De sombere toekomst van Nederland

Volgebouwd met torenflats, een bevolking die twijfelt over religie en veel te veel arbeidsplaatsen. Dat is de toekomst voor Nederland, als we de weekbladen moeten geloven.

FRED LAMMERS

Lange tijd rustte er in Nederland een zeker taboe op hoogbouw. Gedwongen door ruimtegebrek komen steeds meer gemeenten er achter dat er niet aan valt te ontkomen wil Nederland, zeker in de Randstad, nog wat groen overhouden. Het gevolg daarvan is dat bepaalde delen van ons land een Manhattan-achtige skyline hebben gekregen. HP/De Tijd verwacht dat de Utrechtse Dom daardoor in de nabije toekomst niet meer dan een bescheiden torentje zal worden.

Rotterdam lijkt helemaal verzoend met het bouwen van torenflats. Wethouder Hans Kombrink van ruimtelijke ordening concludeert dat hoogbouw voor hem synoniem is geworden met wonen in de binnenstad.

Rotterdam is langzamerhand de identiteit aan hoogbouw gaan ontlenen. Den Haag weet er trouwens ook wat van. De bouwwerken van wolkenkrabber-architecten Michael Graves en Cesar Pelli zijn daarvan duidelijke voorbeelden.

Amsterdam heeft de Rembrandt-toren, Tilburg heeft Interpolis, Den Bosch het kathedraalachtige provinciehuis en Groningen de wolkenkrabber van de Gasunie. In Scheveningen en Eindhoven wordt de negentig-metergrens binnenkort ook doorbroken. Utrecht heeft een kantoortoren van 140 meter hoogte gepland. De naam ervoor is er al: 'de Piek van Riek', genoemd naar stedenbouwkundige Riek Bakker. Deze ontwikkeling zal in versneld tempo doorgaan.

Stedenbouwkundige Winy Maas in Amsterdam vindt dat we toe moeten naar 'hyperdichte steden in combinatie met hyperlichte zones waar je weinig tot geen bebouwing toelaat, zeeën van ruimte schept en waar de natuur weer een kans krijgt'. Nederland is slechts voor tien procent bebouwd, maar het lijkt met al die kassen, hallen en nieuwbouwwijken of er nergens meer een vrij plekje is.

Maas heeft verregaande ideeën over het scheppen van ruimte; hij wil parken in steden boven op elkaar stapelen. De stedenbouwkundige heeft al schetsen op papier gezet met boven elkaar aangelegde bossen, tuinen en voetbalvelden. Als die plannen ooit verwezenlijkt worden, gaat de hoofdstad lijken op Babylon, de stad met de hangende tuinen.

Nauw aan dit onderwerp verwant is de reportage, ook in HP/De Tijd, over het toenemend vliegverkeer en de overlast die veel Nederlanders daarvan ondervinden. Hoewel sommigen er goed mee kunnen leven. De achtduizend inwoners van Zwanenburg, een gemeente die is gaan gelden als een symbool van de geluidsoverlast van Schiphol, hebben het er niet echt moeilijk mee. In plaats dat de inwoners op de vlucht gaan voor het lawaai, is de gemeente in trek als woonplaats. Van het orgel van de buren hebben ze in Zwanenburg soms meer hinder dan van de laag overvliegende luchtreuzen.

Hervormd Nederland buigt zich over de ontkerkelijking naar aanleiding van het onderzoek van het Sociaal en cultureel planbureau (SCP). Jos Becker, de onderzoeker, geeft toe dat je geloof niet langs de meetlat kunt leggen. “Wat het geloof voor iemand betekent, kom je alleen aan de weet als je erover doorpraat. Dat kan niet in een enquête.” De vragen waren of iemand kerklid is, gelooft in God, zich beschouwt als zeer of enigszins religieus of denkt dat er een leven na de dood is. Becker vindt het 'gewrongen' te zeggen dat godsdienst goed is voor de samenleving of dat door een afnemend geloof het gedrag van Nederlanders verandert. Het verleden heeft bewezen dat godsdienst niet altijd goed is voor de samenleving. Beckers persoonlijke opvatting is dat geloven een individuele keuze is. “Het is niet nuttig, hoewel misschien wel voor jezelf. Geloof is zijn eigen rechtvaardiging. Als je het geloof moet verdedigen met nuttigheidsargumenten zou dat wel eens het begin van de neergang kunnen zijn.”

Bas Plaisier, de nieuwe secretaris-generaal van de hervormde kerk, zegt in een reactie op het secularisatierapport dat er op dit ogenblik meer belangstelling voor religie is dan ooit. De kerkelijkheid neemt af maar dat zegt niet alles. Ook rooms-katholiek theoloog Walther Goddijn is zeer hoopvol over allerlei religieuze activiteiten. “Er zijn heel wat oases in de woestijn”, is zijn ervaring. Plaisier vindt dat trouwe kerkgangers die zich zo druk maken over de leegloop van de kerk, nogal egoïstisch zijn. “We hebben allemaal een klap van de molenwiek gekregen. Maar buiten de kerk bespeur ik dat soms nog in sterkere mate.” Bij tegenslag schiet het percentage gelovigen weer omhoog, denkt Plaisier.

Elsevier schildert Nederland af als een land waar de werkgelegenheid voor het derde achtereenvolgende jaar sneller toeneemt dan de beroepsbevolking. De burgers profiteren daarvan met toenemende rijkdom. Maar over de achterblijvers wordt nauwelijks gepraat. Zes procent van alle huishoudens (bij de bejaarden is dat percentage veel hoger) leeft ver onder het gemiddelde welzijnsniveau. Behalve de bisschop van Breda hebben de armen weinig beschermheren. De grote massa neemt kennis van de verhalen over armoede maar consumeert monter verder.

Elsevier wijdt ook een uitgebreide reportage aan een kwaal die het leven van veel Nederlanders verziekt: reuma. Die ziekte staat overigens voor zo'n tweehonderd aandoeningen. Ook voor reumapatienten gloort er echter hoop. Nieuwe behandelmethoden en effectiever medicijngebruik hebben het leven van reumapatiënten draaglijker gemaakt. De Groene Amsterdammer schrijft het requiem voor Ruigoord, het Amsterdamse dorpje dat plaats moet maken voor een nieuw hoofdstedelijk havencomplex en een depot voor het dumpen van giftig baggerslib. In plaats van eendrachtig ten strijde te trekken tegen de plannen en te proberen nog te redden wat er te redden valt, ruziën de laatste bewoners met elkaar.

Vrij Nederland buigt zich over de affaire Brinkman-Peper. Verder beschrijft het blad aan de hand van gesprekken met betrokkenen de ondergang van Fokker. Oftewel: het dramatisch verval van een reus op lemen voeten.

De nieuwe directeur televisie van de VPRO, Hans Maarten van den Brink, beschrijft in Vrij Nederland zijn nieuwe taak als 'vernieuwen of sterven'. “Binnen de VPRO beseffen ze niet hoe ver het al is.” Het bestel beschrijft Van den Brink als een schip met zware averij en zijn omroep als het scheepsorkest, dat onverstoorbaar blijft doorspelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden