De stille klank van de vrijheid

(FOTO ANITA HUISMAN, TROUW) Beeld
(FOTO ANITA HUISMAN, TROUW)

Muziek en vrijheid gaan hand in hand, zegt cultuurtheologe Liesbeth Hoeven. „De klarinet onthult wat het betekent stilte te laten weerklinken.”

Op mijn piano ligt een boek. Een boek niet met, maar over de 24 ütudes van Chopin. Het vertelt het verhaal van de Praagse pianiste Alice Herz-Sommer. De nazidictatuur maakte een einde aan haar carrière. Na de deportatie van haar moeder raakt ze in een depressie. Ze weet zich staande te houden door het instuderen van deze haast onspeelbaar moeilijke pianowerken.

Als ze zelf een jaar later met haar zoontje Raphael naar Theresienstadt wordt gedeporteerd, is de muziek opnieuw haar redding. Met haar concerten in het kamp geeft Alice haar medegevangenen – die net als zij ten onder dreigden te gaan in angst en honger – kracht en hoop. In de muziek anticipeert zij op een samenleving voorbij de onderdrukking en de vernietiging, een samenleving waarin vrijheid weer tot wet is geworden.

Om daarover te blijven dromen, moest een nieuwe taal worden gevonden die het mogelijk maakte het verlangen naar een betere wereld tot in het kamp te blijven koesteren.

Nu, 65 jaar later, staan we voor eenzelfde opdracht. De Shoah veroorzaakte een definitieve breuk in de westerse geschiedenis. Voorgoed weten we het verschil tussen barbaarsheid en beschaving.

Toch is er na de bevrijding van Auschwitz wereldwijd nog geen dag zonder oorlog en vernietiging geweest. De wet van de vrijheid, waar de slachtoffers van de Shoah – en de tallozen voor hen en na hen die slachtoffer zijn van andere catastrofes – zo naar verlangden, vertaalt zich voor ons in een gebod te gedenken. Een gebod dat voor barbaarsheid behoedt en uitziet naar een samenleving die we blijvend een beschaving kunnen noemen. Een gebod dat ook na 4 en 5 mei nog doorklinkt. Omdat er stemmen van verlangen en hoop zijn gesmoord. En er geen beter tegengeluid op een leven in onvrijheid bestaat dan de kracht van deze stemmen zelf, die men ooit in tijden van vervolging met alle macht het zwijgen probeerde op te leggen.

Tegenstrijdig genoeg ontbreekt hiertoe een gepaste taal. Het herstel van communicatie die de Shoah voorgoed wilde afbreken, lijkt haast onmogelijk. Zwijgen doet de herinnering verstommen. Maar spreken doorbreekt de stilte, en alleen stilte lijkt oog in oog met de verschrikkingen gepast. Hoe kunnen we dan nog in en van vrijheid spreken?

We kunnen niet spreken, stelt de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben. Indirecte getuigen van de Shoah kunnen onmogelijk van de kampen getuigen. En overlevenden kunnen volgens hem slechts getuigen van de onmogelijkheid om te getuigen.

De ware getuige is dood, zo stelt hij, want de dood is de essentie van het kamp. Binnen de muren van het kamp werden mensen gereduceerd tot een louter biologisch wezen. De ’Muzelman’, de door de ontberingen geheel apathisch geworden gevangene, herinnert aan dit ’naakte leven’, aan wat het betekent letterlijk uitgekleed te zijn. Deze gevangene, die transformeerde in een van menswaardigheid ontdaan mens, staat volgens Agamben symbool voor de ware getuige die de toegangspoort naar het kamp slechts eenmaal passeerde en wiens uiteindelijke dood de waarheid van het kamp uitspreekt. Wiens stem afgenomen is.

Spreken na Auschwitz is voor Agamben het verraden van de doden die niet meer spreken. Deze logica, deze wet van de taal die Agamben opvoert waarin de dood het laatste woord krijgt, is genadeloos. Door de taalloosheid van de doden rest slechts de gestorven herinnering.

Maar Alice Herz-Sommer en haar zoon Raphael dan? Zij lieten uiteindelijk de dood achter in het kamp. Beiden overleefden en keerden terug naar Praag, waar Raphael een wereldberoemd cellist werd. Zij zijn de levende herinnering dat zelfs in het kamp de woordeloze dood niet altijd het laatste was. Raphael herinnert daaraan: „Zelfs in de donkerste dagen van de twintigste eeuw gebeurden er wonderen. Midden in de hel schiep mijn moeder voor mij een paradijs.”

De waarheid en werkelijkheid die hier geschiedden, kunnen herschapen worden als herinnering. Stilstaan bij de verhalen die hier geëindigd zijn, en stilstaan bij de verhalen die hier zijn voortgegaan. Stilstaan. Stil?

Jazz-zangeres en componiste Soesja Citroen schreef een nummer ter herinnering aan Auschwitz. De klarinet laat horen hoe stilte klinkt, onthult wat het betekent stilte te laten weerklinken. Citroen zingt over de silent memories, de stille herinneringen die besloten liggen achter de poort van het voormalig kampterrein. Zij roepen erom tot spreken te komen.

Citroen draagt dit nummer op aan haar opa, die Auschwitz overleefde, en aan al de anderen, voor wie de dood onontkoombaar bleek. De opdracht die zij vervult, is paradoxaal en lijkt onmogelijk. De verstilde herinneringen vragen erom gecommuniceerd te worden, maar tegelijkertijd vraagt de communicatie van deze herinneringen om stilte.

Een gebodsbord bij de ingang van Auschwitz zet deze paradox op scherp. ’Keep silence!’ Het bord lijkt onmogelijk te maken wat het wil beschermen: actief gedenken, het herstel van communicatie tussen de gedoden en de levenden.

Maar de bezoekers die langs het bord lopen, zullen de poort dezelfde dag nog een tweede maal passeren en het gebodsbord achter zich laten. Na het verlaten van het terrein zal hun zwijgen tot spreken worden. Zij zullen een taal zoeken die hun sprakeloosheid woorden geeft. Zij zullen die vinden en niet vinden. Ze zullen hun pogingen hernemen en opnieuw niet slagen. Zo zullen zij van hun sprakeloosheid getuigen. En van dat waarover zij moeten, maar niet kunnen spreken. Waarover zij moeten, maar niet kunnen zwijgen.

Nadat zijn muzikaal veelbelovende carrière wreed verstoord werd door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, besloot de Tsjechische pianist en componist Erwin Schulhoff ’muziek van de toekomst’ te gaan promoten. Daartoe ensceneerde Schulhoff in 1919 ’Fünf Pittoresken’ voor piano. De derde compositie in deze serie concerten draagt de titel ’In futurum’.

Het notenschrift bestaat uit louter rusttekens, aanduidingen van de verwachtingsvolle stilte tussen twee noten in. Tussen de eerste paar maten door noteert Schulhoff: ’heel het lied steeds, tot het einde, met expressie en gevoel naar eigen inzicht uitvoeren’. Zijn muzikale getuigenis lijkt vooruit te lopen op het belang om in de toekomst de gebeurtenissen waar niet op te anticiperen valt, blijvend in herinnering te roepen.

Voor de latere getuigen schept hij met zijn partituur de maximale ruimte om te verkennen welke vorm gepast is. De wet van de stilte moet door iedere uitvoerder en luisteraar op eigen wijze gehoorzaamd worden. Alsof hij wist wat hij niet kon weten: op 18 augustus 1942 sterft hij in concentratiekamp Wülzburg te Beieren.

Met ’In futurum’ erkent Schulhoff, wiens stem later als directe getuige ontnomen werd, dat de waarheid en werkelijkheid niet besloten liggen in de dood. Muziek is voor hem een performatieve daad die tot vrijheid oproept: de vrijheid te getuigen door de tijd heen. Hij schept de speelruimte om een getuigenisvorm te ontdekken die zichtbaar en hoorbaar maakt wat gezien het verleden fundamenteel onzichtbaar en onzegbaar is en met het oog op de toekomst geheel onbekend. Zijn wet van de vrijheid gebiedt tot sprekend zwijgen en zwijgend spreken. Als belofte.

Ik zet zijn partituur op mijn piano. Anders dan de 24 ütudes van Chopin is dit stuk te spelen. Als het moet zelfs zonder piano, als het moet zelfs zonder bladmuziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden