De stille revolutie in het vmbo

Minder traditionele vakken en gloednieuwe lokalen: het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs – dat maandag zijn tienjarig bestaan viert – is ingrijpend veranderd. „Docenten in het vmbo denken vooral: wat hebben onze leerlingen nodig?”

Harun wil later het liefst iets met voetbal. „Maar eerst ga ik de opleiding zakelijke dienstverlening doen. Ik moet ook aan m’n toekomst denken.” Wesley wil striptekenaar worden, Can ziet zichzelf als eigenaar van een autobedrijf en Roy wil bij de politie. Debbie heeft als droombaan ’kapster’ ingevuld. „Wat doe je dan hier!?”, roepen haar klasgenoten, leerlingen in de vmbo-sector handel. Dat weet Debbie ook niet precies. „Ik moest toch iéts invullen.”

De leerlingen, vierdeklassers aan het Marne College in Bolsward, hebben het zogeheten Lifelab achter de rug, een digitaal onderwijsprogramma dat vmbo’ers helpt zich te oriënteren op hun loopbaan. Ze moesten bijvoorbeeld bedenken van welke baan ze dromen en wie hun helden zijn. En ook al weten ze nog niet allemaal wat ze na hun eindexamen willen, het heeft wel geholpen. „Je leert veel over jezelf”, zegt Nicol. „Wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik?”

Met Lifelab verdiende het Marne College begin dit jaar een prijs voor de beste onderwijsvernieuwing in het vmbo. Maar de nieuwe aanpak van loopbaanoriëntatie is lang niet de enige vernieuwing in het Bolswardse vmbo. „We zijn al jaren aan het vernieuwen”, zegt directeur Minke Koornstra. „We vragen ons voortdurend af: hoe laten we onze leerlingen het best leren? Daar zijn we eigenlijk nooit klaar mee.”

Wie nu door de school loopt, ziet iets heel anders dan tien jaar geleden, toen het vmbo ontstond. In het ene lokaal presenteren eersteklassers aan hun klasgenoten de websites die ze zelf gemaakt hebben over een land in Europa. In een lokaal ernaast zijn een paar leerlingen met krultangen bezig met het haar van klasgenotes, terwijl in een andere hoek van hetzelfde lokaal wasgoed in de machine wordt gestopt of leerlingen over hun biologieboek gebogen zitten. Nog weer verderop in het gebouw vervangen leerlingen een auto-uitlaat. En jawel, klassikale lessen worden ook nog altijd gegeven.

De praktijk kwam uiteraard altijd al aan de orde in het vmbo, zegt Koornstra, maar de manier waarop is veranderd. „Leerlingen hebben vaker de vrijheid om zelf te kiezen wat ze gaan doen. Voor een deel voeren ze ook projecten uit van echte opdrachtgevers van buiten de school. En docenten zijn veel vaker samen aan het werk.”

Waar het steeds om draait is: hoe kunnen we de theorie vanuit de praktijk aan de orde stellen, zegt Koornstra, want dat is de manier waarop vmbo-leerlingen het beste leren. „Wat niet werkt, is steeds maar zeggen: dit moet je weten voor je examen. Je moet leerlingen op een andere manier aan het leren krijgen, en dat kan ook best.”

De vmbo-afdeling van het Marne College is niet eens heel bijzonder. De eerste jaren na de vorming van het vmbo waren scholen vaak nog vooral druk met organisatorische kwesties. Maar toen na een jaar of vier de rust op dat terrein weerkeerde, begonnen veel vmbo-scholen na te denken over het onderwijs zelf, met allerlei vernieuwingen als gevolg. „Er zijn ongeveer 450 vmbo-scholen, en die hebben misschien wel 450 verschillende onderwijsconcepten”, zegt Renée van Schoonhoven. Samen met Frank Studulski schreef zij een boek over tien jaar vmbo.

Een paar grote lijnen zijn er wel. Zo heeft ruim tweederde van de vmbo-scholen in de laagste twee klassen de traditionele verdeling in vakken deels overboord gezet; om leerlingen zicht te bieden op de samenhang zijn die vakken gebundeld in zogeheten leergebieden (zoals ’mens en maatschappij’ en ’natuur en gezondheid’). Een derde van de scholen werkt met ’les-’ of ’leerpleinen’. Dat betekent dat slechts een deel van de stof in traditionele lessen aan de orde komt; de rest maken leerlingen zich eigen in grote gezamenlijke ruimtes, waar zij zelfstandig, maar begeleid door docenten aan het werk zijn.

Bijna alle scholen hebben daarnaast met subsidie van het ministerie van Onderwijs hun gebouwen aangepast. Dat geld is onder meer gebruikt om schoollokalen zo aan te passen en dat de praktijk er natuurgetrouw nagebootst kan worden. Uit een enquête naar de effecten daarvan blijkt dat zowel docenten als scholieren dankzij die vernieuwde praktijklokalen meer plezier in hun werk hebben gekregen.

Ten slotte hebben vmbo-scholen voor hun bovenbouw over het land verspreid tientallen nieuwe richtingen opgezet. Zoveel zelfs dat er nu her en der stemmen opgaan dat ouders en scholieren door de bomen het bos niet meer zien.

Al met al is er haast sprake van een revolutie – maar die vindt in stilte plaats. want buiten het vmbo blijven de vernieuwingen bijna onopgemerkt en binnen het vmbo is verzet ertegen grotendeels uitgebleven. Dat is opmerkelijk, want sinds de grote onderwijsvernieuwingen van de jaren negentig (en het kritische parlementair onderzoek van de commissie-Dijsselbloem daarnaar) is ’vernieuwing’ in het onderwijs een beladen term geworden. Ook de vernieuwing die nu in het mbo plaatsvindt – de invoering van competentiegericht leren – gaat gepaard met veel gekrakeel, zowel in het mbo zelf als in de politiek.

In het vmbo niets van dat al. De overheid heeft zich nauwelijks met het vmbo bemoeid, zo verklaart Van Schoonhovens co-auteur Studulski die rust. „Een aantal jaren geleden heeft de overheid tegen scholen gezegd: ga je gang, toon je ondernemend. Dat hebben de scholen gedaan. De vernieuwing is niet van bovenaf opgelegd, maar komt van de scholen zelf. En die verspreidt zich als een olievlek.”

„Vmbo-scholen gaan hun eigen gang. Ze hebben een talent ontwikkeld om te bukken, om niet de aandacht te trekken”, voegt Van Schoonhoven daaraan toe. „En het vmbo hobbelt ook veel minder mee met allerlei modes in het onderwijs, zoals het nieuwe leren.”

Anders dan elders in het onderwijs lukt het in het vmbo bovendien vaak te vernieuwen zonder dat schooldirecteuren en leraren tegenover elkaar komen te staan. Studulski: „Vmbo-leraren zijn minder op hun eigen vak gericht dan docenten in mbo of havo en vwo. Ze denken vooral: wat hebben onze leerlingen nodig? Daarin vindt men elkaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden