Review

De straat lokt in Assen, Madness in Leeuwarden

Ze zijn de godfathers van de hiphop: The Last Poets uit Harlem, New York. Legendarische zwarte mannen met turbulente levens, vol drugs, geweld en verbluffend frisse poëzie. Christine Otten schreef een on-Nederlandse roman over deze onconventionele dichters. Vanwege haar boek zijn ze nu hier. On the road met een schrijfster en haar personages.

Ze vormen een excentriek kwartet: drie zwarte mannen uit de achterbuurten van New York en de hoogblonde schrijfster uit Amsterdam. De mannen zijn The Last Poets: twee cultdichters en een congaspeler uit een overzeese wereld. De schrijfster is Christine Otten, die negen jaar geleden debuteerde met 'Blauw metaal'. Wat hen bindt is een nieuw boek, met hún verhalen in háár woorden. Heftige, scherpe, jazzy verhalen over crack en drank, afwezige vaders, hoeren en de straat. Otten dook in deze on-Nederlandse levens, zocht er woorden bij en transformeerde ze tot haar roman 'De laatste dichters'.

,,Wil je ook mijn handtekening? Ik heb het boek geschreven”, vraagt Otten aan een Last Poet-fan. Het is 5 mei, bevrijdingspop in down town Assen en The Last Poets drinken backstage een biertje. Desgevraagd signeren ze Ottens roman, met een routineuze bezittersair. Ze kunnen 'De laatste dichters' zelf niet lezen, want het boek is nog niet in het Engels vertaald. Maar al die Nederlandse woorden gaan wel over hún levens, daar passen hun handtekeningen dus prima bij. Otten moet erom lachen, ze vindt dit literaire co-ouderschap wel oké: ,,Zij hebben mij hun verhalen gegeven, dat is toch een hele verantwoordelijkheid.”

Drie jaar geleden ontmoette ze haar romanpersonages voor het eerst, in Harlem, New York. Last Poet Abiodun Oyewole, auteur van het legendarische gedicht 'When the Revolution comes' (1968). En Umar Bin Hassan, misschien wel de meest poëtische Last Poet. Uren luisterde Otten naar hun levensverhalen vol barsten en scherven: ,,Toen wist ik meteen: ik heb goud in mijn handen. Hier wil ik een boek over maken.”

Dat goud was een volle, felle geschiedenis vol politiek en racisme, liefde en geweld. Abiodun zat in de gevangenis, Umar was jarenlang verslaafd aan drugs. Allebei groeiden ze op in de jaren vijftig en zestig, toen Amerika nog openlijk racistisch was. Toen niggers nog alleen op donderdag in het zwembad mochten en jeugdbendes elkaar na schooltijd bevochten. Malcolm X werd vermoord, de Black Panthers waren actief, Afro-Amerikanen riepen op tot revolutie. Tegen dit turbulente decor ontstond in mei 1968 The Last Poets, een dichterscollectief uit de zwarte getto's. In 1970 maakten ze een plaat, waarvan al gauw een half miljoen exemplaren werden verkocht. Hun gedichten hebben nog altijd invloed op hiphoppioniers en artiesten als Public Enemy, Melle Mel, Ice Cube en 50 Cent.

Lieverdjes waren het niet, The Last Poets. Zeker geen doorsnee dichters, met hun (half) criminele cv's. Ze kregen geen gedegen literaire scholing, maar werden al heel vroeg streetwise. Hun woorden vonden ze in de straten van New York. Niet zulke mooie woorden: neuken, aftuigen, mensen omleggen, messen, fucking niggers, gangs en bangs. En toch schreven deze jongens -Umar, Abiodun maar ook David Nelson, Felipe Luciano, Jalal Nurridin en andere Poets -militante, soms gevoelige, vaak rake en nog altijd verrassend frisse poëzie.

'New York New York The Big Apple' (1968)

New York is brogan boot shape state

of Madison Ave negro button-downs

hungry lost nigger souls screaming

screaming downtown for death

semi-black obscured blackness

plastic trees and phony grass

New York is a state of mind that doesn't

mind

fucking up a brother

Abiodun Oyewole

De straat lokt, 'The streets are calling!' roepen The Last Poets van het podium in Assen. Drummer Don 'Babatunde' Eaton bonkt het ritme op zijn conga's, Umar en Abiodun declameren dwingende teksten. Umars stem klinkt zuigend, hees en rasperig als hij spreekt over 'de duisternis in onszelf'. Het Drents publiek, nog dun zo vroeg in de middag, kijkt onbewogen toe, de armen gekruist voor de borst.

Hoe kan een schooier zo'n briljante dichter worden? Met deze vraag ging Christine Otten langs ex-vrouwen, kinderen en familie van bijna alle Poets. Ze sprak intensief met tientallen mensen, verzamelde meters geluidstape. Cirkelde om de Poets heen, raakte met ze bevriend. En toen ze na drie weken thuiskwam, wist ze dat haar boek een roman moest worden en geen biografie. ,,Al die verhalen zijn zo kleurrijk; in een biografie krijgen ze nooit de intensiteit die een roman kan bieden. Ik wilde ze van binnenuit beschrijven. Ik ben er helemaal ingedoken en ik wil ook dat de lezer dat beleeft. Dat hij zich helemaal kan inleven, snapt waar die mannen vandaan komen.”

Het is Otten opmerkelijk goed gelukt: in haar roman krijgen de dichters body en soul en een heel eigen stem. 'De laatste dichters' bestaat uit fragmentarische verhalen over hun jeugd, hun successen en ondergang. Otten tekende ze naar waarheid op, verzon er verhalen bij, kleurde de Poets verder in. ,,Het zijn geen gepolijste portretten geworden, niemand komt er ongeschonden uit. Maar ik heb ze met liefde gemaakt.”

Vooral haar portret van Umar is levendig en aangrijpend: Umar als arm schoenpoetsertje in Akron, Ohio. En later als gewelddadige jongen van de straat, die zich voorneemt om dichter te worden:

Het was alsof zijn besluit om dichter te worden hem beschermde. (...) Binnen in hem smeulde en broeide het; nooit eerder had hij zo genoten van een geheim. Het maakte hem onkwetsbaar voor alle rotzooi en lelijkheid om hem heen. Otten wilde laten zien hoe poëzie uit deze heftige levens kon opstijgen. Ze wilde ook 'iets moois maken uit de lelijkheid' -net als de Poets zelf. Ze doet dat in een sprankelende, ritmische taal, in haar boek zit een beat van street en weed en speed. Het was voor haar 'een bevrijding' om te schrijven over zo'n totaal andere, zwarte cultuur: ,,Er is een nieuwe artistieke deur voor me opengegaan. Mijn vorige boeken waren autobiografisch geïnspireerd. Ik had nu heel erg de behoefte om mijn grenzen te verleggen. Ik vond het een ongekende rijkdom om me in deze levende personages te verdiepen. Om hun woede te pakken, hun overlevingsdrang.”

,,Zwart was geen kleur meer. Zwart was ideologie”, zegt Amiri Baraka in Ottens boek. En zwart is nog altijd politiek en actueel, zo blijkt op het bevrijdingsfestival in Assen. ,,Wees maar blij dát jullie bevrijd zijn”, roept Abiodun naar zijn blanke publiek. ,,Wij black folks zijn dat niet, in Amerika trekken ze zich al 400 jaar niets van ons aan.” Was het niet moeilijk voor Otten -als blanke, blonde vrouw -om het vertrouwen van de Poets te winnen? ,,Dat viel wel mee. Natuurlijk was er wel wat wantrouwen, maar het scheelt dat ik uit Europa kwam. Amerikaanse zwarten vinden ons toch ruimdenkender. En verder heb ik het gewoon gedaan met wie ik ben.”

,,De meeste mensen mochten haar wel”, zegt Umar in het busje dat de Poets van Assen naar Leeuwarden brengt. Hij vertrouwt Otten, vond het niet moeilijk om haar zoveel over zichzelf te vertellen: ,,Kijk, The Last Poets gáán over waarheid. Mijn waanzin is mijn waanzin, als ik high ben, ben ik high. Het gaat niet om vertrouwen, maar om waarachtigheid.”

Waarachtigheid en zelfkritiek kenmerken ook de gedichten van de Poets. Ze schetsen geen positief beeld van de zwarte gemeenschap in de jaren zestig, typeren hun brothers als destructief en apathisch. Niggers are Untogether People, schreven ze. En: Niggers love anything but themselves. 'Niggers are Scared of Revolution' (1970) Umar Bin Hassan

Niggers are scared of revolution but niggers shouldn't be scared of revolution because revolution is nothing but change, and all niggers do is change. Niggers come in from work and change into pimping clothes to hit the streets to make some quick change. Niggers change their hair from black to red to blond and hope like hell their looks will change. Niggers kill other niggers just because one didn't receive the correct change ... (...) Aan het begin van de jaren zeventig, op het hoogtepunt van hun roem, ging het helemaal mis met The Last Poets. De dichters kregen ruzie, gingen elkaar met hamers en injectienaalden te lijf, vermoordden elkaar bijna. 'Gangstergedrag' van straatvechters, zegt Christine Otten nu; de Poets konden het succes niet aan.

,,Het was sowieso al moeilijk met al die ego's.” Ook hun ondergang beschrijft Otten in haar boek. Ze is heel benieuwd wat de Poets daar straks van vinden, als ze haar boek in een Engelse vertaling kunnen lezen: ,,Al die ruzies, de ontluistering van de revolutie... Dat kan ook nog als een ingewikkelde spiegel werken.”

Na 20 jaar stilte en drugs stond Umar ineens weer voor de deur van Abiodun. Het was begin jaren negentig, de revolutie was allang voorbij. Maar toch bestaan The Last Poets nu weer: uitgedund, veel ouder nu maar nog altijd vitaal. Amerika heeft de Poets nu ook nodig, vindt Umar, zeker na 11 september: ,,Het publiek zoekt naar mensen die iets te zeggen hebben. Iets wat echt is en waar en sterk en constructief. Wij geven ze iets om over na te denken.”

Een sterrenonthaal krijgen ze intussen niet in Leeuwarden. ,,Wij lopen al een tijdje mee”, zegt Abiodun, maar dat kan ze hier niet zoveel schelen. Geen cognac voor The Last Poets, geen broodjes, geen artiestentent. Ze lummelen rond het busje tot ze het kleine hiphoppodium mogen bestijgen. Maar dan gebeurt er wél wat, dat voelt het publiek ook. This is Madness!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden