskrant-journaliste Lidy Nicolassen schrijft in haar boek 'Van onze verslaggeefster', duidt erop dat hij de betrokken journalisten vertrouwde.

Het was de welbewuste tactiek van Fortuyn om zichzelf neer te zetten als underdog, zei zijn voorlichter Kay van de Linde. Een robbertje vechten met de gevestigde orde (journalisten incluis) paste uitstekend in de campagnestrategie van Fortuyn. Steeds heeft Fortuyn de waarde van de media-aandacht ingezien, positief of negatief. Hij maakte er volop gebruik van. Want, zo wil een reclamewet: ook negatieve publiciteit is publiciteit. Wie hem wilde interviewen, kreeg de kans, tot aan dj's van Radio 3 FM aan toe. Wat had de serieuze politicus Fortuyn eigenlijk te zoeken bij BNN's Ruud de Wild? Kostbare zendtijd, die hij opgewekt vulde met persoonlijke ontboezemingen.

Heeft de journalistiek zijn les geleerd? Voorstellen van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling om te komen tot systematische publieke verantwoording van de media, werden een jaar na 'Fortuyn' door het Genootschap van Hoofdredacteuren van tafel geveegd. Journalisten openbaar aan de schandpaal nagelen ondermijnt het gezag van de waakhonden van de democratie, zei voorzitter Pieter Broertjes. ,,De Raad gaat uit van de verkeerde veronderstelling dat de media in ons staatsbestel de rol van controleur hebben. Die hebben we niet. Dat is de Tweede Kamer.'' Zelfregulering, dat lijkt de hoofdredacteuren wel wat. Maar hoe dat zou moeten, zei Broertjes er niet bij. En zal zelfregulering iets opleveren, zolang het de journalistiek ontbreekt aan kritische zelfreflectie? Dat was vorig jaar zo en dat is nog steeds zo. De conclusie werd reeds getrokken in het Niod-rapport over de val van Srebrenica. Nederlandse journalisten lieten zich teveel leiden door emoties en meningen, te weinig door feiten. Bij Fortuyn lijkt hetzelfde te zijn gebeurd: veel gevoel en opinie, weinig feitelijkheden.

Een jaar later is de interne discussie op de redactiezalen grotendeels verstomd. Nu de rimpels die Fortuyn veroorzaakte weer zijn gladgestreken, gaat niet alleen politiek Den Haag, maar ook de Nederlandse pers over tot de orde van de dag. Morgen is er weer een krant, een 'Journaal', een radioreportage.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden