Jelle's weekdier

De snoek is in de Hollandse boerensloot wat de tijger is in het oerwoud

Jelle Reumer: "Het lengterecord voor een in Nederland gevangen snoek staat op 1,37 meter."Beeld Maartje Geels

Bij het woord 'roofdier' gaan de gedachten onwillekeurig uit naar tijgers, hyena's, wolven, ijsberen en vergelijkbaar groot en harig gespuis. Eigenlijk is dat vreemd, want ook spinnen, die met webben, klapvallen of vangtrechters argeloze insectjes te grazen nemen, zijn roofdieren. 

Ook het lieveheersbeestje is een geducht roofdier: het schattige kevertje voedt zich met bladluizen. En dan zijn er roofdieren die hun bestaan onder de waterspiegel doorbrengen. De meest gevreesde daarvan is in ons land zonder twijfel de snoek, Esox lucius.

De snoek is in de Hollandse boerensloot wat de tijger is in het oerwoud: een meedogenloze toppredator. Vooral vissen, maar ook kikkers, ratten, jonge eendjes of andere watervogels verdwijnen met gemak in de enorme muil die is voorzien van lange en vlijmscherpe grijptanden. 

Het torpedovormige snoekenlijf met die gulzige roofbek is aan de achterkant voorzien van een relatief grote staartvin waarmee het dier met één ferme slag een plotselinge uitval naar een even argeloze als weerloze prooi kan doen. Soms gaat het wel eens mis en zijn de oogjes groter dan de maag; het Natuurhistorisch Museum Rotterdam heeft als een van haar topstukken een bijna één meter lange snoek die zich dodelijk verslikte in een al bijna even enorme snoekbaars.

Snoeken kunnen trouwens nog flink groter worden dan die Rotterdamse pechvogel. Een lengte van 1,10 tot 1,20 meter is geen uitzondering. Het lengterecord voor een in Nederland gevangen snoek staat op 1,37 meter; in Duitsland schijnt ooit een exemplaar van 1,44 meter te zijn opgevist. 

Zo'n beest is dus bijna net zo groot als een mens. Foto's van trotse vissers met hun enorme vangst op schoot hebben hierdoor steevast iets weg van een Pietà-beeld, met de dikwijls beduusd kijkende hengelaar in de rol van de wenende Maria. Ik vind het een beetje treurige plaatjes.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Hollandse Hoogte / marlieswessels.nl

Hengelen

Voor de liefhebber is het vissen op snoek van een ander kaliber dan het hengelen naar voorntjes of andere witvis. Er is zelfs een werkwoord uit afgeleid, 'snoeken'. Nooit hoor je dat iemand gaat karperen of brasemen, maar wel dat iemand gaat snoeken. 

Een goede vriend van mij, die verder nooit vist, huurt één keer per jaar een roeiboot om met vrienden in de Loosdrechtse Plassen een dagje te gaan snoeken. Daarbij vangt hij meestal niks want het is niet eenvoudig, zeker niet sinds het zeer terechte verbod op het vissen met levend aas is ingevoerd.

Lange tijd ging het niet goed met de snoek in ons land, gevolg van waterverontreiniging en concurrentie van snoekbaarzen. Maar, zo meldde naturetoday.com deze week, de snoek is weer helemaal terug van weggeweest en snoekbaarzen nemen in aantal af. Dat is goed nieuws want snoekbaarzen zijn exoten. Maar wel beter eetbaar, snoeken zitten boordevol nare graatjes.

Ik herinner me hoe mijn oma vroeger snoek bereidde; de vis werd in moten gesneden en gebakken; de moten gingen vervolgens enkele weken in een grote weckpot met azijn waardoor de graatjes oplosten. Het smaakte een beetje gronderig. Geef mij maar liever een snoek in het water, stil tussen de waterplanten loerend naar een voorbijzwemmende snoekbaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden