De spagaat van Jan Kees de Jager

Beeld ANP

Jan Kees de Jager heeft het zwaar te verduren als minister van financiën. In eigen land heeft hij te maken met een kritische gedoogpartner en vijandige oppositie, in Europa moet hij de strenge schoolmeester spelen.

Onmiddellijk na de publicatie van zijn opmerkelijke uitspraken over de rol van banken bij de Griekse crisis, afgelopen donderdag, belde de politiek assistent van Jan Kees de Jager met de financiële woordvoerders van de belangrijkste oppositiepartijen. Het was allemaal niet zo heftig bedoeld, moesten ze weten. De actie mag typerend heten voor de politieke loopbaan van De Jager en de politieke spagaat waarin hij vrijwel permanent verkeert.

De Jager (42) was eind 2006 voor CDA-formateur Jan Peter Balkenende de ideale waakhond voor de in christen-democratische ogen hoogst onbetrouwbare PvdA-leider Wouter Bos. De Jager (net als Balkenende geboren in het Zeeuwse Kapelle) was in de jaren ervoor al opgevallen tijdens zijn mars door de partij-instituties. Hij was een efficiënt en zuinig penningmeester van eerst de jongerenorganisatie van het CDA en later van het landelijk partijbestuur. Ook liet hij zich gelden als lid van de programmacommissie voor de verkiezingen van 2002. In al die functies waren de financiën zijn primaire invalshoek. De Jager was niet de man van de grootse politieke vergezichten, maar de man van de nuchtere zuinigheid.

Iemand met een dergelijk profiel kon Balkenende wel gebruiken als waakhond op het ministerie van financiën. De Jager ontwikkelde zich in het vierde kabinet-Balkenende echter als veel meer dan dat. Hij voerde als verantwoordelijk staatssecretaris een actief fiscaal beleid, vooral gericht op vergroening van het belastingstelsel, en werd van lieverlee steeds meer een soort postillon d'amour tussen de elkaar fundamenteel wantrouwende Balkenende en Bos. Zonder De Jager, zo verzekeren veel ingewijden uit die tijd, was dat kabinet waarschijnlijk veel eerder gevallen.

Het schipperen tussen zijn eigen politiek leider en zijn directe politieke baas (minister Bos) betekende dat hij ook voor de CDA-top een soort vertrouwensman werd met de bijbehorende invloed.

Toen eenmaal duidelijk was dat het CDA, ondanks het megaverlies bij de verkiezingen, zou deelnemen aan een coalitie met VVD en PVV was er geen enkele twijfel dat De Jager een van de CDA-ministers zou worden. Na een half jaar al demissionair minister geweest te zijn, was er niemand, ook niet in de kringen van VVD of PVV, die alternatieven voor De Jager wilde suggereren. Zijn nieuwe post lag te zeer voor de hand.

Twijfels over een politieke samenwerking met de PVV van Geert Wilders had De Jager ook. Hij had er zelf een grote voorkeur voor dat de drie grote middenpartijen VVD, CDA en PvdA de handen ineen zouden slaan en een kabinet zouden vormen.

Maar nog belangrijker vond hij, toen de PvdA niet happig bleek, de snelle vorming van een kabinet. De Jager zag vorig jaar de staatsschuld iedere dag met honderd miljoen euro toenemen. Als de gewenste coalitie niet kan, dan maar een coalitie met de PVV, die de sanering van de overheidsfinanciën voor haar rekening nemen wil, concludeerde De Jager. En hij verdedigde op het tumultueuze partijcongres in Arnhem, over wel of geen samenwerking met de PVV, de financiële paragraaf met verve.

Die financiële paragraaf, daar gaat De Jager over. Niet zo heel vreemd voor een minister van financiën, maar hij bemoeit zich veel minder met andere onderdelen van het kabinetsbeleid dan veel van zijn voorgangers.

Niet dat hij daar veel tijd voor over zou houden. De Jager is minister van financiën geworden in de periode na de kredietcrisis. Veel meer dan bij zijn voorgangers slokken de gevolgen daarvan hem in Nederland (het staatseigendom van ABN Amro en de hervorming van het financieel toezicht bijvoorbeeld) en in Europa op.

Ook op dat terrein bevindt hij zich in een spagaat. In Europa moet hij op de rem trappen en vooral de strenge schoolmeester spelen, binnenslands heeft hij te kampen met een uiterst onwillige publieke opinie en een gedoogpartner die, om het zachtjes uit te drukken, voortdurend spaken in zijn wielen steekt.

Nog niet veel ministers zullen door de partij waarmee politiek samengewerkt wordt, voor ezel zijn uitgemaakt. Omdat tot voor kort dergelijk taalgebruik onder politici binnen en buiten de Kamer not done was, maar ook omdat coalities in Nederland samen ergens voor staan. De PVV is - zeker rond alles wat Europa betreft en dus ook rond een Europees financieel toezichtsbeleid en de bezwering van de schuldencrisis in Griekenland - een geduchte tegenstander.

De Jager is de minister uit het kabinet-Rutte die als enige vrijwel permanent afhankelijk is van de oppositie. Tegelijkertijd is er geen minister zo de vijand van de oppositie als deze bewaker van de regeerakkoordafspraken rond de bezuinigingen.

Het levert hem een spagaat op en ook toenemende irritatie. Zijn waarschuwingen dat de PVV pleit voor een beleid dat Nederland ernstig zou kunnen schaden, worden allengs verontwaardigder van toon. Te meer omdat de oppositiepartijen, vooral GroenLinks en PvdA, steeds nadrukkelijker stellen dat zij uiteindelijk niet voor niets de kastanjes voor De Jager uit het vuur zullen blijven halen.

De politieke verhoudingen binnenslands vormen voor De Jager een geheel aparte dimensie. Dat de Grieken er een rotzooitje van gemaakt hebben en de grote bedriegers van Europa zijn, staat voor hem buiten kijf. Hij zal ook niet nalaten de Grieken te kapittelen. Maar dat er een oplossing moet komen zonder dat het Zuid-Europese land failliet gaat, is net zo duidelijk.

Die omstandigheden zorgden er voor dat De Jager nogal eens tot een vlucht voorwaarts werd gedwongen. Aanvankelijk kon Griekenland gesteund worden met leningen, waar Nederland alleen maar aan verdiende. Later moest hij schoorvoetend toegeven dat wellicht niet al het geleende geld terug zou komen, maar dat het nog nodig was dat overheden de steun zouden organiseren.

Weer later dienden banken alleen op vrijwillige basis mee te doen. En afgelopen donderdag stelde De Jager dat ze desnoods gedwongen moeten worden. Een ontwikkeling in zijn uitspraken die slechts te verklaren valt uit de bijzondere politieke positie waar hij zich in bevindt.

In Luxemburg sprak De Jager drie weken geleden al over de 'papieren vrijwilligheid' van de banken. Ze moeten meedoen, alleen moeten ze daar zelf nog even van overtuigd worden. De Jager begreep op dat moment al, na een zoveelste crisisvergadering van de ministers van financiën van de eurolanden, dat het heel lastig zou worden de banken mee te krijgen.

De papieren vrijwilligheid kwam rond half drie 's nachts ter sprake. Alle andere ministers waren al vertrokken, nadat het overleg een uur eerder was afgelopen. De Belgische minister Didier Reynders gaf amper tien minuten later bij de uitgang losjes, met de hand in de zak, een korte verklaring, geen woordvoerder te bekennen. De Jager liet de journalisten wachten op zijn persconferentie.

Het tekent de grondigheid waarmee de minister ieder optreden voorbereidt, om te voorkomen dat hij in de publieke opinie van het slappe koord afvalt dat hij moet bewandelen. Aan de ene kant gaapt de afgrond van de Tweede Kamer, waar vooral de PVV likkebaardend staat te wachten om hem af te maken als suikeroom van de spilzieke Grieken. Aan de andere kant wachten de financiële markten, waar iedere twijfel in de eurogroep voor nieuwe onrust zorgt.

Om die markten beter te bereiken zoeken De Jager en zijn woordvoerders de afgelopen maanden bewust de Angelsaksische pers op, die veruit dominant is in de financiële verslaggeving. Journalisten van Reuters, Bloomberg en de Financial Times staan tegenwoordig vaak te dringen om een citaat van De Jager op te vangen. Dat overkwam vroegere Nederlandse ministers van financiën zelden.

Nederland wordt in Brussel steeds meer gezien als een dwarsligger, een land dat moeilijk doet als het gaat om steun aan zwakke eurolanden of verhoging van het EU-budget. De Jager en zijn woordvoerders proberen dat beeld niet per se te corrigeren. Ze laten ook de internationale media duidelijk zien waar Nederland staat: streng voor eurozondaars en zuinig voor Europese plannenmakers.

Veel Europese politici doen stoer in hun thuisland, om dan in te binden in Brussel en bij thuiskomst weer te klagen over wat daar besloten is. Zo niet De Jager, aldus diplomaten. Hij staat ook tijdens de vergaderingen van ministers van financiën zijn mannetje. Zo botste de Nederlander tijdens de vergadering in Luxemburg hard met de nieuwe Griekse minister van financiën Venizelos, die er voor het eerst bij was.

Venizelos probeerde zijn collega's duidelijk te maken dat de andere eurolanden Griekenland net zo hard nodig hebben als omgekeerd. Dit tot ergernis van veel collega's, die een iets deemoediger houding verwachtten. De Jager was op dat moment degene die zijn Griekse collega de waarheid zei. Venizelos kwam achteraf naar hem toe en zei: Nu begrijp ik waarom je de lastigste van de hele eurogroep wordt genoemd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden