De stoomboot

De stoomboot uit Spanje is op weg naar Meppel. Over de precieze route worden geen mededelingen gedaan, omdat een stoomboot vol pakjes een doelwit van piraten kan zijn. We weten niet of hij uit Valencia is vertrokken of uit Bilbao.

Het was voor Sinterklaas zoeken op de kaart. Meppel? De oude Hanzesteden waren hem bekend, via de Zuiderzee naar de IJssel: Kampen, Zwolle, Deventer. Deze steden maakten eeuwenlang gebruik van een prachtig handelsschip, de kogge: het roer aan de achtersteven, de mast in het midden, dwarsgetuigd. Maar, dacht de Sint, hoe kom je in Meppel?

Als de tocht voorspoedig verloopt, dan steekt Sinterklaas volgende week zaterdag het IJsselmeer over, langs Kampen, het Zwarte Water bij Zwartsluis en dan het hele Meppelerdiep, naar het centrum van Meppel, waar de landelijke intocht wordt gevierd.

Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan.

Dat lied is uit 1850.

De eerste pogingen om een stoomboot te bouwen werden geïnspireerd door het idee om minder afhankelijk te zijn van de wisselvalligheden van de wind; het gaf de mogelijkheid om zeilschepen bij ongunstige wind uit de haven te slepen, om op rivieren gemakkelijker stroomopwaarts te varen en om bij windstilte door te kunnen varen over de zeeën.

Na vele mislukte experimenten in Engeland en Frankrijk in de achttiende eeuw - het probleem met de aandrijving van een roterende as, een gebrek aan de schepraderen, geen toestemming om een stoomvaartmaatschappij op te richten - was het de Amerikaan Robert Fulton die er in 1807 in slaagde een stoomboot te bouwen met stoommachines van de befaamde Engelse firma Boulton en Watt. Het werd de North River Steam Boat, bestemd voor een passagiersdienst op de North River - nu de Hudson - tussen New York en Albany.

Het was het begin van twee grote veranderingen in de scheepvaart: van zeil naar stoom en van hout naar ijzer.

In 1838 werd in Engeland de Great Western gebouwd. Van eikenhout. Twee schepraderen. Vier masten. Het was het grootste stoom- schip van zijn tijd. In vijftien dagen stak het de oceaan over, van Bristol naar New York. Een zeilschip deed er 23 dagen over.

De ijzeren stoomboot was nog niet op zee gesignaleerd. In 1833 bouwde de Engelsman John Laird de eerste voor de binnenvaart. De zee was te gevaarlijk. Men vreesde dat de ijzeren huid zou wegroesten in het zoute zeewater. En het kompas werd door het ijzer ontregeld. De eerste ijzeren schepen durfden alleen langs de kust te varen. Het duurde twintig jaar om een kompascorrectie te berekenen.

De vooruitgang ging verder. De dieselmotor van Rudolf Diesel kwam. Het motorschip werd in de twintigste eeuw de opvolger van de stoomboot. De zegetocht van de scheepvaart breidde zich steeds verder uit. Negentig procent van de wereldhandel gaat nu per schip.

Op alle kindertekeningen van de stoomboot uit Spanje staat een grote schoorsteen waar een enorme zwarte rookpluim uit komt. De rookpluim ontstaat door het verbranden van steenkool die het water in de ketel verhit tot stoom. Deze stoom levert de kracht voor de aandrijving van het scheprad of van de schroef van het schip: zo komt de stoomboot uit Spanje naar Meppel.

J.M. Dirkzwager, in: Geschiedenis van de techniek in Nederland, deel IV, 1993

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden