De stille armoe van de soloseksueel

Wij bedrijven de liefde heel graag met onszelf. Volgens een deze week verschenen bevolkingsonderzoek wint soloseks aan populariteit. Een nieuwe vorm van stille armoede, vindt

Eindelijk hebben we het ideaal van de moderniteit eigenhandig voltooid: de autonomie van het individu heeft nu ook zijn beslag gekregen in de seksualiteit.

Dat was het eerste wat door me heenging toen ik de resultaten las van het grootschalig bevolkingsonderzoek ’Seksuele Gezondheid in Nederland 2006’. Die vertelden mij dat mensen minder met elkáár de liefde bedrijven, maar dit ruimschoots compenseren door auto-erotiek. Die schijnt welig te tieren. We leven nu dus echt op de pieken van de volmaakte onafhankelijkheid, als ik tenminste de bevindingen van de Rutgers Nisso Groep mag geloven. Self-sufficient.

Nu maken peilingen en onderzoeksresultaten me altijd wat ongemakkelijk, aangezien de realiteit, het echte leven, eruit is weggesijpeld. En door die ongrijpbaarheid voel ik onbehagen. Minder bedreven liefde, maar meer seks dan ooit? Zoiets doet snakken naar tastbare werkelijkheid, al was het maar om die onderzoeksresultaten fier te kunnen weerleggen. Of verlang ik nu al te zeer naar het verloren paradijs?

De maandagse werkelijkheid waarin wij Nederlanders dag in dag uit leven, maakt van een eenvoudig bezoekje aan het lokale benzinestation een hachelijke onderneming. Op ooghoogte van mijn negenjarige dochter spatten in de tijdschriftschappen de fraaie curven van vrouwenborsten me tegemoet. En als ik in de auto in gedachten verzonken ben, dan schiet een rij appelronde, gave, in strings gehulde billen mijn blikveld binnen.

Eén ding wordt mij van alle kanten duidelijk: hier kan ik in de verste verte niet aan voldoen. Hier wordt mij iets voorgespiegeld dat mij bijkans doet verlangen naar een extreme reproductie van mezelf. Want het is glashelder: zoals ik ben geschapen, zo kan het niet, als ik tenminste in de grotemensenwereld wil meedoen. Talrijke vrouwen moet dat voor ogen staan als zij zich vrijwillig aanmelden voor een zes weken durende en uiterst pijnlijke behandeling waarin zij zich laten snijden naar het ideaalbeeld dat ook bij hen elke dag op het netvlies wordt gebrand.

Wij allen moeten massaal iemand anders worden. Nee, het is erger, en paradoxaler: wij moeten, in deze hoogtijdagen van het individualisme, eender worden. Soms, als de confrontatie met zoveel bekoorlijk gesneden beelden me naar de keel vliegt, zou ik willen dat er een klachtencommissie bestond waartoe ik mij zou kunnen richten. Ik zou zo’n commissie er streng op wijzen dat ik door de Tweede Feministische Golf ben heengegaan, dat ’Ik ben O.K., jij bent O.K.’ mijn lijfboek is en dat ik dus verschoond wens te blijven van opdringerige beelden die mij niet aflatend op mijn lijfelijke tekorten wijzen. Ik zou natuurlijk ook slachtofferhulp kunnen overwegen.

Ik blijf in mijn maag zitten met het feit dat niemand er iets van zegt. Althans, niet hardop en duidelijk.

Een andere mogelijkheid is om een iPod aan te schaffen. Ook daar is onderzoek naar gedaan. Het schijnt dat je je te midden van het intermenselijke verkeer buitenshuis (en wellicht ook binnenshuis) een stuk veiliger voelt als je geen andere geluiden kunt horen. Misschien verdooft zo’n iPod ook je visuele vermogens, aangezien mooie muziek je altijd elders brengt.

Of, nog een optie, ik kan me wenden tot de vrouwentijdschriften. Daarin vind ik goedbedoelde adviezen over hoe ik mijn seksualiteit optimaal kan benutten teneinde mijn geliefde aan zijn gerief te laten komen. Allemaal stuk voor stuk handige en op de praktijk toegesneden tips. Fraai geïllustreerd ook.

Dat geldt evenzeer voor de erotische catalogus van Pabo.nl die ik soms op mijn deurmat vind en die mij aanspoort mijn lusten met hulpmiddelen optimaal te bevredigen. Desnoods in mijn dooie eentje. Tenslotte ben ik het waard, volgens L’Oréal. Toch?

Het betreft hier stuk voor stuk boodschappen waarom ik niet heb gevraagd. Billboards met glanzende erotiek moeten eerst mijn blikveld binnendringen, alvorens ik me kan afwenden. En eerlijk gezegd heb ik totaal geen zicht op de mate van indoctrinatie die ik onwillekeurig onderga. Ik weet niet in hoeverre ik die Sloggy-billen heimelijk tot norm heb verheven. Een norm waaraan bijna geen vrouw van vlees en bloed kan voldoen. Want zo gaat dat met normen.

Met in het achterhoofd de hedendaagse verslaving aan seksualiteit in het algemeen en de soloseksualiteit in het bijzonder, heb ik afgelopen zaterdag totaal vrijwillig het televisieprogramma van Sonja Barend bekeken. In een aantal afleveringen duikt zij in de geschiedenis van de televisie; deze keer ging het over seksualiteit en hoe die zich gaandeweg meer en meer onthulde op het scherm.

Argwaan was hier op zijn plaats. De week ervoor werd het onderwerp met expliciete beelden aangekondigd. Een lekkermakertje? Je hoopt dan dat mevrouw Barend die beelden met haar kritische vermogens zal overvleugelen – ja, als het even kan, aan de kaak zal stellen. Maar het programma werd gelardeerd met ronduit pornografische beelden. Er zaten drie moslima’s in het publiek die mevrouw Barend zou interviewen. Zij verlieten de ruimte nog voordat hun één vraag gesteld kon worden. Want, zo verklaarden zij later in relatieve beslotenheid, die beelden maakten hen ziek. Zij wilden daar niet mee geassocieerd worden.

Ik dacht jaloers: had ik de moed maar om klip en klaar te zeggen dat ik dit niet accepteer.

Het was een moment waarop een ons vreemd perspectief duidelijk maakt wat er gebeurd is met onze zogeheten seksuele vrijheid. Opeens wordt met hulp van vreemde ogen dat wat ons zo vertrouwd is van zijn vanzelfsprekendheid ontdaan. Opeens dringt het besef door hoe destructief het is als ons intiemste wezen zich schaamteloos prijsgeeft. Geheel uit vrije wil nog wel. Maar over wat voor soort vrijheid hebben we het hier?

Om te beginnen, hoe komt het dat we de seksualiteit zo hebben geïsoleerd? De NVSH werd ooit opgericht om voorlichting te geven. Hoe zit een vrouwenlichaam in elkaar en dat soort zaken. Dat is ten diepste merkwaardig. Seksualiteit is weliswaar ingebed in de lichamelijkheid, uiteindelijk is zij een geestelijke aangelegenheid – zie de uitdrukking ’de liefde bedrijven’.

Onbedoeld is de liefde het stiefkindje geworden in ons emancipatieproces en in onze behoefte aan voorlichting. Nog anders gezegd: de geest werd en is van het lichaam gescheiden.

Gaandeweg is dat lichaam meer en meer een instrument geworden. Een instrument dat je dienovereenkomstig kunt behandelen en benaderen. Het is een ding dat je naar believen kunt inzetten. Dat wordt ons van alle kanten medegedeeld, en er is geen partijprogramma dat daartegen in opstand komt. Politici zullen denken: dat is privé. Maar het ligt wel open en bloot op straat. Ik zeg op mijn beurt: het is niet privé, het is intiem en zodra intimiteit zich blootstelt aan camera’s, is het niet meer intiem. Dan verdampt het en verandert het in iets heel anders.

Onze seksualiteit, die net als religie per definitie een ander veronderstelt, is radicaal geïndividualiseerd. Op hoeveel meer fronten kan de (Nederlandse) mens geheel in strijd met zijn conditione solo gaan?

Volgens het nieuwste seksonderzoek hebben we de ander helemaal niet meer nodig. Voor de goede orde: auto-erotiek is tot in den treure behandeld door Sigmund Freud, die dit verschijnsel bij peuters en kleuters constateerde. Maar mij lijkt het een stap te ver om een groot deel van onze bevolking te betichten van regressief gedrag.

Ook de resultaten van het feminisme bieden wat mij betreft weinig houvast. Volgens sommige feministen moest het patriarchaat overwonnen worden: het eigenmachtige en heerszuchtige denken en handelen. Maar het werd geen echte overwinning, aangezien vrouwen die eigenmachtigheid en heerszucht verinnerlijkt hebben. Wat jullie kunnen, kunnen wij ook.

Ik heb het feminisme altijd verdacht van het gelijkschakelen van het vrouwelijke aan het mannelijke. Of liever: van het uitwissen van het verschil dat sowieso tussen mensen bestaat. Niet meer ’Ik ben oké, jij bent oké’, maar ’Ik ben hetzelfde als jij’. En als jij hetzelfde bent als ik, dan heb ik jou niet nodig.

Wat mij betreft is dat de dood in de pot. Lang geleden al heeft de Franse filosofe Elisabeth Badinter het einde van de passie aangekondigd omdat het verschil tussen de seksen nihil is geworden.

Maar zijn we wel gelijk? Doen we niet net alsof? En doen we niet alsof we het allemaal zo goed alleen kunnen? Zelfs zo goed dat we alleen met onszelf de liefde kunnen bedrijven? Is die oprukkende soloseksualiteit niet simpelweg een teken dat we een nieuwe vorm van stille armoede in ons midden hebben?

Want vertel mij: is er één mens hier op aarde die niet aangeraakt wil worden, louter en alleen om wie hij is, een schepsel, onvervangbaar en onherhaalbaar? Niet als gesneden beeld, maar als zichzelf. Niet op een billboard, maar slechts beschenen door een bedlampje, en door de blik van die ander, die ene.

Al ben ook ik een kind van deze tijd, de oudtestamentische verhalen voeren mij terug naar wat seksualiteit werkelijk is: ingebed in en niet los te rukken uit het hart dat liefheeft.

Denk aan Jacob die luid begint te wenen op het moment dat zijn ogen voor het allereerst rusten op Rachel bij de waterput. En hij kust haar en wacht jarenlang op haar, zelfs al betekent dit dat hij eerst met haar zuster Lea moet huwen.

David maakt de vreemdste bokkensprongen nadat hij Batseba heeft verleid en bemind. Uit berouw stort hij zich languit ter aarde als hun kind overlijdt. En het is diezelfde David die zijn vriend Jonathan liefheeft als zichzelf.

Abraham stuurt Hagar weg, nadat Sara hem dit bevolen heeft. Dezelfde Sara die hem vroeg met Hagar te slapen teneinde voor nageslacht te zorgen.

Al deze mannen roepen, te pas en te onpas, smekend de Schepper aan. Zonder Hem kunnen zij niet leven. Ze getuigen stuk voor stuk weinig van eigenmachtigheid en heerszucht – waarbij het ook nog eens, naar het schijnt, mannen zelf zijn die deze aanhankelijkheid in de schriftverhalen hebben opgetekend. Persoonlijk had ik mezelf als heerseres heel anders geëtaleerd.

Die aanhankelijkheid vind je al meteen in Genesis. Adam wordt te verstaan gegeven dat hij zijn vrouw zal aankleven. Hij zal zich met lichaam en ziel aan haar hechten. Zo luidt de opgave aan de mens. Dat een en ander is ontspoord, mag duidelijk zijn. Aanhankelijkheid is de mens nu eenmaal niet vanzelfsprekend gegeven. Vandaar die opgave.

Het is niet zo moeilijk om mij aanhankelijk te betonen aan dat wat identiek is aan mezelf. Het is juist de ander, zo verschillend van mijzelf, die mij uitdaagt als ik me aan hem overgeef.

Michelangelo’s schildering in de Sixtijnse kapel te Rome verbeeldt dat zo mooi, in de twee vingertoppen die elkaar ontmoeten. De ene is van een bevallig gelegen Adam, de ander van niet minder dan onze Schepper. En die God heeft zijn linkerarm geslagen om Zijn vrouwelijke schepsel Eva. Nu luidt de titel weliswaar ’De schepping van Adam’, maar ik zie iets anders. Ik zie hoe Adam nog alleen is en gezelschap behoeft: een hulpe tegenover. En Eva, nog even beschermd in de arm van de Allerhoogste, zal deze Adam, deze mens gegeven worden. Opdat hij haar zal aankleven onder een toeziend Oog.

Al het andere zijn gesneden beelden die ons eigen onvermogen moeten verbloemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden