De spelregels moeten wel keihard zijn

analyse Onder strikte voorwaarden loont agrarisch natuurbeheer

Kan een boer succesvol ondernemen en tegelijkertijd natuurbeheerder zijn? Schapenboer Marwin Hofstede op landgoed Twickel en veehouder Jan Duijndam in de Bieslandse polder lieten deze week in Trouw zien dat dit mogelijk is, alleen moet de bedrijfsvoering radicaal anders.

Beiden zijn deelnemers van het proefproject 'Boeren voor Natuur' en rigoureus gestopt met de aanvoer van kunstmest, krachtvoer en chemische bestrijdingsmiddelen. Ze hebben ook hun grondwaterstand verhoogd naar de hoogte van vijftig jaar geleden, en daarmee gaan ze de verdroging tegen van de naastgelegen natuur. En ze zeggen toe 10 procent van hun land te voorzien van 'streekeigen landschapselementen' als houtwallen en sloten met natuurvriendelijke oevers.

Binnenkort worden de wetenschappelijke resultaten bekend van deze proef, en die lijken onverdeeld gunstig. Inmiddels kwaken de kikkers en roepen de grutto's op hun land. Regionale partijen als het Waterschap geven deze boeren een langdurende vergoeding voor hun activiteiten. En verdienen ze daarnaast nog wat? Jazeker: de zorg voor de natuur maakt dat zij méér voor hun streekproducten kunnen vragen. Boeren en natuur kúnnen dus heel goed samengaan.

Maar hoe komt het dan de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur een maand geleden moest concluderen dat agrarisch natuurbeheer 'een groot fiasco' is dat een miljard euro subsidie heeft gekost, terwijl de natuur op het platteland alleen maar achteruit holde? Voor een deel is dat debacle terug te voeren op de regeling zelf. Die was vaag, zonder concrete doelen en werd nauwelijks gecontroleerd. Zo'n beetje iedere boer kon eraan meedoen. Hij zaaide een strook akkerbloemen in of maaide wat later, in ruil voor een flinke vergoeding. En als hij er na vier jaar genoeg van had, stopte hij gewoon. De minderheid van de boeren daargelaten die wél serieus werk maakten van natuurbeheer, was de subsidie voor velen verkapte inkomenssteun.

Dat de regeling niet eerder onder vuur kwam, wekt verbazing. Maar de landbouwlobby, die gebruik makend van gesubsidieerde wetenschappers vooral de belangen van de sector behartigde en minder die van de natuur, was en is uiterst succesvol. Sharon Dijksma, de staatssecretaris van landbouw en natuur, zei onlangs het verfrissend te vinden als buitenstaander de langlopende dossiers te herzien. Deze week pakte ze kordaat het agrarisch natuurbeheer aan. Door haar voorganger Henk Bleker nog als basis van het natuurbeheer gezien, sprak zij van 'een onacceptabel dure regeling'. Dijksma wil niet langer individuele boeren subsidiëren, maar slechts collectieven die samenwerken met natuurorganisaties. De provincies zullen de doelen en resultaten in het vervolg nauwlettend in de gaten houden. De 'boerennatuur' moet in de toekomst aansluiten bij reservaten of natuurgebieden onderling verbinden.

Dat zijn twee belangrijke uitgangspunten van Dijksma en ook aan het door haar geconstateerde gebrek aan kennis bij boerencollectieven moet worden gewerkt. Toch zal het succes van het nieuwe subsidiestelsel vooral worden bepaald door de nader uit te werken spelregels. Dijksma noemt in haar brief aan de Tweede Kamer de ingrepen in de bedrijfsvoering, als het verhogen van het waterpeil, verminderen van mineralen en bestrijdingsmiddelen. Maar ze stelt ze niet als voorwaarden. Echte natuurboeren als Hofstede en Duijndam hebben aangetoond dat alleen met die maatregelen agrarisch natuurbeheer lonend kan zijn: voor natuur én boer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden