De stem van God spreekt over het IJ

De joodse vernieuwingsgemeente Beit Ha’Chidush groeit en houdt voorlopig haar rabbijn. Nu de sjoel nog: voor haar sabbatsviering koos de gemeente vrijdag noodgedwongen het ruime sop.

De afspraken leken gebeiteld: élke eerste vrijdag van de maand is de Uilenburger synagoge gereserveerd voor de sabbatsdienst van de joodse vernieuwingsgemeente Beit Ha’Chidush. Toch ging er 1 juni iets mis. Het Nationaal Restauratie Centrum, hoofdhuurder van het fraaie 18de-eeuwse sjoeltje, had de synagoge toegezegd aan een ander. Niet de gebeden tot de Eeuwige, maar de wereldse tonen van het KlankKleurFestival zouden die vrijdag in de synagoge opstijgen.

Eerder protest had niets uitgehaald. In plaats van een ’rel te schoppen’ besloot de gemeente van de nood maar een deugd te maken en een creatieve oplossing te zoeken. Als we niet te land terecht kunnen, waarom dan niet te water, opperde een van de gemeenteleden. Waarop ’Waterbike’-eigenaar Felix Goodman, ook lid, een van zijn rondvaartboten ter beschikking stelde.

Vrijdagavond klokslag acht uur gaan de trossen los aan de kade van de Uilenburgerwerf. Met vijftig mannen, vrouwen en kinderen is de boot afgeladen. In milde, op het IJ wat heviger deining luidt de gemeente in opperbeste stemming de sabbat in. Rabbijn Elisa Klapheck leidt de dienst met geestdrift. Ook Chaim van Unen, hulp-chazzan van de liberaal-joodse gemeente van Amsterdam, heeft er zin in: al voorzingend maakt hij vrolijke uitstapjes naar Verdi. Speciale genodigde is Arnold Heertje. De emeritus hoogleraar economie, die zich ervoor inzet de Uilenburger synagoge terug in Joodse handen te krijgen, treedt in de varende dienst op als gast-’predikant’.

’Baruch Adonai...’: de rondvaartboot met de zingende gemeente zwenkt richting het IJ. „Dit is echt jodendom in beweging”, roept een van de sjoelgangers. Het staande gebed kan nog voor problemen gaan zorgen, want dat moet gezegd met het aangezicht richting Jeruzalem. En waar is het oosten op deze kriskrassende boot? Geen nood, hierover heeft rabbijn Klapheck van te voren nagedacht. In de Psalm van David die vanavond gelezen wordt, is de stem van de Heilige ook ’te horen over het water’. „God is niet alleen in het oosten”, houdt ze haar gemeente voor. „De sjechina, de aanwezigheid van God kan overal zijn.” „Oost, west, God is best”, klinkt het van achteruit de boot. En Zijn wegen blijken weer wonderlijk, want als het staande gebed ’Amida’ begint, koerst de boot, langs de kop van Borneo-eiland, juist in oostelijke richting.

Ook Heertje put inspiratie uit de ’bewegende’ gemeente. „Eigenlijk, zegt hij, zijn we op dit moment verdrevenen – verdreven uit de synagoge op een manier waarvan je je afvraagt of dat nu nodig was. Maar we zijn er tegelijkertijd zo aan gewend dat het haast een tweede of zelfs eerste natuur van ons is. En we weten er ook mee om te gaan. We zijn in beweging, er gebeurt hier iets wat volstrekt afwijkt van wat er honderden jaren in Amsterdam is gebeurd. We passeren grenzen en vinden het nog leuk ook.”

Erbij gehaald door Beit Ha’Chidushpenningmeester Thijs ten Raa, voert Heertje sinds 2005 de onderhandelingen over de toekomst van de Uilenburger synagoge met de eigenaar, de gemeente Amsterdam. „Dit is een van de laatste oorspronkelijk Joodse bezittingen, die in Joodse handen terug moet.” Tot nu toe hebben de onderhandelingen weinig uitgehaald, maar sinds kort, zegt Heertje, zit er wél enige beweging in. „Het Nationaal Restauratie Centrum gaat eruit en de synagoge komt terug in de Joodse gemeenschap. Dat gaat gebeuren”, verzekert hij.

Maar hoe, is voorlopig nog niet duidelijk. De Stichting Uilenburger Synagoge kan de sjoel alleen huren, terwijl Beit Ha’Chidush het gebouw, mits de ledenvergadering daarmee instemt, wel zou kunnen kopen. „Voor de gemeente Amsterdam maakt het niets uit of het huur of koop wordt. Voor hen is het niet meer dan een juridische kwestie. Maar vanuit Joods oogpunt is dat een misverstand”, vindt Heertje. „Historisch gezien en op morele gronden ligt het voor de hand dat de synagoge gekocht wordt. Ze hoort niet in handen van de gemeente, en zou nooit haar eigendom zijn geweest, als er niet in de Tweede Wereldoorlog gebeurd was wat er gebeurd is. Daar vechten we voor.”

Bij de ondergaande zon keert de boot terug bij de aanlegsteiger. Uitgelaten wensen de gemeenteleden elkaar ’Sjabbat Sjaloom’. Ook rabbijn Klapheck heeft genoten. Of haar gemeente de sjoel nu in handen krijgt of niet, maakt voor de inhoudelijke ontwikkelingen van Beit Ha’Chidush (Huis van Vernieuwing) niet uit. Die kunnen, onder haar begeleiding, voorlopig op dezelfde voet voortgaan, want haar contract, betaald uit de Maror-gelden (restitutie Joodse oorlogstegoeden), is zojuist weer met twee jaar verlengd.

Terugkijkend op de afgelopen twee jaren, kan ze tevreden zijn. De gemeente groeit en telt nu vijftig actieve leden, vijftig ’vrienden’ en honderd los-vaste bezoekers. Op 23 mei werd er een nieuwe Tora ingewijd. Een gloednieuwe Sidur (gebedenboek) ligt bij de drukker en met de Liberaal-Joodse Gemeente (LJG) Amsterdam zijn onderhandelingen gaande over een associatieverdrag.

Bij deze samenwerking zal het alleen gaan, legt Klapheck uit, om zaken die het kleine Beit Ha’Chidusch niet op eigen kracht kan regelen. Een ruimte op een begraafplaats bijvoorbeeld, waar tevens niet-Joodse echtgenoten van overleden Joden begraven kunnen worden. Ook wordt bekeken of Beit Ha’Chidush gebruik kan maken van de faciliteiten van de LJG op bijvoorbeeld het vlak van besnijden en gioer (’uitkomen’ als Jood). „Ook al zetten wij ongewone stappen, we zijn geen outlaws, we willen niet geïsoleerd zijn. Wij horen, met alle stromingen binnen het jodendom, van traditioneel tot reconstructionistisch, bij de grote internationale Joodse gemeenschap. Wij zijn deel van de ’Klal Jisraeel’, de grote gemeente Israël.”

Overigens betekent een associatieverdrag met de LJG niet dat de Liberaal-Joodse Gemeente zeggenschap zou krijgen over Beit Ha’Chidush. „Wij behouden onze autonomie op het gebied van lidmaatschapseisen en keuze van rabbijn, en wij volgen ónze ontwikkelingen”, benadrukt Klapheck.

Vooral in het nieuwe gebedenboek, door de gemeente intussen de ’postmoderne Sidur’ gedoopt, komen die ontwikkelingen tot uitdrukking; op elke pagina is de vernieuwing zichtbaar. Jan en alleman heeft eraan meegewerkt, leden van de gemeente, vrienden, Nederlandse rabbijnen (Van Voolen en Aschkenazy) en buitenlandse, en zelfs een atheïst. „Veel Joden die bij onze gemeente aankloppen, geloven niet of leven niet religieus, maar voelen zich wel degelijk Joods. Deze Sidur houdt rekening met al die verschillende posities”, licht Klapheck toe.

Het gebedenboek heeft een talmoed-achtige layout: in het midden is de originele liturgische tekst afgedrukt, in modern Hebreeuws.

Daaromheen staan een Nederlandse en Engelse vertaling, notenbalken en – op bijna elke pagina – commentaren en meningen, filosofische, spirituele, ketterse. Seculiere en vrome gedachten wisselen elkaar in vrolijke harmonie af.

Bij de oproep tot gebed, het liturgieonderdeel waarmee een sjoeldienst écht begint, heeft Klapheck zelf, speciaal voor wie niet kunnen bidden of geloven, een spinozistische kavana (betoog, intentie) geschreven. „Het is niet moeilijk”, zegt ze, „om een filosofisch betoog zonder God op te zetten wanneer je JHWH aanroept. Letterlijk betekent dit tetragrammaton ’het zal zijn, het is, het was’. In een filosofische kavana spreek je dan niet over God maar over een Groot Zijn, waar een ieder zijn eigen leven vandaan heeft.”

Trots reikt ze de drukproeven aan: „Dit is een heel rijke Sidur, waarmee je vele kanten opkunt: spiritueel, intellectueel, mystiek en rationeel. We putten erin uit de vele Joodse bronnen op de terreinen van filosofie, ethiek, theologie en filosofie. Onze Sidur kun je inderdaad zien als uitdrukking van onze identiteit. En het is een resultaat van community building.”

De Sidur is nog nat van de inkt, en de volgende vernieuwing staat alweer op de rails. „Van de mincha, een korte dienst op de late zaterdagmiddag, willen wij een seculiere, culturele dienst maken, met sprekers en debat. Het zal gaan over hoe wij ons met ons Joodse levensgevoel in deze samenleving plaatsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden