De sport is een proeftuin van de maatschappij

sportgeschiedenis | Interview | Volgens Marjet Derks, net benoemd tot hoogleraar sportgeschiedenis, worden maatschappelijke ontwikkelingen vaak door sport in gang gezet. 'In sport gebeuren dingen vaak eerder dan elders.'

ELINE VAN SUCHTELEN en REDACTIE SPORT

Eigenlijk had Marjet Derks deze zomer de televisie uit willen laten. De historica, die deze maand is benoemd tot hoogleraar sportgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, vindt het niet oké dat de Olympische Spelen in een land zoals Brazilië, waar de boel niet op orde is, worden gehouden.

"Een WK voetbal in Zuid-Afrika kan ook niet", zegt Derks. "In Sotsji is een heel gebied platgewalst. In Qatar vallen letterlijk doden zodat wij daar met zijn allen een paar weken kunnen neerstrijken om wedstrijden te kijken. Het is een bloody shame dat zulke landen in aanmerking komen om grote sportevenementen te organiseren."

Maar, geeft Derks meteen toe, ze is niet roomser dan de paus. Als het zo ver is, gaat de televisie toch aan. Ze is een te groot sportliefhebber. "Ik kijk ook graag naar de Tour, terwijl je daar met de dopingproblemen ook een heleboel op kunt afdingen. Ik blijf wielrennen een mooie sport vinden."

Naast zich opwinden over misstanden in de sportwereld, doet Derks (57) onderzoek naar verschillende thema's uit de sportgeschiedenis. De Nijmeegse hoogleraar wil maatschappelijke patronen en ontwikkelingen laten zien die door sport in gang gezet worden. Derks ziet het sportveld als een soort proeftuin van de maatschappij. "In sport zie je vaak dat sommige dingen eerder gebeuren dan elders." Als voorbeeld noemt ze de eerste vrouwen die interesse hadden in voetbal, die tot ver in de vorige eeuw nog belachelijk werden gemaakt. "Door toch te voetballen gingen die vrouwen tegen bestaande conventies in. Zij lieten zien dat ze er ook goed in konden zijn. Dat valt mensen op en na een tijdje wordt het normaal."

'Een tijdje' betekent soms een paar decennia. In de jaren dertig werd er volgens Derks nog met droge ogen beweerd dat vrouwen die hard konden roeien geen kinderen meer konden krijgen. "Voetbal was ook niet goed, want dan zou je trappen tegen je baarmoeder krijgen. Voetbal was echt het einde van vrouw-zijn."

Thuis voor de buis keek Derks deze zomer dan ook met extra belangstelling naar de olympische boksfinale, waar de Nederlandse Nouchka Fontijn in stond. Ze was benieuwd naar de manier waarop er commentaar werd geleverd op de discipline die bij de vrouwen voor de tweede keer op het olympisch programma stond. "Wat voetbal vroeger was, is boksen nu. Als vrouwen ook nog gaan vechten zoals mannen, kun je zeggen dat het verschil helemaal zoek is." Tot haar genoegen merkte ze dat het commentaar tamelijk professioneel was. "Het ging over techniek en voorbereiding. Je betrapt sportjournalisten nu niet meer op de dingen die ze vroeger zeiden."

Vanuit historisch perspectief vond Derks de Paralympics nóg interessanter om naar te kijken. Mensen met een beperking voeren - net als vrouwen - hun eigen strijd voor erkenning. "Wat we vroeger raar vonden als vrouwen dat deden, betreft nu de paralympiërs. Vrouwen hebben de inhaalslag inmiddels gemaakt. Nu zijn zij aan de beurt."

Maar ze zijn er nog lang niet. Uit onderzoek van een aantal van haar studenten blijkt dat er in artikelen over paralympiërs in vergelijking met andere sportverslagen relatief vaak het woord 'toch' voorkomt. "Lange tijd is geschreven: 'toch' leuk voor die mensen. Fijn dat ze 'toch' iets hebben. Alsof ze heel zielig zijn en dit 'toch' wel leuk is voor ze."

Een verandering in die benadering zag Derks bij de Paralympics in Londen in 2012, na de positieve media-aandacht rondom het evenement. De paralympiërs werden daar super humans en super crips, super-kreupelen genoemd. Tegelijkertijd wilde de wereld nog niet alle aspecten van die supermensen zien. Het viel Derks op dat niet alles in beeld kwam. "Mooie meiden zoals Marlou van Rhijn en Esther Vergeer krijgen volop aandacht. Maar de mensen met een hersenbeschadiging heb ik amper in beeld gezien of gehoord. Dat vindt men blijkbaar toch nog ongemakkelijk om te zien."

Het circus dat na de medailles ontstaat, zegt volgens Derks ook iets over de huidige maatschappij. Sinds de jaren tachtig worden sporters steeds meer als nationale helden gezien. Ze worden binnengehaald met straaljagers en krijgen een lintje, iets dat vroeger was voorbehouden aan militairen die met gevaar voor eigen leven hun land hadden gediend en daarbij iets bijzonders hadden gedaan. "Sportsucces is voor een deel een speling van de natuur. Ik wil niets afdoen aan inspanning en discipline maar zo'n eerbetoon vind ik als historica opmerkelijk."

Volgens Derks heeft het zeker ook te maken met het wegvallen van religie. Sport heeft die verbindende waarde overgenomen. "De club is wat menige parochie of gemeente vroeger was. Je ontmoet elkaar en er vindt in gezamenlijk verband van alles plaats."

Parallel aan die ontwikkeling heeft sport een religieuze betekenis gekregen. Dat zie je terug in het taalgebruik. "Veel kwalificaties die vroeger in het religieuze bereik lagen, worden nu aan sporters toegeschreven. Ze moeten lijden en zich opofferen, leven als een monnik."

Derks denkt dat het ophemelen van sporters daar ook vandaan komt. Door het wegvallen van de kerk is er behoefte aan mensen die bewonderd kunnen worden. Sporters zijn een makkelijke prooi omdat ze er goed uitzien, gezond leven en iets bijzonders kunnen. "Vroeger waren dat ook wel militairen, maar die zijn nu vaak onderwerp van kritiek. Net als politici. Wat de heiligen in de kerk waren, zijn de sporters nu."

Dat maakt het voor atleten tegelijkertijd heel lastig. Want ze mogen geen steken laten vallen. "Als ze betrapt worden op doping of een avondje gaan stappen, worden ze genadeloos afgestraft."

Moesten olympiërs vroeger vooral doorsnee zijn, nu krijgen ze een halve godenstatus toebedeeld. Goden waar iedereen bij wil horen. Bijvoorbeeld als ze Dafne Schippers heten en alles belichamen waar Nederland voor staat. "Ik bedoel het cynisch maar ze is Hollands, blond en wit. Daar kan niemand zich een buil aan vallen." Dat maakt de sprintster enorm marketable. Ideaal voor reclame. "Ik zag dat ze laatst zelfs een kookboek heeft gepresenteerd. Dat is waarschijnlijk niet alleen omdat Dafne geweldig kan koken of goddelijke recepten heeft. Het zegt vooral iets over haar voorbeeldstatus."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden