De stad mag het opknappen

Gemeenten krijgen in 2015 drie nieuwe taken op hun bordje: jeugd, zorg en werk. Trouw volgt tot aan die tijd twee gemeenten: het middelgrote Delft en het kleine Delfzijl. Hoe bereiden zij zich voor op die megaoperatie? Een eerste impressie.

In het niemandsland van Delft wordt gebouwd. Aan de westkant van het stadshart waar de Oranjes begraven liggen, verdwijnen spoor en station ondergronds, erboven verrijst een wijk van internationale allure naar ontwerp van Joan Busquets. Deze Spaanse architect/stedenbouwkundige zette eerder Barcelona naar zijn hand. Het Delftse miljoenenproject beslaat 30 hectare met honderden woningen, een groot stadspark en duizenden vierkante meter kantoren, inclusief een gloednieuw glazen stadskantoor.

Met niet minder ambitie en vernieuwingsdrift wordt in een uitloper van deze Spoorzone, op het Werkplein, aan een andere megaoperatie gewerkt. Net als alle andere 408 gemeenten in Nederland krijgt Delft de verantwoordelijkheid en zorg voor de moeilijke jeugd en kwetsbare burgers. 'Sociale innovatie' noemen ze het in Delft, de vernieuwing van het sociale weefsel in de stad. Eveneens een miljoenenproject. Drie wethouders, een ambtenarenteam en maatschappelijke organisaties zijn er inmiddels, in meer of mindere mate, twee jaar mee bezig. Als een van de G32, de groep van 32 grootste gemeenten, wil Delft laten zien dat ook een kleinere stad, ingeklemd tussen Rotterdam en Den Haag, voortrekker kan zijn.

Het is deels onontgonnen terrein. Want hoe zorg je ervoor dat iedereen, ook met handicaps en beperkingen, werkt bij een gewone werkgever of meedoet aan de samenleving terwijl het budget zienderogen slinkt en er steeds meer werklozen aankloppen. "Een boeiend en complex domein", kwalificeert Stephan Brandligt (GroenLinks), sinds een jaar wethouder met de participatiewet onder zijn hoede. Hoewel hij de principiële keuze voor een andere samenleving, waarin ieder participeert, steunt, ziet hij ook risico's. Zal het bijvoorbeeld lukken om ook de meest kwetsbaren aan het werk te krijgen? Het tijdschema en de financiële middelen zijn krap. En het schuurt met 'Den Haag'. "Die is niet bepaald koersvast."

Zo soepel en snel als de zonnewagens van de TU Delft door de woestijn racen, zo moeizaam fietst het gemeentebestuur zijn etappes omdat het kabinet en de Tweede Kamer spaken in de wielen steken. Sinds het Lente-akkoord van 2012 zijn er vier ingrijpende koerswijzigingen geweest. Het afblazen van de huishoudinkomenstoets staat helder voor de geest. In een mum van tijd moest in achthonderd Delftse bijstandsgezinnen met een oma, werkende of juist werkloze kinderen de balans worden opgemaakt over het gezamenlijk inkomen, meestal resulterend in een verlaging van de bijstandsuitkering. Met meer dan de helft waren al intensieve gesprekken gevoerd. Alles voor jan joker: veel geld en energie verspild, maar er is ook opluchting dat 'deze draak van een regeling' werd geschrapt.

De meest recente draai stelt de gemeenten voor nieuwe problemen: het plan om de 230.000 jonggehandicapten met een Wajong-uitkering te herkeuren met het doel hen zoveel mogelijk inkomen zelf te laten verdienen. De schatting van staatssecretaris Klijnsma is dat 190.000 Wajongers voldoende arbeidscapaciteit hebben. Ze komen in de bijstand en de gemeenten moeten hen aan een baan helpen. Brandligt zet zijn vraagtekens. "Het is natuurlijk vreemd dat het aantal Wajongers maar blijft oplopen. Maar iemand zit toch niet voor niks in de Wajong? Hoeveel arbeidscapaciteit heeft een jonggehandicapte die 20 procent van het minimumloon zelf kan verdienen? Kunnen we hun werkelijk kansen bieden?"

De ondertoon bij de beoordeling van het kabinetsoptreden is bijna cynisch. 'Rutte, hou je rug recht' klinkt het in de Delftse gemeentekantoren. "Laten we zien wat er allemaal van overblijft met Prinsjesdag", reageert D66-wethouder Lucas Vokurka (jeugdzorg, onderwijs en financiën) op de akkoorden die 'met jan en alleman' zijn gesloten. Het goede is volgens hem dat partijen aan tafel zitten en afspraken maken, het slechte dat degene die het moeten uitvoeren - de gemeenten - er meestal niet bij zijn. "Wij zitten ermee, iedere dag een schuivend paneel. Ik snap het oprecht niet, al dat gejojo helpt niemand verder."

Het Rijk zou de lokale overheid juist lucht moeten geven. Vorige week nog waarschuwde het adviescollege Actal dat de nieuwe Jeugdwet een bureaucratisch monster wordt omdat de rijksoverheid de jeugdzorg niet echt overlaat aan gemeenten. "Er is een soort dubbelheid, in woord draagt men de taken over, maar in daad heeft het meer weg van centralisatie dan van decentralisatie", verwoordt Vokurka de zorgen over regels, eisen en controles van bovenaf. Delft wil en kan de nieuwe taken waarmaken, benadrukt hij, er is veel winst te behalen.

De sociale vernieuwers zien het als een unieke kans om in samenhang te werken en terug te keren naar eenvoud. Geen aparte doelgroepen meer, van jong, oud, werkloos, gehandicapt, jonggehandicapt met bijbehorende regels en papierwinkel. "We willen kijken naar de persoon zelf, geen stickertjes op de hoofden plakken", zegt Brandligt. Niet langer tig hulpverleners over de vloer, één om schulden aan te pakken, de ander van jeugdzorg, een derde voor werk en bijstand, een vierde van de GGZ, die langs elkaar heen werken. Eén gezin, één plan, één budget is het credo en het doel: over een jaar is er minder zorg nodig.

Het moet sober, veel soberder. Vier gesubsidieerde rijwielherstelwerkplaatsen, scootmobiels die in schuurtjes verstoffen, busjes die allemaal 's ochtends rond hetzelfde tijdstip mensen vervoeren naar de sociale werkvoorziening, artsen en dagbesteding, terwijl in het openbaar vervoer bijna niemand zit, somt PvdA-wethouder Raimond de Prez (zorg en wijken) op. Hij is ook de man die buurthuizen sluit, want 'we gaan voor de activiteiten en niet voor de stenen'. Waar ze openblijven, komt het aan op meer zelfredzaamheid.

Het is een principiële keuze voor een andere samenleving. Eén die drijft op eigen kracht, eigen regie, zelf doen, want 'het is onwenselijk dat mensen afhankelijk zijn van de overheid'. Ze moeten op eigen benen staan. Dat is ook de rode draad in de 'keukentafelgesprekken' met burgers die aankloppen voor steun. 'Wat kunt u zelf organiseren?', is daar de eerste vraag. En aan het eind van het gesprek 'wat kunt u zelf bijdragen aan de samenleving?'. Nu de overheid 'niet meer voor elke grasspriet geld heeft', zoals minister Plasterk van binnenlandse zaken het vorige week uitdrukte, komt het erop aan dat burgers zaken zelf oppakken en aan sociale netwerken bouwen.

De boodschap luidt: in Delft willen we dat u zoveel mogelijk uw eigen leven kunt leiden. Alleen waar Delftenaren langdurig zelf niet de regie kunnen voeren over hun leven, door ernstige handicaps of zware problemen, zorgt de gemeente nog voor een vangnet. Voor zo'n 15 procent is er - tijdelijk - een steuntje of duwtje in de rug.

Op het stadhuis is er vertrouwen dat de burgers dat begrijpen en zelf initiatief zullen nemen. Toch benadrukken de wethouders dat ondersteuning door de gemeente en maatschappelijke organisaties niet vrijblijvend kan zijn. Van de burger die hulp krijgt mag je ook iets terug verlangen. Dat gaat zeker gelden voor iemand met bijstand die kan werken. Is er geen betaalde baan beschikbaar, dan luidt de eerste vraag 'wat kunt u terugdoen?'. "Komt degene niet met suggesties, dan hebben wij die wel: verzorgingshuizen, sportverenigingen, buurthuizen, er is genoeg werk", stelt Brandligt.

Toch gaat Delft niet zo ver als Deventer. Een wethouder daar veroorzaakte commotie in het hele land door voor tv-camera's te verklaren dat een gemeente als tegenprestatie mag vragen om mensen te wassen. "Daarmee raak je de integriteit van een persoon die zorg nodig heeft. Koffie schenken kan, maar persoonlijke verzorging moet je door professionals laten doen", vindt De Prez. Zal die plicht gaan zonder slag of stoot? "Mensen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, maar het zal voor sommigen wennen zijn", voorspelt Vokurka.

Maandagmiddag, 16.00 uur, achter de balie van het gezamenlijke Werkplein (gemeente en het UWV) kijken drie paar ogen op. Twee paar zijn van stevige beveiligers die snel checken wat voor vlees ze in de kuip hebben. Net als in de grote buursteden Rotterdam en Den Haag is kennelijk ook in Delft de relatie tussen overheid en burger soms gespannen. Zo gespannen dat het loket waar ze elkaar ontmoeten, extra bewaking nodig heeft.

Typische studentenstad
Met een relatief groot aantal twintigers is Delft een typische studentenstad die zich als kennisgemeente profileert. Delft telt 99.085 inwoners en is binnen de vijftig grootste gemeenten een middenmoter. Toch kent de stad ook wijken met een relatief groot aantal gezinnen die steun nodig hebben. Er zijn ongeveer drieduizend Delftenaren met bijstand en ruim duizend Wajongers.

Een probleem is de werkgelegenheid. Het aantal banen in de gemeente is afgenomen door onder meer het vertrek van Calvé. Omdat Delft een centrumfunctie in de regio heeft, wonen er relatief veel mensen die een beroep doen op de geestelijke gezondheidszorg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden