De stinklelie ruikt naar vos en daar houden mollen niet van

Plant de bol op drie keer zijn hoogte. ( JÿRGEN CARIS, TROUW)

De eerste bollen kunnen de grond in. Gaan we weer voor die afgezaagde narcissen en tulpen, of proberen we deze keer wat anders?

Ze liggen weer in de schappen, de bloembollen die erom schreeuwen gekocht en geplant te worden. Want er is toch zeker niets dat beter helpt tegen een winterdepressie dan die groene sprietjes, die ons begin februari laten weten dat er weer beweging komt in de koude kale tuin?

Wie in het voorjaar bloeiende bollen wil, kan dat op twee manieren voor elkaar krijgen. De eenvoudigste methode is om ze over een maand of vier met pot en al te kopen en daarna uit te planten. De goedkopere variant is om de bollen in oktober of november zelf in de grond te stoppen.

Bollen planten doe je zodra de bodemtemperatuur tot onder de 10°C is gezakt. Bolletjes en knolletjes van het type krokus, narcis, sterhyacint (Scilla), anemoon en blauw druifje, willen dan meteen de grond in – hoe eerder die worden geplant, hoe meer tijd ze hebben om te wortelen voordat de vorst invalt.

Er zijn er ook die niet zoveel haast hebben; dat zijn de ’allochtone’ bollen als tulp en hyacint, die uit landen komen waar de zomers heet zijn en de winters koud. Om deze bollen zo kort mogelijk in de herfstblubber te laten staan, met de kans dat ze voortijdig wegrotten, is het beter om ze zo laat mogelijk te planten. Zelfs in december kan het nog. Al steek ik nu wel een waarschuwende vinger op: plant bollen nooit als de vorst in de grond zit. En stel het planten ook uit als de grond drijfnat is of als er veel regen wordt verwacht.

Zie je bij het tuincentrum bolletjes van sneeuwklokjes, winterakonieten of lenteklokjes (Leucojum vernum), laat die dan maar lekker liggen. Ze drogen snel uit en kunnen daarom het best in het voorjaar worden geplant, vlak nadat ze zijn uitgebloeid. Heb je geen familie of vrienden die ze in de tuin hebben staan, koop ze dan in een pot en plant ze na de bloei uit. Wie winterakonieten beslist nu al wil planten, doet er goed aan de knolletjes eerst een dag in lauw water te weken. En nu ik toch bezig ben met tips: als je last hebt van mollen, zet dan wat keizerskronen (Fritillaria imperialis) in de tuin. De bloem heeft niet voor niets de bijnaam ’stinklelie’: hij ruikt naar vos en dat is kennelijk zo onprettig voor de gazonvernielers, dat ze zich ijlings uit de voeten maken.

De meeste bloembollen hebben een hekel aan natte grond. Heb je een drassige tuin, vermeng de grond waar ze komen te staan dan met zand. Een bolletje dat zich wel thuis voelt in nattigheid is de kievitsbloem (Fritillaria meleagris).

Bollen staan het liefst op een lichte plek. Zolang ze bloeien kan het ze niet schelen of ze in de schaduw staan, maar zodra ze zijn uitgebloeid hebben ze een week of zes veel licht nodig om voedingsstoffen aan te leggen voor de nieuwe bolletjes die het jaar daarop bloeien. Staan ze in de schaduw, kijk dan niet raar op als je op die plek een jaar later alleen nog maar bladeren aantreft. Gelukkig zijn er ook bollen die het in de schaduw prima doen. De bosanemoon, gele anemoon, lelietje-van-dalen en boshyacint nemen genoegen met een donker plekje.

En dan het planten. Op de gebruiksaanwijzing staat vaak dat het plantgat twee keer zo diep moet zijn als de hoogte van de bol, maar dat is niet zo. Geef de bol gerust een ’bollengte’ extra, dus drie keer zijn hoogte. Na het planten hoeven ze geen mest te hebben; over de vraag of ze extra water nodig hebben zijn de meningen verdeeld. De een zegt van niet, de ander meent van wel. Zelf heb ik het nooit gedaan, en ieder voorjaar komt de hele bollenboel weer evenzo vrolijk op.

Een ook niet onbelangrijke vraag: wat planten we dit jaar? Gaan we alweer voor die goeie ouwe narcis, tulp, krokus en blauwe druif, of proberen we eens wat anders? En als we al besluiten om gek te doen, tot hoever voeren we die gekkigheid dan door?

Neem nou de tulp: dat hoeft helemaal geen eihoofd op een lange rechte steel te zijn. Je kunt ook kiezen voor botanische tulpen – aan deze bloemen is zo weinig gesleuteld, dat ze totaal niet lijken op de stijve houten klazen die we gewoonlijk met tulpen associëren. Van deze lieve tulpjes krijgen we binnenkort trouwens nog heel wat te horen, want ze zijn uitverkoren tot Bloembol van het jaar 2011.

Naast botanische tulpen zijn er tientallen andere bolgewassen die je niet achter iedere tuinhek tegenkomt. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, want een plantencatalogus leest niet lekker weg. Ik laat het bij de suggestie dat er websites zijn die voorjaarsbloeiende specialiteiten aanbieden. Het prettige daarvan is dat er bij elke beschrijving een foto staat, zodat je ziet wat je in huis haalt. En vind je een bloembol die je niet kunt weerstaan, dan is er altijd een virtueel winkelwagentje in de buurt waarmee hij besteld kan worden.

Wie geen computer heeft of de bollen toch liever even vastpakt alvorens ze te kopen, kan op 15, 16 of 17 oktober terecht op de Nationale Bloembollenmarkt. Plaats van handeling van deze verkoopbeurs van bijzondere bolbloemen is de Keukenhof in Lisse. De toegang is gratis, parkeren ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden