Klein Verslag

De stad een turbulente chaos, de hotelkamer een ijskoude tombe

Beeld Wim Boevin000

Een van de hotels die Bas Kwakman noemt in zijn door hemzelf geïllustreerde bundel 'Hotelkamerverhalen' is het Janpath Hotel in New Delhi, waar hij in december 2008 logeerde. 

Een tamelijk onthutsende ervaring ondanks de vier sterren tegen de gevel. De muren in zijn kamer zijn ongeverfd, de vloer is van onbehandeld beton. Het receptiepersoneel is vriendelijk en wiebelt met het hoofd. Maar 'een vraag stellen is zinloos, het antwoord is bevestigend noch ontkennend. Het antwoord is altijd wiebelend.'

Naast het raam, net boven de vloer, hangt de airco, die ritmisch geratel produceert. Als Kwakman het apparaat inspecteert schiet 'iets groots, zwartbruins' weg. Als hij de rat meldt bij de receptie, krijgt hij een vriendelijke wiebel retour.

Voor een toiletbezoek gaat hij met wat reisgenoten naar het zevensterrenhotel 'Imperium', na een straatwandeling langs bedelende kinderen en 'oude stervende mannen met maden in hun been.'

Met het luxe Imperium hotel, waar hij door drie mannen in smetteloos wit marine-uniform vol gouden knopen naar het toilet wordt begeleid (één voor de zeepfles, één voor de kraan, één voor de handdoek om je af te drogen) bedoelt hij ongetwijfeld het Imperial, het hotel dat ik in november 1989 bezocht en dat in die dagen een nogal verstoft bestaan leidde; vergane glorie - die is natuurlijk het allermooist.

Ik was er om de Indiase verkiezingen te verslaan, maar groot was thuis de belangstelling daarvoor niet. De Muur brokkelde.

Communicatie met Europa was moeizaam, het hotel had een telex, maar een stukje opsturen verliep nog via krakende lijnen en een dictafoon of door een 'modem-coupler' met klitteband aan de hoorn van je hotelkamertelefoon te binden en op een looiige tekstcomputer op 'send' te drukken.

Het Imperial Hotel was een koloniaal gebouw, toen dus nogal sleets, met een mooie tuin ernaast waar de gasten konden ontbijten. Het was daar dat ik met ongeloof de International Herald Tribune las die opende met BERLIN WALL IS DOWN en terwijl ik ingespannen achter de opengeslagen krant het nieuws las, werd ik door zachte kreetjes uit mijn concentratie gehaald. Om mijn tafeltje heen was een groepje meelezende toeristen komen staan. Jonge Duitsers, die hun ogen niet konden geloven.

Daarmee is voor mij het oude Imperial Hotel in Delhi voor altijd verbonden met de val van de Muur - al waren de zeven sterren van Kwakman er destijds ver te zoeken. Herkenbaar wel, dat contrast tussen de geïsoleerde luxe en de ruige werkelijkheid van de Indiase stad, die ik ook zo extreem ervoer toen ik verbleef - of eigenlijk wegvluchtte - in het Oberoi Grand Hotel in Calcutta. Het hotel, waardoorheen een muffige, koude airco blies, lag op een afgesloten binnenterrein, een oase die je via een poort tussen een rij winkels bereikte.

Die winkelstraat, de langgerekte Chowringhee Road die aan de overzijde langs een groot park liep was een hete, stinkende verkeershel, zoals heel Calcutta dat was, maar ook de trottoirs waren bezaaid met mensen, en met bedelaars in alle soorten en maten, ook één van wie het onderlichaam bestond uit een plank met wieltjes.

De stad een turbulente chaos, de hotelkamer een ijskoude tombe.

Lees hier meer afleveringen van Klein Verslag

Beeld Wim Boevin000
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden