De stadskrant moet een krant van de stad zijn

Het klassieke probleem van de regionale krant: de helft van de lezers wil 's ochtends een 'man-bijt-hond' verhaal en de andere helft juist pertinent niet. Vooral in de Randstad valt het de one-city-papers zwaar beide groepen met elkaar te verzoenen. Elk jaar lopen de oplagecijfers verder terug. Terwijl een deel van de lezers overstapt op 'kwaliteitskranten', blijkt ook het plaatselijke sufferdje een concurrent van formaat. De 'regionale stadskrant' zit bekneld en zoekt naar haar plek. Fusies, inkrimpingen en restyling: wie verzet op tijd de bakens?

RUTGER VAHL

Fusies en inkrimpingen zijn in de regionale dagbladwereld bittere noodzaak geworden om de voortdurende afkalving van het lezersbestand te keren. Vooral in de Randstad moet de regionale krant veel terrein prijs geven.

Neem de Haagsche Courant. De afgelopen tien jaar raakte het regionale dagblad (in 1968 nog het grootste van Nederland) een kwart van de lezers kwijt (40.000), ondanks de fusie met Het Binnenhof in 1993. Ook het Haarlems Dagblad en de Goudsche Courant krompen, terwijl het Leidsch Dagblad alleen door overname van de Leidse Courant constant bleef. En wat te denken van Het Parool? De 'landelijke' krant voor de regio Amsterdam halveerde in twintig jaar tijd en haalde bij de laatste meting ternauwernood een oplage van 102.000. Het Utrechts Nieuwsblad tenslotte groeit dankzij de annexatie van enkele noodlijdende titels licht. In de Domstad zelf blijft de krant echter steeds vaker in de rekken liggen.

De traditionele lezers zeggen in groten getale de regionale krant op. Deze 'ontlezing' hangt samen met economische omstandigheden, meent prof. Max Snijders, hoogleraar in de journalistiek in Groningen en voormalig hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad. “De randstedelijke kranten zijn altijd kranten voor de hele bevolking geweest. Voor een deel van de bevolking, vooral de mensen met een lage opleiding en een laag inkomen, is de krant simpelweg te duur geworden. Bovendien neemt voor veel mensen de noodzaak van een regionale krant af. Er is een groot aanbod van lokaal nieuws - radio, televisie en de huis-aan-huisbladen - en dan is een krant het eerste waar op wordt bezuinigd.” Het profiel van de stad is de laatste twintig jaar onmiskenbaar veranderd. De rijkere stadsbewoners verruilden een huis in de binnenstad voor een groen-gelegen doorzonwoning met parkeerplaats. Hun plaats werd voor een deel ingenomen door allochtonen, die vooralsnog nauwelijks Nederlandse kranten lezen. Ook zoog de stad welgestelde nieuwkomers aan, die vaak te weinig binding met een stad hebben om een abonnement op een lokale krant te nemen.

Veel concurrentie ervaren de regionale kranten in de Randstad van de landelijke dagbladen, voor wie het landelijke nieuws zich vaak in de Randstad afspeelt. Feitelijk vissen zowel landelijke als randstedelijke krant in dezelfde vijver en het lijdt geen twijfel dat veel regionale krantelezers overstappen naar de Volkskrant en NRC/Handelsblad. Deze kranten groeiden de afgelopen tien jaar met respectievelijk 30 en 45 procent.

Maar het is een misvatting om te denken dat de behoefte aan een regionale krant afneemt, zo blijkt uit een onderzoek naar het Haarlems Dagblad, het Leidsch Dagblad, De Gooi- en Eemlander en de Haagsche Courant uit 1993. Het Instituut voor Strategische Kommunikatie (ISK) stelde vast dat er van alles schort aan het imago van de stadskrant. 'Saai, afstandelijk, niet betrokken, oppervlakkig en ongeïnteresseerd' luidde het oordeel van de lezer over de vier kranten. Het afhaken van de lezer hangt in de eerste plaats samen met een (vermeend) gebrek aan kwaliteit, aldus het ISK. Het zelfbeeld van de regionale journalist is evenmin best. Hij houdt maar weinig van de eigen krant, ziet de lezer als een passsieve informatieconsument, die het liefst naar de mond gepraat wil worden, voelt zich minderwaardig aan de collega bij de landelijke krant en kijkt neer op de journalist van het huis-aan-huisblad en diens 'kleine nieuws'.

Liever meet de regionale krant zich met een kwaliteitskrant. Maar dat kunnen ze beter nalaten, zo blijkt uit het ISK-onderzoek, want die slag is bij voorbaat verloren. Voor de lezer in de Randstad is een landelijke krant namelijk een informatiebron van een andere, hogere orde. Kijkt de lezer aanvankelijk 'enigszins meesmuilend' toe hoe de regionale krant wanhopig probeert te lijken op de landelijke krant, deze meewarigheid slaat snel om in irritatie als het gevoel ontstaat dat de krant steeds minder 'van de streek' wil zijn. De irritatie wreekt zich als de krant vernieuwingen doorvoert. Er is een excuus voor het verbreken van een relatie waar de ware liefde toch al enige tijd zoek was. Avances en liefdesverklaringen, dat is wat de lezer wil.

De bakens moeten worden verzet. De regionale krant moet weer een krant van de regio zijn. Te veel regionaal nieuws is nooit een probleem, te weinig wel. De lezer verlangt een eigen gezicht, een krant met een persoonlijkheid die nadrukkelijk in de eigen buurt aanwezig is. Geen regionale krant met landelijke allures dus, maar een behaviour- en opinionleader, die het wat, het waar, het wie en het waarom van de streek als geen ander kent. “Wij zijn ons bewust van onze regionale taak”, zegt hoofdredacteur Jan-Geert Majoor van de Haarlems Dagblad Kombinatie. “We organiseren nu politieke café's met discussies over onderwerpen die in de regio leven, we hebben een culturele prijs in het leven geroepen. Zo geven we de mensen weer het gevoel dat we hùn krant zijn. Daarnaast moet er op het redactionele vlak een omslag komen in het denken over een regionale krant. We moeten geen Volkskrantjes of NRC-tjes willen worden. Ik geloof in het bestaansrecht van een goede regionale krant, met een journalistiek evenwicht tussen landelijk en lokaal nieuws.”

Een regionale krant die wel groeit in de Randstad is De Dordtenaar. Hoofdredacteur Hans Kerstiens somt een aantal redenen op die de stijging van de oplage kunnen verklaren. “Het belangrijkste is, denk ik, de nadruk die onze krant de laatste jaren op regionaal nieuws legt. Daar zie ik verschillen met andere regionale kranten. Het Parool, bijvoorbeeld, vind ik een prima krant. Het is alleen geen Amsterdamse krant. Of de Haagsche Courant, heel aantrekkelijk ook, maar niet Haags genoeg. Wij zetten het regionale nieuws stevig aan met zes pagina's door de week en acht in het weekend. Het nadeel van te veel regionaal nieuws is echter dat men je als het plaatselijke sufferdje kan gaan beschouwen. Dat moet je compenseren met kwalitatief goede berichtgeving.”

Kerstiens denkt niet dat de regionale krant een keuze moet maken tussen een lager of hoger opgeleide doelgroep. “We maken de krant voor een breed lezerspubliek. Populair en betrouwbaar, dat zijn kernwoorden voor De Dordtenaar. Met serieus nieuws naast flutnieuws. Er moet ook wat te lachen blijven.”

Redelijk gaat het ook met het Rotterdams Dagblad. De krant ontstond enige jaren terug uit een fusie van Het Vrije Volk en het Rotterdams Nieuwsblad en sindsdien stijgt de oplage van het RD elk jaar licht. Volgens hoofdredacteur Jan Prins gaat het in zijn algemeenheid helemaal niet slecht met de regionale krant. “Het dagblad heeft in Nederland een ijzersterke positie. Mensen zullen altijd behoefte houden aan geschreven nieuws.” Volgens Prins richt zijn krant zich met succes op jongeren. Voor het overleven van een krant is het aanboren van deze doelgroep van levensbelang. “Het vereist een andere aanpak, want jongeren zijn visueel ingesteld. Ik zeg het niet graag, maar het is wel zo: wij waren één van de eerste kranten die met kleur begonnen te werken. Je moet ook respect hebben voor de tijd van de lezer, die tegenwoordig veel beperkter is dan vroeger. Daarom: heldere en informatieve berichten, geen paginagrote verhalen vol overbodige informatie meer. De amusementswaarde van een krant neemt af. Mensen lezen een krant om geïnformeerd te worden. Deze trend zie je bij alle kranten terug en bij ons misschien nog iets meer.”

Prins acht 'investeringen in het journalistieke produkt' van essentieel belang. Bij een jong lezerspubliek hoort dus een jonge redactie. Inspelen en vooruitlopen op maatschappelijke ontwikkelingen is belangrijk. Prins: “Bijna iedereen heeft tegenwoordig een computer. Daarom zijn we onlangs met de pagina 'Digitaal' begonnen. In het algemeen denk ik dat regionale kranten zich meer moeten richten op de punten waar ze sterk in zijn. Als ik bijvoorbeeld zie hoe oppervlakkig de televisie de rechtszaak van mevrouw Kroes in beeld bracht, dan valt er nog veel te halen voor kranten. Daarnaast denk ik dat het aanjagen van een publiek debat een belangrijke functie moet blijven.”

Ook de Haagsche Courant heeft de aanbevelingen van het onderzoek ter harte genomen en volgens adjunct-hoofdredacteur Tom Olink vertonen de laatste oplagecijfers een kleine stijging. Olink schrijft de dramatische daling van de laatste jaren niet alleen toe aan de 'ontlezing', maar ook aan de fusie met Het Binnenhof. “Het duurt enige tijd voordat de lezer geestelijk akkoord gaat.” De HC trok enige jaren terug een professionele vormgever aan om de krant te 'restylen'. De aanblik van de krant is inderdaad rigoureus gewijzigd. Ook redactioneel is er veel veranderd. Olink: “Er is ten eerste meer nadruk op het regionale nieuws komen te liggen. Maar daarnaast achten wij het van groot belang voor de krant dat de traditionele gang wordt doorbroken. Vaak is het zo dat journalisten het vak leren bij een regionaal dagblad en vervolgens, als ze ervaring hebben, de overstap maken naar een landelijke krant. Veel kwaliteit gaat zo verloren. Wij willen de ervaren mensen vasthouden en inzetten in de regio. Niet alleen méér, maar ook kwalitatief béter regionaal nieuws dus. Ik zie de toekomst van onze krant zeer positief. De krant blijft bestaan als zij zich richt op punten waar zij goed in is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden