De stenen stad van Kadare

Ze werden geboren op een steenworp afstand van elkaar in het Albanese stadje Gjirokastër: de schrijver Ismail Kadare en de dictator Enver Hoxha. Maar tijdens het beruchte zeventiende partijcongres van 1967 deed de dictator de schrijver in de ban. De schrijver verzon een list. Hij bood de dictator aan hem te vereeuwigen in een roman. Intussen schoof hij deze grote opdracht voor zich uit en voltooide als een razende de boeken die hij werkelijk wilde schrijven. En toen de dictator en de schrijver elkaar ontmoetten, haalden ze aangename herinneringen op aan hun geboortestad Gjirokastër.

Grijze wolken hangen tegen de bergen rondom Gjirokastër. Als we aankomen, dansen de eerste regendruppels over de leistenen daken en omlaag door de stenen steegjes -net als in het begin van Kadare's roman Kroniek van de stenen stad. De grootste literator van Albanië werd geboren op een steenworp afstand van Europa's meest danteske dictator, Enver Hoxha. In de roman komen ze beiden voor: Kadare als het jongetje dat de oorlog als één lang avontuur beleeft en Hoxha als de communistische partizaan die aan het eind plichtmatig zijn sociaal-realistische opwachting maakt. Maar de echte hoofdpersoon is de stenen stad zelf, Gjirokastër, een wereldwonder dat verscholen ligt tussen de bergen van Zuid-Albanië. Halverwege het boek wordt een Britse bommenwerper neergeschoten en warempel, in een verloren hoek van de citadel staat in de buitenlucht een vliegtuig te vergaan, als een herinnering aan de hoogtijdagen van de Koude Oorlog.

In de jaren rond 1950 dropten de Britten en Amerikanen commando's boven het land die een guerrilla tegen het communistische regime moesten opzetten. De operatie mislukte faliekant, omdat sovjetspion Kim Philby de inlichtingen liet doorspelen aan het toen nog Moskou-getrouwe Tirana. De geparachuteerde infiltranten, uit kringen van Albanese ballingen, werden telkens opgewacht door de Sigurimi en na een kort proces, of zelfs dat niet eens, geëxecuteerd. Tijdens een van de missies kwam een Amerikaans spionagevliegtuig neer in Zuid-Albanië en werd in triomf hierheen gesleept om het volk te worden getoond.

Als een roestige roofvogel waakt het nu over de stad, op een van de buitenplaatsen van de citadel. ' Zilverfort' zou de naam Gjirokastër betekenen. Het is de ideale plek om urenlang uit te kijken over de daken van de legendarische vestingstad, waar inmiddels de regen door de goten gutst.

Paaseieren Het was een vreemde stad die als een voorhistorisch wezen plotseling op een winternacht in het dal leek te zijn opgedoken en moeizaam tegen de helling van de berg omhoog gekropen. Alles in de stad was oud en van steen, de straten, de fonteinen, maar ook de daken van de grote, eeuwenoude huizen, bedekt met platen van grijze steen die op reusachtige schubben leken. (-) Ja, het was een heel vreemde stad. Als je op straat liep kon je, als je je arm wat rekte, op sommige plaatsen je hoed aan de spits van een minaret hangen.

Alleen de grote moskee in het centrum strekt nu zijn minaret nog uit naar de hemel. Alle andere moskeeën zijn afgebroken of onherkenbaar van functie veranderd. In 1967 riep Hoxha -zijn naam is de titel van een islamitische geestelijke, zoiets als ' imam' -Albanië uit tot de ,, eerste atheïstische staat ter wereld”. Niet alleen was alle vorm van godsdienst officieel afgeschaft, maar ze werd ook effectief gewist uit het maatschappelijke leven. Het waren de jaren van de Grote Proletarische Culturele Revolutie in China, en Albanië beleefde zijn eigen variant.

Geïnstrueerd door de Partij brak de brave revolutionaire jeugd van Albanië in dat ene jaar 1967 duizenden kerken, moskeeën en kloosters af, of bouwde ze om tot bioscopen, opslagloodsen of sporthallen. De vier erkende religieuze gemeenschappen -orthodoxen, katholieken, soennieten en bektasji's -hielden op te bestaan.

In 1969 zou de voorzitter van het Democratisch Front van Gjirokastër bekendmaken dat acht vrouwen op heterdaad waren betrapt bij het schilderen van paaseieren.

Geboortehuis De stad was gebouwd tegen een stenen helling, de steilste misschien waartegen ooit een stad gebouwd was, en ze tartte alle wetten van architectuur en stedenbouw. Soms raakte de nok van het ene huis de fundamenten van het andere, en het was waarschijnlijk de enige plaats ter wereld waar je kans liep om op het dak te belanden als je van de kant van de weg gleed. En daar wisten vooral dronkelappen van mee te praten.

Niet lang erna verscheen op de belvédère naast de universiteit, waar nu alleen een parkeerplaats rest met breed uitgestalde mercedessen (het nationale automerk van het huidige Albanië) een levensgroot standbeeld van Enver Hoxha. ' Enver is de Partij en de Partij is Enver' was het motto, dat zelfs in de Albanese berghellingen werd uitgehakt.

Maar de grootste zoon van de Partij was ooit ook geboren, en wel in een exemplarisch familiehuis in het hart van de stenen stad. In de jaren twintig was het afgebrand, maar medio jaren zestig werd het in meer dan oude luister herbouwd en ingericht als museum.

”Volgend jaar bouwen we een nog mooier geboortehuis”, luidde immers de wijsheid van een Oostblokgrap.

Partizanenweduwen

Sinds het huis de vlammen had doorstaan die het binnen enkele uren in een bouwval hadden veranderd, was het volkomen onverschillig geworden, en liet het ons kalm onze gang gaan. (”) ' Dit was vroeger zijn huis', fluisterde hij in mijn oor. ' Van Enver Hoxha?' ' Ja.'

Wie er nu op bezoek gaat, treft alleen de verschraalde collectie aan van het etnografisch museum dat er probeert te overleven. Vijftig klederdrachten telt de regio rond Gjirokastër, van Grieks aandoende mannentooien tot bloemrijke vrouwendrachten, maar het museum kan er maar een paar tonen. De enige beschikbare folder, in vijf talen, dat wel, is nog steeds die van het Museum van de Antifascistische Nationale Bevrijdingsoorlog dat er voorheen de naam van partizanenleider Hoxha verheerlijkte.

Alleen al in Hoxha's sterfjaar 1985, claimt de folder, werd het museum door 60 000 mensen bezocht. Nu zijn dat er twee of drie per dag, volgens de directrice, voornamelijk Albanese migranten die de zomervakantie thuis doorbrengen. Hoxha zelf kwam er op bezoek en na zijn dood ontving de weduwe Hoxha -die nog een paar jaar een stevige vinger in de pap hield tot de omwenteling van 1990 haar voor jaren achter de tralies bracht -er andere partizanenweduwen. De foto's in de folder tonen het markante verschil: waar toen de vitrines een hele expositie toonden met uitvergrote zwartwitfoto's, heroïsche schilderijen en landkaarten met troepenbewegingen, hangt nu een enkel houtsnijwerk. Zelfs in de kamer waar kameraad Enver in 1908 ter wereld kwam, zijn de stugge boerenportretten van zijn ouders van de wand gehaald.

Kat-en-muisspel Regendagen waren gevaarlijk in het Albanië van Enver Hoxha. Op zulke dagen nam de dictator zijn meest sinistere besluiten, vertrouwde een van zijn lijfartsen Kadare toe.

Misschien regende het tijdens het beruchte zeventiende partijcongres van 1967. Niet alleen de religie werd in de ban gedaan, ook Kadare werd tijdens dat congres openlijk bekritiseerd. En wel door niemand minder dan Enver Hoxha persoonlijk.

Nu was Hoxha een uitzondering tussen de heersers van stalinistisch snit. In de jaren dertig had hij in Parijs en Brussel gestudeerd en hij was, tot op zekere hoogte, een man van cultuur. Zijn literaire kennis reikte ver genoeg om het talent van Kadare te waarderen en zo nodig te veroordelen.

Kadare vermoedt dat zijn doodvonnis is getekend. In een vlucht naar voren vraagt hij toestemming Hoxha's breuk met de Sovjet-Unie en zijn frontale aanval op Chroetsjov in het hol van de leeuw, Moskou 1960, in een roman te vereeuwigen. Nog op dezelfde dag dat hij zijn verzoek indient, binnen een paar uur zelfs, krijgt hij officieel toegang tot geheime partijstukken, een onmiskenbaar teken dat de grote dictator zelf het plan steunt.

Tachtig procent van zijn oeuvre is te danken aan het kat-en-muisspel dat beiden vervolgens tot elkaar veroordeelt, schat Kadare zelf. Want ook de dictator weet zich nu afhankelijk van het literaire portret dat hem in zijn finest hour zal moeten vereeuwigen.

Die situatie biedt onvermoede kansen. Kadare schuift de grote opdracht voor zich uit en voltooit als een razende de boeken die hij werkelijk wil schrijven.

In 1971, het jaar van de Kroniek van de stenen stad, wordt hij uitgenodigd voor een persoonlijk onderhoud met de dictator, volgens Kadare hun eerste en enige ontmoeting.

Hoxha rept met geen woord over de lang verwachte roman en vult de tijd met het ophalen van aangename herinneringen aan hun beider geboortestad Gjirokastër.

Houwitsers

De citadel was oeroud. Ze had de stad voortgebracht. Onze huizen leken een beetje op de citadel als kinderen op hun moeder.

Vandaag is er één eerdere bezoekster omhooggeklommen naar het reusachtige fort. In de toegangspoort verschijnt een opvolger van Avdo Babaramo, de oude kanonnier uit de Turkse tijd die in Kadare's roman wordt opgehitst om nog één keer zijn kunsten te vertonen. Hij richt zijn kanon op de geallieerde vlieger en laat het donderen over de stad, maar weet niets te raken en moet met gebogen hoofd zijn nederlaag erkennen.

Nu zijn er toegangskaartjes en binnen wacht een bizarre collectie Italiaanse en andere artillerie uit de laatste wereldoorlog -ook dit was voorheen een antifascistisch oorlogsmuseum. De stenen gewelven, meestal zonder verlichting, staan vol met zwijgende houwitsers en stukken geschut, de lopen omhoog gedraaid. Aan het eind is een overtollig partizanenbeeld gestald dat naar de buitenlucht kijkt, over het aluminium vliegtuigwrak dat de surrealistische verzameling compleet maakt.

Op zijn beurt kijkt het in de richting van de kale bergtoppen boven Gjirokastër. Achter die bergen ligt een groene oase, het natuurgebied Syri I Kalter (het Blauwe Oog), waar de Hoxha's hun favoriete buitenverblijf hadden.

De Zottensteeg Duizenden en nog eens duizenden grijze daken lagen schots en scheef aan onze voeten, alsof ze hadden liggen woelen in hun slaap. Het was ijzig koud.

In bijna alle romans van Kadare regent het of is het winter -sommigen gebruiken hiervoor de term kadaresk -maar vandaag trekt de donderbui snel weg en breekt de zomerzon door.

In de stenen stad beneden, maar ook nog verder omhoog tegen de hellingen boven de citadel uit, schijnt ze op de cirkelvormige leistenen daken van honderden traditionele ' Turkse' huizen in hout en witte steen, die de stad zo uniek maken dat ze op de werelderfgoedlijst van de Unesco is gezet.

Daartussen kronkelen de straten en stegen van zwart-wit gelegde stenen, met hier en daar de kale rots tot aan het oppervlak. Ze zijn ontworpen voor ezels en mensen, maar worden nu beklommen door grote mercedessen. Net als in de boeken van Kadare rennen er ook nog steeds kinderen door de doolhof.

Wie er de weg kent, kan vanaf de citadel zowel het geboortehuis van Hoxha als dat van Kadare aanwijzen -het grote stenen huis dat het jongetje met trots vervult, omdat het tijdens de eerste bombardementen dienst doet als schuilkelder voor wel negentig personen. Het ligt letterlijk op een steenworp afstand van dat van Hoxha. En nog steeds kronkelt tussen beide huizen -voor wie van ironie houdt -de Zottensteeg, de hoofdstraat van de roman.

Kaputt Elke morgen ging ik voor de grote ramen zitten en keek aandachtig wat er op de daken van de huizen gebeurde. Maar er gebeurt natuurlijk zelden iets op de daken, en de zwermende raven maakten het uitzicht nog droefgeestiger.

Gjirokastër is een stad in verval en de benedenstad is gevuld met de betonnen flatmonsters uit de communistische tijd. In het dal, waar in de roman de Italianen hun oorlogsvliegveld aanleggen, dendert nu de weg naar Tirana.

Ergens in de bovenstad is een Engelse firma bezig de oude watergangen te herstellen en er zijn Arabische inscripties tevoorschijn gekomen boven een wasbekken uit de Ottomaanse tijd. Maar de rest van de stenen stad wacht op betere tijden. Geld voor restauraties is er niet, de Albanezen zijn vooral bezig met overleven.

De beelden van Hoxha zijn al lang uit het straatbeeld verdwenen. Voor hotel Argjiro hangt nu een bronzen plaquette met de beeltenis van Kadare. Maar de beroemde schrijver zelf, meermalen voorgedragen voor de Nobelprijs voor de literatuur, woont beurtelings in Tirana en, vooral, Parijs.

Ik was trots op ons grote huis. Van de ene dag op de andere was ze het middelpunt van de wijk geworden. We lieten onze deur wijd open staan, zodat de mensen bij het eerste loeien van de sirene naar binnen konden rennen. (”) De kelder lag diep onder de grond. Een dikke muur scheidde hem van de regenput, die gedeeltelijk onder de kelder doorliep.

Vanaf de citadel gapen her en der de zwarte gaten van ingezakte daken je aan. De grote huizen van de traditie lijken het af te leggen tegen het beton van de benedenstad.

Ook het geboortehuis van Kadare is zijn dak kwijt en ligt er als een stenen skelet bij.

' Kaputt', bevestigen de buren -het huis is in de jaren tachtig in vlammen opgegaan en sindsdien verlaten. De regen kan nu rechtstreeks naar de kelder en de beroemde regenput van het openingshoofdstuk van de roman.

Toen de avond viel lag de stad, die in de loop van de eeuwen op de kaarten had gestaan als bezit van de Romeinen, de Noormannen, de Byzantijnen, de Turken, de Grieken en de Italianen, in het Duitse Rijk. Uitgeput, verdoofd door het gevecht, gaf ze geen teken van leven meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden