De stadsrand moet vooral groen blijven

Tien groene zones – binnenkort misschien twaalf – moeten voorkomen dat het landschap in stedelijk gebied wordt volgebouwd en verrommelt. Zoals het nieuwe park Lingezegen, tussen Arnhem en Nijmegen.

Minister Jacqueline Cramer zoekt bedachtzaam naar woorden om het landschapsbeheer te duiden in de sfeer van het kabinetsmotto ’Samen werken, samen leven’. Dan is ze er uit: ’Samen duurzaam ontwikkelen’. Met, uiteraard, de nadruk op het middelste woord.

Gisteren hebben minister Cramer (Vrom) en haar collega Verburg (landbouw) hun uitgangspunten voor het landschapsbeleid tot 2020 gepresenteerd in de Agenda Landschap. Het Nederlandse landschap wordt gewaardeerd met een 7,3. Dat moet over twaalf jaar een 8 zijn, vinden de bewindsvrouwen. Dit vraagt drie hoofdlijnen van beleid: zorgvuldig omgaan met de ruimte, landschap van én voor iedereen en het duurzaam financieren van het landschap. Het eerste betekent een integraal beleid, zegt de minister. Het tweede wil zeggen dat burgers meer moeten meedoen in beheer. „Boeren, maar ook natuurbeschermers.”

De afgelopen vijftig jaar hebben rijksbufferzones er, vooral in de Randstad en Zuid-Limburg, voor gezorgd dat verstedelijkte gebieden niet in en aan elkaar groeiden en dat er open gebieden bleven voor landbouw en natuur. De laatste zone is gisteren gecreëerd: Lingezegen tussen Arnhem en Nijmegen. Zones rondom Rotterdam worden uitgebreid en er wordt gewerkt aan twee nieuwe bij Eindhoven en Tilburg.

Cramer vindt het een bizar woord, rijksbufferzones, en niet meer van deze tijd. Ze heeft het liever over stadsranden. „Die moeten nadrukkelijker de plek zijn waar burgers kunnen recreëren. Vaak zijn het niet de aantrekkelijkste plaatsen.” Samen met de provincies wil ze ervoor zorgen dat die randen hun recreatieve functie houden. Het park tussen Arnhem en Nijmegen is een goed voorbeeld. „Waar dat groen dreigt te verstedelijken moet je ingrijpen.”

Tijdens de begrotingsbehandeling deze week schetste de minister hoe de komende dertig jaar het landschap verandert door de groei van de bevolking, het woningarsenaal, het autopark en het aantal bedrijventerreinen. „Het is een gigantische opgave om te voorkomen dat Nederland wordt volgebouwd. Hoogbouw is een concept, maar dat moet je zorgvuldig inpassen. In oude steden wil je geen hoogbouw die niet passend is. Daar moet je sturend optreden.”

Ook bedrijventerreinen kunnen het landschap bedreigen. De verloedering van deze terreinen staat hoog op de agenda van parlement en bewindsvrouw. Cramer ziet een omslag bij gemeenten en bouwsector, die het altijd makkelijk vonden nieuwe locaties aan de rand van de bebouwde kom te gebruiken. De nadruk ligt nu op het opknappen van bestaande terreinen. „Een enorme opgave. We zitten met een last van verloedering uit het verleden.”

Megastallen, grootschalige veehouderijbedrijven, zijn soms ruimtelijk nog wel in te passen. Cramer: „De logistiek is het probleem. Wegen moeten verbreed worden voor die grote hoeveelheden vrachtwagens.” De provincies bepalen wat wel en niet kan.

Particulieren – boeren, burgers, buitenlui én bedrijfsleven – dragen financieel bij aan het landschapsbeheer, maar de overheid is de grootste geldschieter. In vier gebieden wordt geëxperimenteerd met nieuwe, deels private financiering. CDA en ChristenUnie hebben gevraagd om 3,8 miljoen subsidie voor die gebieden. Op 2 december wordt erover gestemd. Cramer staat ’neutraal’ tegenover het idee, maar maakt een kanttekening: „De Kamer moet niet selecteren. Het hele land verdient gelijk te worden behandeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden