De stank van het woord 'fascisme' (Gerectificeerd)

Het is makkelijk schelden, met begrippen die naar de Tweede Wereldoorlog verwijzen. Links doet het; rechts doet het. Maar het heeft ook een nadeel: wie het eigen moreel gelijk 'bewijst' met termen uit de oorlog, overtuigt niet én legt lam.

Er moest wat tijd overheen gaan, maar het kan weer: je baby Anton noemen. Maar Adolf, nee. Want Mussert is weggegleden uit het gezamenlijk geheugen, terwijl Hitler zich er stevig in heeft vastgezet. Met een baby die Adolf heet ben je nu nog steeds fout.

Ergens tussen Anton en Adolf pendelt het debat dat over de multiculturele samenleving is losgebarsten. Over de keuzes die integratie mogelijk maken, over het al dan niet 'bij elkaar houden' van de boel en vooral over de enorme morele verontwaardiging die de verschillende kampen tentoonspreiden. Wat goed is en wat kwaad -we zijn een moralistische natie- wordt uitgedrukt met termen en woorden die naar de Tweede Wereldoorlog verwijzen.

Een kleine bloemlezing:

De kampioen was Theo van Gogh. Hij noemt twee Amsterdamse burgervaders -Ed van Thijn en Job Cohen- NSB'ers (de laatste zelfs 'van nature'). Andere Joden, zoals Sonja Barend en Leon de Winter, dicht hij onsmakelijkheden uit de Tweede Wereldoorlog toe. Zo spreekt hij over het 'Treblinkaliefdesspel'. Thom Hoffman noemt hij een SS'er.

Het nazisme is ook een dankbare bron voor degenen die Pim Fortuyn probeerden te diskwalificeren. Thom de Graaf ziet hem met terugwerkende kracht Anne Frank bedreigen, Jan Blokker vergelijkt hem met Anton Mussert.

Dierenactivisten vergelijken de bio-industrie voor het gemak maar met de Holocaust. Even moorddadig. Waar tegenin te brengen is dat dat voor Joden een erg onsmakelijke vergelijking is. Waar tegenin te brengen is dat ook Joden als Isaac Bashevis Singer deze vergelijking maken.

Nog meer voorbeelden: twee kunstenaars reppen na de moord op Van Gogh en enkele brandstichtingen in kerken en moskeeën van Kristallnacht.

Jan Pronk vindt dat het terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers door minister Verdonk doet denken aan deportatie. Hans Dijkstal vergelijkt de integratiekaart die het kabinet binnenkort invoert, met de jodenster. Joost Zwagerman denkt dat je bij Theo van Gogh, en bij Jan Blokker of Anil Ramdas maar beter niet kunt aankloppen als je moet onderduiken.

Deze week maakten Marokkaanse jongeren de Amsterdamse wethouder Aboutaleb uit voor NSB'er. Een wijze van schelden die ook op te vatten is als teken van geslaagde integratie.

Steeds weer die oorlog. Premier Balkenende probeert iets anders in te brengen: normen en waarden -maar dat wordt weggehoond als jaren-vijftigretoriek.

Liever grijpt het denkend deel der natie tien jaar verder terug: De Oorlog. Conclusie I: Het mooie is dat de moraal niet uit Nederland is verdwenen. Conclusie II: De taal en het arsenaal zijn uitsluitend ontleend aan de oorlog. Dat laatste wijst op een grote beperktheid. Er moet sprake zijn van een verarming: waaraan refereerde men in 1925, vraag je je af.

Wie het eigen gelijk bewijst met dergelijke termen, wijst de ander aan als iemand die in de Tweede Wereldoorlog de foute kant gekozen heeft. In deze krant scheert columnist Willem Breedveld langs het randje met vergelijkbare redeneringen. Breedveld keert zich tegen de 'levensgevaarlijke' Geert Wilders, wiens 'complotdenken' (overal zitten islamieten achter) ,,in dezelfde lijn ligt als het geloof waarmee de nazi's de Joden en het jodendom brandmerkten als de oorzaak van alle ellende, met als logisch sluitstuk de vernietiging van alle Joden.' Subtiel werkt Breedveld zich onder zijn eigen redenering uit: ,,Zover zal Wilders niet willen gaan'-maar het punt is gemaakt.

Links en rechts bedienen zich ervan, en wat is ertegen? Rabbijn Awraham Soetendorp vertelt in Het Parool: ,,Ik leef met het historische bewustzijn van de maatregelen die in de jaren dertig werden genomen om de immigratie van vluchtelingen uit Duitsland tegen te gaan. Ik wil niet vergelijken, ik wil geen spoken oproepen, maar we moeten nu vechten voor versterking van de saamhorigheid.'

Leren van de geschiedenis, wat is ertegen?

De ellende is dat termen, ontleend aan De Oorlog en in stelling gebracht om het eigen morele gelijk te bewijzen, de tegenstander niet alleen niet overtuigen, maar ook lamleggen. Het ongelijk bestaat in -om het zo te zeggen- het alsnog fout zijn in de oorlog. Een argument waarop niets anders past dan stilzwijgen.

Als tegenwerping geldt dat de vergelijking die gemaakt wordt slechts op een deel van de parallel betrekking heeft. Een NSB'er is dan geen foute Nederlander die Joden verlinkt, maar iemand die de integratie niet op de juiste wijze wil bevorderen. Of iemand die te naïef is om te zien dat islamieten nooit te vertrouwen zijn. In deze laatste betekenis zijn sommige islamologen al voor NSB'er uitgemaakt.

Toch wringt het. Want het lukt zelden om met chirurgische precisie dat wat wél in de vergelijking hoort, te onderscheiden van wat er niet bijhoort. Soms lukt dat, een beetje. Fortuynkenner Dick Pels betoogt dat de karakterisering van Fortuyn als fascist kán, als dat etiket ontdaan wordt van zijn demonische uitstraling en genuanceerd wordt toegepast. Dat vond Fortuyn vroeger óók, stelde Pels onlangs vast, maar op zeker moment wilde hij er niet meer van weten.

Die waarneming legt het probleem bloot. Leren van de geschiedenis loopt eerst en vooral langs de lijnen van het historisch, wetenschappelijk onderzoek. De historicus kan het ene verschijnsel met het andere vergelijken, demonteert daartoe een term, bijvoorbeeld 'fascisme', en neemt steeds een onderdeel daaruit bij een vergelijking. Zo bezien kan geconcludeerd worden dat in Fortuyns ideeën en aantrekkingskracht parallellen met het fascisme te trekken zijn. Maar zodra Fortuyn in het publieke debat op grond van die conclusie voor fascist wordt versleten, komt de besmeurende werking van dat woord, die diskwalificerende lading, onverbiddelijk mee. De stank die dat woord verspreidt, is niet af te schudden.

Het wachten is nu op het wegebben van 'de oorlog na Van Gogh'. Dan moeten we afspreken wat we met een NSB'er bedoelen, en dat we bij Holocaust-als-verwijt maar niet moeten denken aan al die vergaste Joden. Als dat niet lukt, dan slaat taal die daaraan ontleend is, alles dood. Om te beginnen het debat.

Er is een manier om te weten wanneer de tijd rijp is. Als je je zoontje Adolf kunt noemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden