De stille krachten achter de luide woede

De schreeuwers; 2016 lijkt hun jaar te zijn geweest. Daar dacht ik aan toen ik bij de laatste uitzending van 'Buitenhof' van dit jaar zat te wachten om mijn vijf minuten durende beschouwing over het Afrikaanse nieuws te delen.

Ik was aan de beurt na Leon de Winter, die was uitgenodigd om uit de losse pols een betoog te houden over waarom Trump was verkozen tot president van de VS. Want blijkbaar zijn we daar, ondanks duidelijke grafieken waaruit blijkt dat vooral witte Amerikanen uit de (hogere) middenklasse op hem hebben gestemd, nog steeds niet uit.

Het viel me sowieso op dat het allemaal witte mannen waren die de Trump-achterban de afgelopen tijd mochten komen duiden op televisie. De Winter deed het op luide toon. Hij was gezenderd, zoals alle gasten, maar vond zijn microfoon blijkbaar niet toereikend en schreeuwde. Letterlijk. Het borsthaar dat uit zijn overhemd piepte leek ervan te trillen.

Iedereen hing aan zijn lippen. Deels omdat hij zijn verhaal, vol moeilijk te verifiëren stellingen, smakelijk opdiende met anekdotes over zijn tijd in Los Angeles en provocatieve soundbites over Barack Obama. Maar vooral omdat zijn gebulder alles overstemde. Het deed me denken aan een marktkoopman die net zo hard in je oor tettert tot je die laatste bak gebutste aardbeien dan maar voor een euro meeneemt.

Intussen zat ik licht paniekerig te bedenken hoe ik de even ingewikkelde als omstreden migratiedeals tussen Europa en Afrikaanse landen ging inkorten; ik kreeg vlak voor mijn optreden te horen dat ik nog maar drieënhalf minuut had door een langdradige Alexander Pechtold. En of ik ook wat harder kon praten. "Dan komt het beter over."

Waarom houden mensen zo van schreeuwers? Zoals Trump in de VS, Duterte in de Filippijnen, Wilders hier, de reaguurders, de anonieme bedreigers. Het zijn wederom vaak mannen, vaak wit, vaak woedend vanwege de tot nog toe totaal irreële angst voor verlies van hun macht. Veel mensen zullen 2016 tot het jaar van deze mannen bestempelen.

Maar voor mij was dit het jaar van de stille krachten achter deze woede. De mensen die de vanzelfsprekendheid van de witte, heteroseksuele, mannelijke dominantie in de wereld aanvechten. Het jaar van degenen die, tegen de verdrukking in, niet alleen praten maar handelen, ver buiten de schijnwerpers.

De Surinaams-Nederlandse Jessy de Abreu en Mitchell Esajas bijvoorbeeld, die met de sociale onderneming New Urban Collective strijden tegen racisme en voor gelijke kansen voor alle jongeren. Die mentorprojecten opzetten, zomerscholen organiseren, het onderwijs in Amsterdam-Zuidoost willen verbeteren, bijeenkomsten met internationale sprekers organiseren, lobbyworkshops aanbieden en nu bezig zijn een archief aan te leggen van een eeuw verborgen geschiedenis van de Afrikaanse- en Surinaamse diaspora in Nederland. Onderwijl demonstreren zij en hun bondgenoten geregeld tegen racisme en worden ze daarbij hardhandig opgepakt.

Het was het jaar waarin We Are Here/Wij Zijn Hier haar vierjarige bestaan 'vierde'. Deze actiegroep van voornamelijk Afrikaanse vluchtelingen die in het zogeheten 'asielgat' gevangen zitten - afgewezen maar onuitzetbaar - maakt met haast bovenmenselijke kracht hun situatie en daarmee het falen van de politiek op dit dossier zichtbaar. Terwijl ze zo'n twintig uitzettingen uit kraakpanden meemaakten en groepsleden verloren aan onder meer zelfdoding, organiseerden ze een vrijheidsfestival, liepen ze een vredesmars van 500 kilometer en gaven ze college. Een groep die niet mag bestaan en toch bestaansrecht probeert te creëren.

Het was ook het jaar waarin Dipsaus, de podcast voor en door vrouwen van kleur, het licht zag. Deze vrouwen, waar ik zijdelings deel van uitmaak, kwamen bij elkaar door een artikel over ons in NRC handelsblad dat het product was van geschonden afspraken. Maarwij wonnen een zaak tegen NRC bij de Raad voor de Journalistiek. En een aantal van ons werd daarop zelf mediamaker voor een onzichtbare doelgroep die gestaag meer podium opeist.

Zoals Gloria Wekker, de Surinaams-Nederlandse emeritus hoogleraar antropologie die dit jaar furore maakte met wonderwel een academisch boek dat de befaamde Nederlandse tolerantie van een confronterende spiegel voorzag; 'White Innocence'.

Ook onbekendere namen zijn veel in beweging aan het brengen. Marylin Mimi Mau-Asam kaart met Mad Mothers racisme op en rond school aan, de jonge feministe en publiciste Christella Munganyende roept op tot solidariteit tussen verschillende zwarte gemeenschappen in Nederland, Nawal Mustafa strijdt bij Amnesty tegen etnisch profileren.

Verder weg is Patrisse Cullors. Eén van de vrouwen achter #BlackLivesMatter, de inmiddels wereldberoemde hashtag tegen politiegeweld tegen zwarte mensen. Velen zullen haar op straat niet herkennen want, zo zei ze deze week tijdens de Vrijheidslezing in debatcentrum de Balie, "Ik zoek geen bekendheid. Ik zoek organisatie en actie." Een witte, mannelijke journalist van NRC die haar vooraf interviewde was zo verbaasd dat 'iemand die witte superioriteit en het patriarchaat wil ontmantelen' geen vuur spuwt dat hij moest opmerken dat ze 'een on-Amerikaans zachte stem' heeft.

Het zijn deze, en vele ongenoemde andere bescheiden mensen, waar de schreeuwers zo boos op zijn. Maar terwijl zij schreeuwen, bouwen de stille krachten ook in 2017 onvermoeibaar, vaak onbetaald - soms omdat ze door hun activisme niet aan regulier werk kunnen komen - en onvolprezen aan een rechtvaardigere wereld.

Seada Nourhussen is buitenlandredacteur van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden