De speurtocht naar het snelle vaccin

Door het opduiken van de vogelgriep in Europa is de angst voor een grieppandemie met talloze slachtoffers sterk toegenomen. Virologen zoeken naarstig naar een vaccin. Maar veel schot zit er niet in: de coördinatie laat te wensen over en de industrie houdt de boot af.

Joost van Velzen

Of de gevreesde grieppandemie er werkelijk aankomt blijft gissen, maar de politiek kan niet stil blijven zitten. En dus legt minister Hoogervorst van volksgezondheid uit voorzorg een verdedigingswal van dure virusremmers aan. Die middelen kunnen het leed buiten de grens houden, althans volgens computermodellen. Maar o wee als het virus iets agressiever blijkt dan verwacht, of als de ziekteverwekker resistent wordt tegen de medicijnen. Dan krijgen we alsnog de volle laag, met alleen al in Nederland mogelijk honderdduizenden doden tot gevolg.

Zo’n drama valt te vermijden met een vaccin, verwachten wetenschappers. Het zou de hele bevolking tegen de pandemie kunnen beschermen, áls het tenminste op tijd klaar is. Vooralsnog wil het onderzoek echter niet erg vlotten.

Vreemd, want wetenschappers ontwerpen elk jaar nieuwe vaccins voor de gewone wintergriep. Aan ervaring geen gebrek, zou je denken. Het huidige vogelgriepvirus H5N1, de meest aangewezen kandidaat voor een pandemie, waart bovendien al sinds 1997 rond. In die acht jaar hebben virologen kennelijk weinig bereikt. Waar schort het aan?

Biologisch gezien is het lastige dat H5N1 geheel nieuw voor ons is. Dit in tegenstelling tot gewone griepvirussen, die meestal sterk lijken op varianten die tijdens voorgaande winters al in omloop waren. De meeste mensen zijn enigszins immuun voor de standaard ziekteverwekkers, zodat de gewone griepprik maar een klein beetje entstof hoeft te bevatten: 15 microgram per type virus.

Bij H5N1, waar vrijwel niemand nog mee in aanraking is gekomen, moet de afweer van de grond af worden opgebouwd.

Dat kost veel meer moeite, zo bleek onlangs nog tijdens proeven met een experimenteel H5N1-vaccin in de Verenigde Staten. „De onderzoekers zagen pas een redelijke immuunrespons nadat proefpersonen twee keer waren ingeënt met 90 microgram”, zegt Ben van der Zeijst, directeur van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI). „Dat is een 12 keer zo hoge dosis als normaal. Zoveel krijgen we nooit voor iedereen geproduceerd als er een pandemie uitbreekt.”

Europa – veruit de grootste vaccinproducent ter wereld – maakt ieder jaar 300 miljoen griepvaccins, die elk drie virusstammen bevatten. Zou deze capaciteit volledig worden benut voor het genoemde H5N1-vaccin waar slechts één stam in zit, dan zouden daarmee per jaar maximaal 75 miljoen mensen (3x300:12) kunnen worden ingeënt. Europa telt 450 miljoen inwoners, dus dat redden we niet. Om nog maar te zwijgen over de rest van de wereld. Ditzelfde probleem speelt bij alle andere experimentele H5N1-vaccins die tot nu toe zijn vervaardigd.

Begin gewoon een paar jaar eerder met de productie, zou je zeggen, dan heb je wél genoeg. Maar dat kan niet, omdat niemand zo lang van tevoren kan voorspellen welke virusstam zich gaat roeren. Nu staart iedereen zich blind op H5N1.

Maar die variant zou best eens kunnen overwaaien, om plaats te maken voor bijvoorbeeld H4N1 of H7N6. De natuur heeft 16 H’s en 9 N’s op voorraad, dus ze kan ons op 144 verschillende combinaties trakteren. Het zou onhaalbaar zijn om voor al die varianten een vaccin te hebben klaarliggen. Bovendien: binnen één virusstam treden voortdurend veranderingen op, waardoor een vaccin uit 2005 een paar jaar later al geen bescherming meer biedt.

De Verenigde Staten ondervinden dit aan den lijve. Van het Amerikaanse H5N1-vaccin hebben zij onlangs twee miljoen doses besteld bij farmaceut Sanofi Pasteur.

Het ziet ernaar uit dat al die spuitjes rechtstreeks de vuilcontainer in kunnen, want de Wereldgezondheidsorganisatie maakte afgelopen week bekend dat het vaccin inmiddels te sterk is verouderd.

Hoe deze impasse te doorbreken? Iedereen is het erover eens dat er een efficiënter vaccin moet komen. Dat valt te bereiken door aan de experimentele H5N1-vaccins een zogeheten adjuvans toe te voegen: een stof die de afweer extra stimuleert. Het is echter een flinke uitzoekerij welke stof je daar het beste voor kunt gebruiken.

Normaal gesproken is dat typisch een taak voor de farmaceutische industrie, maar die hapt volgens Van der Zeijst nauwelijks toe. „Dit onderzoek staat bij de industrie op een laag pitje omdat er een groot risico aan kleeft. Als de pandemie uitblijft, zijn alle investeringen namelijk voor niets geweest.”

Doet de industrie het niet uit zichzelf, dan moet de overheid een handje helpen, meent Van der Zeijst. Dat gebeurt dan ook. Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) heeft onlangs een flinke Europese subsidie in de wacht gesleept om een internationaal samenwerkingsverband met de industrie op te zetten. Binnen dit ’privaat-publieke partnerschap’, waar tien Europese landen aan meewerken, zal het risicovolle voorwerk grotendeels met overheidsgeld worden gefinancierd. Van der Zeijst: „Ons doel is om binnen de kortst mogelijke termijn een zo efficiënt mogelijk vaccin te helpen ontwikkelen.”

Verder wil hij een methode vinden om de werkzaamheid van vaccins beter te voorspellen, zodat hij kan zien of een vaccin tegen de ene virusstam kruisbescherming biedt tegen een andere stam.

Ab Osterhaus, hoogleraar virologie in het Erasmus Medisch Centrum, dringt eveneens aan op de vorming van samenwerkingsverbanden. Maar volgens hem moet het allemaal een slagje groter: niet Europees, maar mondiaal. Daarom is hij dezer dagen veel in Genève om besprekingen te voeren met de grootste vaccinproducenten en de Wereldgezondheidsorganisatie.

Hij stuurt aan op de vorming van een ’Global Task Force Influenza’, een denktank van twintig experts die overzicht hebben over de vele afzonderlijke onderzoeksinitiatieven, zoals die van de NVI. Osterhaus: „Er gebeurt ontzettend veel. Maar als het niet wordt gecoördineerd, kun je je afvragen hoe zinvol het is.”

Bram Palache, medisch directeur griepvaccins bij farmaceut Solvay in Weesp, deelt die kritiek. „Het initiatief van het NVI is op zich aardig, maar de industrie is er niet erg mee geholpen. Wij krijgen het basismateriaal voor onze vaccins namelijk altijd van de Wereldgezondheidsorganisatie. Daar kunnen we niet ineens van afwijken als het NVI ook iets gaat aanbieden. Alleen al daarom moet je dit op een hoger niveau regelen.” Maar volgens de Europese Unie is het nú tijd om praktisch te handelen, niet om nóg meer overlegstructuren in het leven te roepen.

Hoe het ook zij, de industrie is al wel uit eigen beweging bezig om een efficiëntere productiemethode voor vaccins te introduceren. De traditionele bereiding op bebroede kippeneieren is niet meer van deze tijd; het blijft een gigantische toer om telkens voldoende kippeneieren bij elkaar te krijgen. Zeker tijdens een plotselinge grieppandemie zou dat een breekpunt zijn. Dus schakelen farmaceuten nu massaal over op productie van vaccins in gekweekte cellen. Die cellen staan binnen een mum van tijd in de startblokken, zodat producenten sneller kunnen reageren op een eventuele pandemie.

Nu nog wordt elke winter een zesde van de Nederlanders ingeënt tegen de griep. Osterhaus en Palache adviseren een verdubbeling hiervan: als we nu alvast beginnen om ieder jaar vaccins te maken voor een derde van de burgers, beschikken we straks in elk geval over voldoende productiecapaciteit om een eventuele pandemie het hoofd te bieden. De extra vaccins die we in de tussentijd produceren, zouden ook daadwerkelijk bij mensen moeten worden ingespoten. Daarmee zouden we volgens beide deskundigen meteen onze gezondheid verhogen en het ziekteverzuim terugdringen.

Overigens kan zelfs bij een optimale productiecapaciteit een pandemisch vaccin nooit op tijd klaar zijn. In het gunstigste geval valt de ontwikkelingstijd terug te dringen van acht naar drie à vier maanden, schat Van der Zeijst, en dan komen er nog drie maanden bij voor de eigenlijke productie. We hebben dus minimaal zes maanden nodig, terwijl een pandemie zich volgens de Wereldgezondheidsorganisatie binnen drie tot vier maanden over de wereld kan verspreiden.

Maar geen paniek: we kunnen tijd winnen door de opmars van het virus te vertragen met virusremmers. Bovendien komen grieppandemieën – om onbekende redenen – meestal in twee golven; eerst een kleintje, daarna een grote. Daar zitten drie tot zes maanden tussen. Aan die adempauze hebben we misschien net voldoende om onze messen te slijpen.

Inenting kippen tegen H5N1 is omstreden

In het Verre Oosten, waar veel pluimvee met de vogelgriep besmet is, enten sommige boeren hun pluimvee in tegen de ziekteverwekker H5N1. Ze gebruiken niet-geregistreerde vaccins waarvan de werkzaamheid meestal niet is bewezen en waarvan zelfs de veiligheid ter discussie staat. In één - ongedocumenteerd - geval is volgens viroloog Ab Osterhaus een vaccin gebruikt dat nog schadelijke virusdeeltjes bevatte. Een levensgevaarlijke virusstam zou zich daardoor extra snel hebben verspreid.

De Wereldgezondheidsorganisatie is daarom tegen het inenten van pluimvee. En om nog een tweede reden: gevaccineerde dieren worden misschien niet ziek, maar kunnen mogelijk nog wel virus verspreiden. In theorie kan een gevaccineerde pluimveestapel dus een soort veenbrand worden, waar het virus handig gebruik van maakt. In zo’n geval is het middel erger dan de kwaal.

Ook in jaren ’70 was er paniek over pandemie

De paniek over de vogelgriep is niet nieuw. Halverwege de jaren zeventig van de 20ste eeuw dachten deskundigen ook dat er een pandemie aan zat te komen, veroorzaakt door een griepvirus dat bij varkens heerste. De Verenigde Staten bereidden in allerijl 40 miljoen doses van een vaccin. Daar werd de bevolking op grote schaal mee ingeënt. Al snel kwamen ernstige bijwerkingen aan het licht, waaronder het syndroom van Guillain Barré: zenuwuitval van voorbijgaande of blijvende aard. Vermoedelijke oorzaak was een vervuiling met de campylobacter-bacterie, die in het vaccin werd aangetroffen. De vaccinatie-campagne werd halsoverkop gestaakt. De pandemie bleef uit.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden