De stilte van de milieubeweging

Egbert Tellegen: "Dat kleinschalige gedoe, daar moeten we het niet van hebben." (Werry Crone, Trouw)

Een hoog inkomen is ontzettend slecht voor het milieu, zegt socioloog en hoogleraar milieukunde, Egbert Tellegen. Maar juist als de ecologische crisis de economische raakt, houdt de milieubeweging haar mond. In een nieuw boek beschrijft hij deze oorverdovende stilte, en ontrafelt hij de mythe van de geitewollen sok.

’Weet je dat de dikke Van Dale pas in 1976 het woord milieu de betekenis heeft gegeven die het nu heeft?” Alsof Egbert Tellegen de passage zojuist voor het eerst heeft afgestoft, draagt hij plechtig voor: „Milieu: de uitwendige omstandigheden die van invloed zijn op het welzijn van de bevolking van een gebied of van de mensheid in het algemeen”.

„Zou je niet zeggen hè? Pas in 1976”, gaat hij verder. „Daarvoor sprak je nooit over ’het milieu’ in die zin van het woord. Als je het over ’het milieu’ had, ging het over een sociale omgeving: met mijn zoontje gaat het niet goed, want hij bevindt zich in een verkeerd milieu. De omgevingsproblemen waren er natuurlijk wel, alleen benoemde je die anders. Er was water- en luchtverontreiniging. Milieuhygiëne, dat woord bestond ook wel.”

Pas in de jaren zeventig kwam dat allesomvattende begrip, en dat is volgens Tellegen een prachtige illustratie van de maatschappelijke ontwikkeling destijds. „Op een gegeven moment was er het besef dat er niet langer sprake was van afzonderlijke vraagstukken, maar dat er in het algemeen iets mis was, zeg maar tussen de menselijke soort en de planeet aarde. En vanaf dat moment hadden we daar ook één begrip voor: milieu.”

Zijn studie naar het ontstaan van deze term zal deel uitmaken van Tellegens nieuwe boek, dat volgend jaar zal verschijnen over de ontwikkeling van de milieubeweging en het -beleid . De titel ’Groene Herfst’ verwijst naar de ’vergroening’ van de samenleving door de enorme hoeveelheid aan milieumaatregelen die zijn getroffen, terwijl het toch slecht gaat met de planeet door menselijke activiteit. Maar ’Groene Herfst’ slaat ook op de twaalf pioniers uit de milieubeweging die Tellegen voor zijn boek ondervraagt. Zij blikken in de herfst van hun leven terug, en vellen een oordeel over de stand van zaken nu. Na een aantal ordeverstorende boeken, vond hij het tijd voor een ordescheppend boek, zegt Tellegen (71) die als emeritus hoogleraar milieukunde college geeft aan de Universiteit Utrecht.

Die orde schept hij door eerst de geschiedenis van de milieubeweging te noteren, en met het rangschikken van de feiten maakt hij in zijn boek een einde aan de mythe dat de milieubeweging synoniem is aan de ’geitewollensokkenmaffia’. Uit historisch oogpunt is dat volgens hem volstrekt onjuist. „Het is bizar dat veel mensen dat oerbeeld hebben. Even afgezien van het feit dat het vreemd is om je tegen pioniers af te zetten in plaats van ze te bewonderen, klopt dat beeld totaal niet. Alsof de pioniers klungelige vogelaars waren, die macrobiotische groente eten die er niet uitziet. De opkomst van het milieubesef is juist een buitengewoon elitaire aangelegenheid geweest.”

In Nederland kwamen begin vorige eeuw de natuurbeschermingsorganisaties op, als Natuurmonumenten. Die werden volgens Tellegen geleid door mensen uit de hogere milieus. De mensen met geld hadden de mogelijkheid ’iets’ te doen, en de wetenschappers waren de inhoudelijke leiders. Hetzelfde geldt volgens Tellegen voor de milieubeweging die daar in de jaren zestig, zeventig op is gevolgd. In de VS was het biologe Rachel Carson die met haar boeken het milieu op de agenda zette. Haar visie diende als inspiratie voor wetenschappers hier.

Milieudefensie, Natuur en Milieu en de Waddenvereniging waren organisaties van jonge wetenschappers, die niet zozeer het isolement van de universiteit zochten, maar maatschappelijke functies hadden of werkzaam waren in het bedrijfsleven.

Pas eind jaren zeventig troffen twee verschillende soorten actievoerders elkaar op milieugebied, in de tijd van de ’overlooppolitiek’. Tellegen: „De steden bouwden geen woningen meer, maar wilden in hun centra kantoren neerzetten. Grote invalswegen moesten de centra ontsluiten. Kijk maar naar de Wibautstraat in Amsterdam en de Catherijnesingel in Utrecht. De bevolking moest in de overloopgebieden gaan wonen: nieuwbouwwijken op tientallen kilometers afstand van de steden. Op dit item vonden de nieuwe milieuclubs die het buitengebied wilden beschermen en de huurderorganisaties en krakers elkaar. En vervolgens hebben zij later actiegevoerd tegen kernenergie. Maar vergeet niet: het eerste protest tegen de kerncentrales vond in keurige praatclubs plaats, en bij het verzet tegen het dichten van de Oosterschelde was geen wanklank te horen.”

Tellegen, die van 1973 tot 1976 voorzitter van Milieudefensie was, denkt in de huidige tijden van crisis met een naar zijn smaak weinig initiërend kabinet en een middenveld dat zich nauwelijks laat horen met enige weemoed terug aan de jaren zestig. „Dat was een periode die enorm rijk was aan ideeën. Overal was kritiek mogelijk, alles zou wel eens anders kunnen. Vergelijk dat eens met de tijd van nu.” En dan wijst Tellegen vooral naar de stilte van de milieubeweging.

„We leven in een tijd waarin de consument de productie niet meer kan bijhouden, in plaats van andersom. We moeten consumeren, niet omdat we die producten nodig hebben, maar omdat anders de koersen dalen en het personeel op straat komt te staan. Er is enerzijds een economische crisis, anderzijds een ecologische ramp. In zo’n tijd zou je van de milieubeweging een toegevoegde waarde verwachten. Natuurmonumenten en het Wereldnatuurfonds hebben natuurlijk altijd koudwatervrees gehad voor maatschappijkritiek, maar een club als Milieudefensie zou toch best een economische visie kunnen geven? Juist een langetermijnvisie. Hebben we wel een beurs nodig? Kan het niet anders? Geef antwoord op de vraag hoe onze economie eruit moet zien om de milieudoelen te halen. Kom met plannen voor een nieuwe economische orde.”

„Laat ik een voorzet geven”, zegt Tellegen. „De Club van Rome kreeg in 1972 in één klap bekendheid met het rapport ’De grenzen aan de groei’. Hierin werd een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen hiervan voor het milieu. Na afloop van de oliecrisis volgde een zekere ontnuchtering waarin de Club van Rome meer en meer mikpunt van kritiek werd. De boodschap van deze denktank – we moeten minderen – is een boodschap die de mensen niet meer willen horen. Ook de milieubeweging is de mening toegedaan dat er geen tegenstelling hoeft te bestaan tussen economische groei en ecologie. Toch begint die mening te kantelen. Hoogleraar economie Jaap van Duijn heeft er ’De Groei Voorbij’ over geschreven, en ik heb hier op zolder een stapel boeken liggen van mensen die economische voorstellen doen.” Het zijn allemaal keurige respectabele economen, terwijl Tellegen zou verwachten dat het de milieubeweging is die eens een steen in de vijver gooit.

„Een punt bijvoorbeeld dat totaal taboe is, is inkomen. Een hoog inkomen is ontzettend slecht voor het milieu. Er is een zeer sterke correlatie tussen inkomen en de ecologische voetstap. Als je iets wilt doen aan het milieu op langere termijn, moet het vrij besteedbaar inkomen omlaag. Heb je ooit gehoord dat in het kader van duurzaam ondernemen een directeur van zo’n bedrijf nooit méér mag verdienen dan premier Balkenende? Nee, dat is gewoon een taboe. Ook het afschaffen van bonussen zou een onderdeel van het duurzaam ondernemen moeten zijn. Niet dat de milieubeweging mij nou moet napraten, maar laat ze met iets komen. Het minste wat zij kan doen is er in ieder geval over nadenken. Nu schiet ze echt tekort. Ze is op consensus gericht, iedereen ’denkt mee’. Er bestaan splinters, die proberen kleine gemeenschappen duurzaam te maken. Maar dat soort kleinschalig gedoe, daar moeten we het niet van hebben. We moeten zoeken naar internationale oplossingen.”

Tellegen is gepromoveerd op de socioloog Max Weber, die antwoordt op de vraag wat handelen is: handelen is doen, achterwege laten of dulden. „Dat is wijsheid”, zegt Tellegen. „In contact met je partner, in je gezin, maar ook maatschappelijk en economisch. De Club van Rome had het over dat achterwege laten. Daar kan de milieubeweging op doorgaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden