'De stad heeft wilde planten nodig'

Het is tijd voor een plantsoenrevolutie, vinden sociaal ontwerpers Vincent Wittenberg en Bennie Meek. Met hun project Gewildgroei wil het tweetal onkruid uit het verdomhoekje halen. 'Stop met schoffelen en plaveien en geef spontane vegetatie de ruimte!', is hun credo.

Waar de een onkruid ziet, ziet de ander een prachtige plant. Sociaal ontwerper Vincent Wittenberg is van die laatste school. Als hij ergens in de Amsterdamse Roggeveenstraat vanuit een spleet tussen de stoep en de muur een stompje takken ziet, is hij blij. "Een vlinderstruik. Geweldig hè, die heeft amper ruimte nodig."

Deze spontane vegetatie of gewildgroei, zoals hij en zijn collega sociaal ontwerper Bennie Meek onkruid liever noemen, is volgens hem het stedelijk groen van de toekomst. "Voor de leefbaarheid in de stad is het nodig dat we leren samenwerken met de natuur in de stad", legt hij uit. "We moeten daarom op een andere manier naar onkruid kijken."

Een van de manieren waarop de mannen van Project Gewildgroei dat doen is door houten bordjes in de vorm van een paardebloemblad, hun logo, bij gewildgroei te plaatsen. "Normaal gesproken zou je gedachteloos aan deze vlinderstruik voorbijlopen. Maar als er een bordje bijstaat, wekt dat nieuwsgierigheid op en ga je even kijken."

Ook rijden de twee ontwerpers regelmatig rondjes door hun stad Eindhoven met een speciale elektrische kar voorzien van hun logo. Die hebben ze aangeschaft dankzij subsidies van onder andere Stichting Doen en de Challenge Stad van de Toekomst waarvan zij een van de finalisten zijn (zie kader). "De kar lijkt precies op de wagentjes die de gemeentelijke beheerdiensten gebruiken. Dat wekt nieuwsgierigheid op en biedt ons een mooie manier om met mensen het gesprek aan te gaan over het nut van spontane vegetatie. Meer groen in de stad is namelijk niet alleen prettig om tegenaan te kijken. Het zorgt ook voor verkoeling en het helpt om regenwater af te voeren."

Door de klimaatverandering krijgen Nederlandse steden steeds meer te kampen met het zogenoemde hitte-eilandeneffect, het gegeven dat de temperatuur in de stad hoger is dan in het omliggende gebied. Hierdoor, en omdat gemeenten minder budget hebben voor het onderhoud van het stedelijk groen, is volgens Wittenberg de tijd rijp voor de gewildgroeibeweging.

Biodiversiteit

Bij Ton Denters, ecologisch ingenieur bij de gemeente Amsterdam en auteur van het boek 'Stadsplanten', heeft hij alvast een gewillig oor gevonden. Samen met Denters bespreekt Wittenberg vandaag tijdens een wandeling door de Amsterdamse Zeeheldenbuurt de mogelijkheden voor gewildgroei in de hoofdstad.

"In de stad groeien veel bijzondere planten", vertelt Denters enthousiast terwijl we stoppen bij het Stenen Hoofd. In het waterige winterzonnetje oogt deze in het IJ uitstekende pier bij de Silodam aanvankelijk als een kaal hondenuitlaatveldje, maar het blijkt een van de weinige plekken in Nederland te zijn waar bedreigde soorten als de schubvaren en zandwolfsmelk groeien. Denters: "Dit is echt een mooi voorbeeld van stadsnatuur." Volgens de ecoloog is de biodiversiteit in de stad groter dan op het platteland. "In Amsterdam groeien zo'n 1040 wilde planten. Alleen al op dit stukje grond komen zo'n 280 soorten voor." De stedelijke flora en fauna is al net zo multicultureel als haar bevolking, stelt hij. "Er groeit bijvoorbeeld zegekruid uit Peru, bezemkruiskruid uit Zuid-Afrika en zandknopjes uit Australië. Vaak worden al die bijzondere stadsbewoners van de straat gepoetst door de beheerdiensten. Het zou toch veel leuker zijn om die spontane natuur te omarmen."

Een van de manieren waarop de gemeente dat zou kunnen doen, is door zogenoemd living pavement aan te leggen. Deze speciale stoeptegels met gaten erin zijn door Wittenberg en zijn collega Bennie Meek ontworpen. Ze laten ruimte voor spontane vegetatie. Ook kan overtollig regenwater er makkelijker in weglopen. Het living pavement ligt inmiddels al op enkele plekken in Den Bosch en Rotterdam. Wittenberg: "De opening in de tegels verschilt en daardoor kun je er mee spelen. Verloren plekjes, rondom lantaarnpalen bijvoorbeeld, zijn goede plekken om ze neer te leggen. En buurtbewoners kunnen de tegels ook gebruiken om er een geveltuintje mee aan te leggen."

Denters: "Ook in Amsterdam zijn er voldoende plekken om deze living-pavement-tegels neer te leggen. Daarnaast kan in parken en plantsoenen de natuur meer de vrije loop krijgen. Als gemeente hebben we veel openbare ruimte met verhard oppervlak in beheer, daar kunnen echt meer groene meters worden gemaakt. Daarom hebben we nu een afstudeeropdracht klaarliggen voor een student die vergroeningslocaties in kaart moet brengen en gaat uitrekenen hoeveel het kost om die plekken te beheren."

Want, vindt Denters, "meer ruimte voor gewildgroei moet niet leiden tot verrommeling. Het zal evengoed onderhouden moeten worden." Wittenberg beaamt dat. "Wij pleiten er ook niet voor om de boel maar te laten verwilderen en verloederen. Ons idee is om meer samen te werken met de natuur die spontaan in de stad groeit."

Het tweetal bukt even later onder een bankje om de planten en grassen die daaronder groeien, te bekijken. "Smalle weegbree, paardebloem en straatgras", constateert Denters. Op een paar stokrozen na, die door de bewoners worden gekoesterd, staat er verder in deze straat weinig spontaan groen meer. De beheerdienst is nog niet zo lang geleden langs geweest.

"Zo'n bank is typisch zo'n plek waar de veegkarretjes niet bij kunnen", zegt Wittenberg. Hij vindt het jammer dat gemeentes veel geld besteden aan het verdelgen van spontane vegetatie. "Tegelijkertijd geven ze veel uit aan de aanschaf van, en het onderhoud van aangeplant groen. Terwijl gewildgroei gratis is, en altijd op de juiste plek groeit. Het doet het vaak beter dan het aangeplante groen. Bij mij in Eindhoven komen de mannen met hun bladblazers en bosmaaiers regelmatig langs, maar drie weken later staat het er weer."

Woordenboek

Het gezegde onkruid vergaat niet, klopt dan ook wat hem betreft. Maar hij wil wel graag af van de negatieve connotatie die het woord heeft. "We voeren daarom ook actie om het woord gewildgroei in de Van Dale te krijgen. Ik heb daarover al contact opgenomen met taalkundige Wim Daniëls en volgens hem is de enige manier om dat voor elkaar te krijgen door het woord vaak te gebruiken. Dus we overwegen nu om bekende Nederlanders als Freek Vonk en de leden van de Jeugd van Tegenwoordig te vragen of zij niet af en toe met het woord willen strooien."

De ontwerpers weten wel meer opvallende acties te bedenken om hun boodschap te verspreiden. "Zo zijn we van plan om een pop-up bloemenwinkel te openen waar je bloemen kunt kopen die op braakliggende terreinen groeien. En laatst hebben we nog een debatavond opgeluisterd door met witte pakken en rugspuiten gevuld met een N247-cocktail rond te lopen. Deze cocktail was gemaakt van kruiden die langs de N247 groeien."

Speciaal ontworpen stoeptegels

De rugspuiten waren een verwijzing naar de chemische bestrijdingsmiddelen die nu nog worden ingezet tegen onkruid. Per 1 maart mogen gemeenten die niet meer gebruiken. "Veel gemeenten hebben geen idee wat ze nu met het onkruid aanmoeten. We krijgen de laatste tijd dan ook veel verzoeken om eens te komen praten. Ook waterschappen hebben hun interesse getoond. Nederlandse tuinen en het openbare groen zijn de laatste jaren immers in rap tempo betegeld. Hierdoor kan het regenwater minder goed worden afgevoerd. Hoe minder plaveisel hoe beter."

Stad van de toekomst

Project Gewildgroei van sociaal ontwerpers Vincent Wittenberg en Bennie Meek is een van de tien finalisten van de Challenge Stad van de Toekomst. Dit is een prijs die innovatieve ideeën beloont waardoor steden in de toekomst kunnen blijven groeien en leefbaar blijven. Andere finalisten zijn onder andere Loft2go, een concept waarmee leegstaande panden in korte tijd kunnen omgetoverd in leefbare ruimtes en Dakakkers, dat op daken groenten wil verbouwen. De finale is op 16 april 2016. Eerder was Gewildgroei ook genomineerd voor de titel Radicale Vernieuwers, een initiatief van Vrij Nederland. challengestad.nl

Zandwolfsmelk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden