De stenen droegen me, zo is mijn God Bij rouw biedt iets net zoveel troost als niets Je kunt alleen Iemand danken, niet Iets Zonder persoonlijke God is vloeken hooguit je hart luchten

God is dood. Allang. Zeggen ze. Neemt niet weg dat we blijven geloven. Want we kunnen niet anders. Daarom hebben we God herdoopt tot Mysterie. Tot Geheim. Tot Iets. Alleen de persoonlijke God, die lijkt dood te blijven. Aflevering 20: Hetty Zock.

Peter Henk Steenhuis

Bij rouw biedt iets net zoveel troost als niets

’Wat een arrogante stelling. Hieruit spreken twee vooronderstellingen: Iets kan geen troost bieden, en een persoonlijke God kan wel troost bieden. Uit mijn ervaring als predikant in een vrijzinnig hervormde gemeente weet ik dat er voor iemand die helemaal aan de grond zit geen quick fix bestaat.’’

Goed, snelle troost bestaat niet. Troost wel. Kan Iets wat net zo goed bieden als de persoonlijke God?

„Zeker. Tijdens mijn eigen religieuze opvoeding ben ik in contact gebracht met allerlei onpersoonlijke Godsbeelden. Als kind heb je vanzelf een persoonlijk Godsbeeld. Dat kan niet anders, voor kinderen is alles persoonlijk: de tafel, de stoel en dus ook God. Later verandert dat en ontstaat ook de mogelijkheid om anders naar God te kijken. Je ontdekt dan dat er in de Bijbel en in allerlei andere religieuze tradities ook veel onpersoonlijke Godsbeelden bestaan.’’

Die spraken u meer aan.

„Ja. Aan het einde van mijn kerkelijke opleiding heb ik een werkstuk geschreven over de persoonlijke God.

Ik legde de opvattingen van de Amerikaanse theoloog en godsdienstfilosoof Paul Tillich (1886-1965) naast die van de Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968).

Tillich spreekt niet over God als een persoon maar als de grond van het bestaan - datgene wat je het diepste, in je kern raakt. Dat zou Karl Barth nooit zeggen. Van hem is de kenmerkende uitdrukking Senkrecht von Oben, ’loodrecht van boven’. God openbaart zich loodrecht van boven, en is alleen via die openbaring te kennen.

Alle andere vormen van Godskennis – bijvoorbeeld via menselijke, natuurlijke vermogens – wijst Barth af.’’

Die opvattingen staan dus tegenover elkaar.

„Ja. Maar de verschillen waren veel kleiner dan ik dacht. Voor beiden is het meest kenmerkende dat de mens in relatie staat met God. En elke relatie die je als mens hebt is persoonlijk gekleurd. Als godsdienstpsycholoog werk ik veel met de zogenaamde object-relatietheorieën. Simpel gezegd komt dat hier op neer: Freudianen stellen dat de mens een driftwezen is, hedendaagse psychoanalytici denken dat de mens een relationeel wezen is. Mensen reiken uit naar iets buiten zichzelf om zich daarmee te verbinden. En dat geldt ook voor God – of die nu voorgesteld wordt met een onpersoonlijke Godsbeelden of als de openbarende God van Barth.’’

Toch hebt u meer affiniteit met het gedachtegoed van Paul Tillich.

„Het idee dat God de grond van mijn bestaan is, spreekt mij zeer aan. Ik ben gepromoveerd op de godsdienstpsycholoog Erik Erikson. Hij is beïnvloed door Tillich. Een van zijn belangrijkste termen is basic trust. Erikson laat zien dat de ervaringen die je in de eerste jaren van je leven opdoet de grondhouding bepalen waarmee je in de wereld staat. Als kinderen in die eerste jaren vertrouwenwekkende ervaringen opdoen, zullen ze een open houding innemen tegenover nieuwe ervaringen en ook tegenover het grote onbekende. Overheerst wantrouwen, dan zullen ze nergens een barst van geloven. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen Godsbeelden krijgen aangereikt die aansluiten bij hun ervaring. Een kind kan niet anders dan antropomorf denken, en zal zich bij persoonlijke beelden van God goed thuisvoelen. Dwing je een kind te abstracte beelden van God op, dan zal die God niets gaan betekenen. Pas als de cognitieve vermogens zich volledig ontwikkeld hebben, kan het kind zich ook abstractere voorstellingen eigen maken.’’

God als grond van je bestaan.

„Bijvoorbeeld.”

U zegt dat relaties voor een mens van essentieel belang zijn. Hoe kun je een relatie onderhouden met de grond?

„Niet als u de grond zo letterlijk opvat als de grond onder mijn voeten. Maar als je God als persoon letterlijk neemt, krijg je ook idiote voorstellingen. De discussie over God als persoon of God als Iets ergert me omdat de woorden zo letterlijk genomen worden.’’

Die grond van het bestaan moet ik niet letterlijk nemen. Hoe dan wel?

„Vorig jaar verscheen het boek ’Ietsisme, een basis voor christelijke spiritualiteit’ van Gijs Dingemans. Daarin neemt hij het standpunt in dat God de mysterieuze dimensie is die je beroert en fascineert maar die je nooit kunt vatten. Daar ben ik het mee eens. Maar ik bleef me wel afvragen wat voor Godsbeeld ik zelf eigenlijk heb. Toen ik een tijdje geleden een bergwandeling maakte, raakte ik plotseling ontroerd. Ik sleepte mijzelf de helling op naar boven, en ineens maakte zich het gevoel van mij meester gedragen te worden door de stenen onder mij. Ik besefte: Dit is mijn God. Ik word gedragen.”

God is voor u een steen?

„Je hebt woorden en beelden nodig om een ervaring een plaats te kunnen geven in je leven. Tijdens die bergwandeling kwamen er bij mij vanzelf bijbelse beelden boven van God als rots om op te bouwen, maar ook beelden uit andere tradities waarmee ik in de loop der jaren in contact ben gekomen. Ik heb ook nog een lezing gehouden over ’De steen des geloofs’.

Ja, God kan een rots zijn, en die ervaring is troostrijk.’’

Je kunt alleen Iemand danken, niet Iets

„Nog zo’n arrogante stelling. Stel, je krijgt een kind. Dat is een van de meest bijzondere momenten in het bestaan. Je wordt overstroomd door dankbaarheid. Dan zou je die alleen kunnen uiten aan een persoonlijke God?’’

Aan wie anders?

„Diepe gevoelens van dankbaarheid hoef je niet per se tot iemand te richten. Die kun je duidelijk maken in hoe je leeft, in hoe je de buitenwereld tegemoet treedt. Je kunt ook een persoonlijke relatie hebben met dingen, inclusief de gevoelens die daarbij horen. Een violist heeft een intense relatie met zijn viool. Een schilder met de verf.’’

De beste voetballer te wereld zegt dat de bal zijn vriend is.

„Precies.’’

Dat is een animistische gedachte.

„Nee, de dingen hoeven geen ziel te hebben om er een relatie mee te hebben.

Dit gegeven leert ons dat de mens een wezen is dat alleen maar zichzelf kan worden in relatie met de wereld om zich heen – met mensen, dingen, de natuur en culturele tradities. In die interactie met de wereld spelen zich ervaringen rond zin en zinloosheid af. Rond troost en dankbaarheid.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden