Interview

De Sovjets hadden maar weinig vat op la revolución

Politicoloog James Dunkerley is kenner van de geschiedenis van Latijns-Amerika.Beeld Laura Pannack

Sovjets in de Amerikaanse achtertuin? Die obsessie van Washington was grotendeels gebaseerd op een mythe, legt politicoloog James Dunkerley uit.

Geen regio associëren we zo met revoluties en guerrilla als Latijns-Amerika. De invloed daarop van de Russische revolutie is minder direct dan we denken, zegt politicoloog James Dunkerley, kenner van de geschiedenis van Latijns-Amerika. “Tot aan de Cubaanse revolutie in 1959 was die invloed heel klein: Latijns-Amerika vormde aanvankelijk geen prioriteit voor de Sovjet-Unie”, vertelt hij. “Wel was er theoretische en ideologische invloed van het marxisme.” Praktisch gezien had de Chinese revolutie van 1949 meer raakvlakken. “China was net als Latijns-Amerika een plattelandssamenleving, dus veel linkse Latijns-Amerikanen herkenden zich in de ontwikkelingen in China.”

“Na de oorlog groeide het anticommunisme van de VS snel, aangezwengeld door hun steun voor dictatoriale regimes in Latijns-Amerika. Net als in Vietnam waren de Amerikanen ook hier verblind door hun eigen anticommunisme. Ze geloofden dat alles wat erop leek het ook wel moest zijn. Uiteindelijk werd dit anticommunisme net zo belangrijk, zo niet belangrijker dan het Sovjet-communisme bij het veroorzaken van een tegenreactie in de vorm van guerrillagroepen. Die waren soms eerder nationalistisch dan communistisch. Ik denk zelfs dat dit anticommunisme een van de directe oorzaken was van de Cubaanse revolutie.”

Kwam het marxisme in Latijns-Amerika dan vooral voort uit verzet tegen de Verenigde Staten?

“Het anti-amerikanisme creëerde een goede voedingsbodem voor alternatieven voor het liberalisme. Het Westen propageerde een uniform model met een kapitalistische economie en een liberale democratie, goed voor iedereen. Dat idee kwam in de vroege jaren zestig in een enorme crisis terecht met de Cubaanse revolutie.”

En werd de invloed vanuit Moskou na die Cubaanse revolutie groter?

“Inderdaad, vanaf 1959 - dus twee generaties na het begin van de Russische Revolutie - wordt Latijns-Amerika voor de Sovjet-Unie ineens een issue. Je kunt dus drie periodes onderscheiden. Voor 1959 was er weinig invloed en interesse. Na 1959 ontstond er bij de Sovjets een grote zorg om de Cubaanse communistische staat te beschermen, waarmee de wereld in 1962 in de Cubaanse rakettencrisis terechtkomt. En vervolgens heb je de jaren zeventig, als in de hele regio, dus Midden- en Zuid-Amerika, dictaturen worden gevestigd. In die periode groeit de steun voor verzetsbewegingen, met als hoogtepunt de Nicaraguaanse revolutie van 1979.

“Overigens hadden de Sovjets de radicale bewegingen in Latijns-Amerika totaal niet onder controle. Neem Che Guevara, precies vijftig jaar geleden doodgeschoten. Hij was helemaal niet geïnteresseerd in het Sovjetmodel. Zijn poging om revolutie te ontketenen in Bolivia is spectaculair  mislukt, maar veel Latijns-Amerikanen deelden zijn weerstand tegen de communistische partijen: die werden gezien als ‘reformistisch’, niet als revolutionair.”

Is dat typisch Latijns-Amerikaans communisme?

“Absoluut. De Cubaanse revolutie leidde tot een veel radicalere linkse houding in de regio dan daarvoor. Alleen waren de klassieke voorwaarden voor een revolutie niet aanwezig. Vooral in Midden-Amerika was nauwelijks industrie. Het waren plattelandssamenlevingen waar, in marxistische termen gesproken, nooit een bourgeoisrevolutie had plaatsgevonden. Latijns-Amerikaans links was er dan ook nooit van overtuigd dat het kapitalisme door zijn eigen ontwikkeling ten onder zou gaan en streefde ernaar om de tegenstellingen in de samenleving te versnellen. Dat verklaart waarom de voorhoede daar vaak niet de vorm had van een politieke partij maar van een guerrillaleger.”

In hoeverre werden guerrillalegers getraind of bewapend door de Sovjet-Unie?

“De Sovjets hadden erg weinig ervaring met guerrillaoorlogen. De guerrillabewegingen hadden dan ook geen directe lijn met Moskou. Als er al een lijn was, ging dat via Cuba. Dat was het geval in Midden-Amerika: Guatemala, Nicaragua, El Salvador. Nadat de Sandinisten in 1979 de macht grepen in Nicaragua, ontvingen ze advies, financiering en ook wapens en training van de Sovjet-Unie, al werd dit zoveel mogelijk verborgen gehouden. Hetzelfde geldt voor de guerrilla in El Salvador, maar altijd via Cuba.

“De Sovjets bemoeiden zich niet met agressieve guerrilla-oorlogsvoering. Ze waren meer bezig met het opzetten van communistische partijen in de regio. In landen met een zekere vrijheid keken ze hoe die konden functioneren binnen de gevestigde systemen. En waar dictaturen waren, moesten de communistische partijen ondergronds. Ze kregen advies en financiering uit Moskou, maar de relaties met Latijns-Amerika werden gedelegeerd aan Tsjecho-Slowakije. De eerste en belangrijkste contacten met het Oostblok gingen dus via Praag. Dat paste in het idee van een communistische federatie. De Latijns-Amerikaanse communisten hadden veel kritiek op het Amerikaanse interventionisme, en de Sovet-Unie wilde zich daarvan onderscheiden.”

Als de Sovjets zich niet met de guerrillaoorlogen bemoeiden, waarom wordt Latijns-Amerika dan gezien als een van de slagvelden van de Koude Oorlog?

“Dat beeld was eenzijdig, met de Amerikanen die de regio zagen als hun invloedssfeer - het Caribische gebied trouwens meer dan Zuid-Amerika. In de coups in Brazilië in 1964 en Chili 1973 speelden de Amerikanen een ondergeschikte rol. Ze waren er blij mee, maar hoefden niet mee te vechten. De militairen ter plaatse deden het zelf wel.”

De Sovjets hadden geen controle over de guerrilla’s, maar de kalasjnikov werd wel hét symbool van guerrillastrijd.

“Eerlijk gezegd denk ik dat het inderdaad vooral symbolisch is. Ik vraag me af of de kalasjnikov zoveel is gebruikt door de guerrilla’s. Als je vecht tegen legers met Amerikaanse wapens als de MI6, kun je veel beter met dezelfde wapens vechten, zodat je ze kunt buitmaken en dezelfde munitie gebruiken. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat Che Guevara, toen hij in Bolivia een guerrilla begon, kalasjnikovs had.”

Hoe keken de Latijns-Amerikanen naar het Sovjet model?

“Links van het midden bestond er grote waardering voor de sociale verworvenheden waarin het Sovjetmodel leek te voorzien. Dat was vooral het geval tijdens de periode-Chroesjtsjov. Het idee bestond dat de Sovjets in zaken als ruimtevaart en technologie konden concurreren met de Amerikanen. Het Sovjetmodel was een alternatief voor de Amerikanen, veel meer dan het Chinese model.

“Rechts van het midden bestond grote vrees dat de vrijheden die tijdens Josef Stalin waren onderdrukt, niet terug waren gekomen onder Chroesjtsjov. Daarnaast was van groot belang dat Latijns-Amerika een overwegend katholieke regio is. De kritiek op het Sovjetmodel vanuit rechts ging vaak over gebrek aan vrijheid van meningsuiting en het marginaliseren van het christendom.”

Waarom lukte het de VS nooit om de linkse geest in Latijns-Amerika in de fles te krijgen?

“Om tal van redenen. Ten eerste omdat het een sterke geest was. Ten tweede omdat de Amerikanen in de meest kritische periode, de jaren zestig tot midden jaren zeventig, waren afgeleid door Vietnam. Ten derde omdat Washingtons bondgenoten in Latijns-Amerika niet betrouwbaar waren, niet deden wat ze hadden afgesproken. En ten vierde omdat in de hele regio sprake is van een diep anti-amerikanisme, niet alleen bij links, maar ook in het centrum en zelfs bij nationalistisch rechts.

“Het ging de Amerikanen trouwens ook meer om het onder controle houden dan om het uitroeien van het communisme. Soms hadden ze succes, zoals in Bolivia waar CIA-agenten het leger steunden, en zo de executie van Che Guevara mogelijk maakten. Maar dat gaf meteen ook weer een tegenreactie in Bolivia. Dus bij onverbloemde inmenging van buitenaf betaalden ze daarvoor meestal ook een prijs.”

Tegelijk met de val van de Berlijnse Muur en het einde van de Sovjet-Unie kwam in Latijns-Amerika een einde aan de laatste dictaturen en de meeste guerrillaoorlogen. Is dat toeval?

“Er is zeker een verband, maar ook een autonome ontwikkeling in Latijns-Amerika - zowel op links als op rechts. Al voor het einde van de Sovjet-Unie kwam er een einde aan het geloof in radicale economische modellen waarmee links zich profileerde. De regio kreeg te maken met een schuldencrisis en vervolgens werd de ‘Washington Consensus’ de norm: privatisering van staatsbedrijven en opening van de grenzen voor internationaal kapitaal. Guerrillabewegingen gingen op zoek naar een soort van onderhandeld einde, waarmee er een einde kwam aan de burgeroorlogen. Tegelijkertijd raakten de militaire dictaturen als die van Augusto Pinochet in Chili en de junta in Argentinië uitgeput.”

We zagen het vorig decennium een linkse opleving in Latijns-Amerika, in Venezuela kwam zelfs een op Marx geïnspireerd regime aan de macht. Hoe kan dat?

“Venezuela is helemaal niet socialistisch. Het is een autoritair regime, dat liberale, democratische waarden onderdrukt. Het maakt gebruik van het discours van de overleden Hugo Chávez, die zelf begon als een behoorlijk conservatieve legerofficier, en die pas naar links bewoog na een couppoging tegen hem in 2002. Buiten de regering kent Venezuela geen echte sociale beweging met linkse idealen. Het land heeft een traditie van meer dan honderd jaar van militairen die direct of indirect de macht en nationale hulpbronnen controleren. En dat is exact wat ze nu doen. De militairen hebben voedselvoorziening volledig onder controle. Dat is slecht nieuws voor wie links is.”

Vakbonden en linkse partijen in Latijns-Amerika dwepen nog altijd met Marx, Lenin en zelfs Stalin. Leeft de klassenstrijd in Latijns-Amerika nog meer dan hier?

“Zeker. Aan de onderkant van de samenleving zijn nog heel veel mensen afhankelijk van dagarbeid en zelfvoorzienende landbouw. Tegelijkertijd is - mede dankzij de hoge prijzen voor de grondstoffen - de afgelopen vijftien jaar de middenklasse in Latijns-Amerika fors gegroeid, zelfs in vrij arme landen als Bolivia en Paraguay.

“Voor veel Latijns-Amerikanen zijn de overboekingen van geëmigreerde familieleden in de VS en Europa de belangrijkste bron van inkomsten geworden. Als je het hebt over klassenstrijd in Latijns-Amerika, dan praat je over mensen in El Salvador, maar net zo goed over fruitplukkers in Californië, en mensen op straat in Los Angeles.”

Is het marxisme in Latijns-Amerika dan definitief dood?

“Het is geërodeerd en marginaal. Maar het blijft latent aanwezig en kan zo weer de kop opsteken.” 

De Britse hoogleraar politicologie James Dunkerley (1953) leidde in Londen het Institute of Latin American Studies. Hij publiceerde veel over die regio, vooral over Bolivia.

In Trouw kijken we deze week terug: wat is de erfenis van een eeuw communisme? Lees ook de andere gesprekken:
Moskou’s les voor Afrika: vrees het volk
'Gorbatsjov was de doodgraver van het communisme'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden