De snelste weg naar Salt Lake City slingert door ijskanaal

De snelste weg naar Salt Lake City slingert door een ijskanaal. Vorige week dinsdag maakte Nanet Kiemel voor het eerst in haar leven een afdaling in een bobslee; drie dagen later dwong de atlete samen met pilote Eline Jurg de eerste van twee vereiste nominaties voor de Olympische Winterspelen af.

Kiemel is door Jurg als remster aangetrokken om voor snelheid te zorgen. Dat is een logica binnen het bobsleeën die geen mens kan verklaren. Net zo min als Kiemel kan bevatten dat ze onder haar meisjesnaam Karenbeld met jarenlang ploeteren in de atletiek niet verder is gekomen dan nationaal niveau en met het instappen in een bobslee terstond tegen de wereldtop aanzit.

De fysiotherapeute uit Deventer voelt wel dat de schoen wringt. En geeft volmondig toe dat ze in de bobslee relatief makkelijk kan bereiken wat als sprintster altijd een droom zal blijven. Wat dat betreft zit ze op dezelfde realistische lijn met de vrouw die haar door het ijskanaal stuurt. Eline Jurg: ,,Het klinkt misschien lullig, maar het is voor ons makkelijker de Spelen te halen dan voor schaatsers.''

Bobsleeën voor vrouwen is een discipline die pas sinds 1991 op wereldbeker-niveau wordt beoefend. En ofschoon de familie klein en hecht is en de drempel tot toetreden (afgezien van de kosten) laag, besloot het IOC haar magere programma van de Winterspelen ermee uit te breiden.

Want wat is de eis om op 19 februari 2002 een bob over de rand van de Olympus van Salt Lake City te mogen duwen? Twee plaatsen bij de eerste tien in een wereldbekerwedstrijd volstaan voor nominatie. Vrijdag en zaterdag namen in het Duitse Winterberg tijdens de eerste twee van zeven kwalificatiemogelijkheden respectievelijk 26 en 24 teams uit vijftien landen deel. Veel meer zijn er niet. Remster Ineke Kleinhesselink legt uit wat de eis is voor deelneming aan de World Cup. ,,Je moet een licentie van de bond hebben en tijdens de training zes runs maken. Daarvan moet je drie keer op je ijzers over de finish komen.''

Met andere woorden: drie keer niet crashen.

Nooit werd zo duidelijk dat NOC-NSF in haar limieteisen speeltuinniveau gelijkschakelt aan de meest ontwikkelde topsport. Misschien hebben de keuzeheren zich dat amper gerealiseerd; er was na het succes van vrijdag (tiende op de 'geschoonde' ranglijst) een dag later -bij de maar net gemiste tweede kans- geen afgevaardigde aanwezig.

Eventuele olympische kwalificatie van een van beide bobteams (die van de piloten Jurg of Broeders) kan elders de nodige frustratie opwekken. Aan de andere kant kan met een zekere opluchting worden vastgesteld dat binnen de steeds meer verzakenlijkte topsport nog ruimte is voor een avontuur uit een jongens -pardon, meisjesboek. Waar naïeviteit wordt gekoppeld aan aanstekelijk enthousiasme.

Want hoe wonderlijk kan het lopen in het bobsleeën. Jaarlijks wordt in de zomer op de Grote Markt van Groningen het bobstart kampioenschap gehouden. Dit droogbobben mondde voor een aantal studentes uit in de uitdaging om zich eens echt in een ijskanaal te begeven. Tot hun verbazing was de Nederlandse bobbond bereid de reis naar Oostenrijk te subsidiëren. En voor dat ze het wisten, waren ze verslingerd aan de 'opwinding' van het afdalen. Alleen wat materiaal betreft bleef het behelpen.

Met 'een verrotte bak met waterschade van hier tot Tokio' (Kleinhesselink) eindigde het team van Ilse Broeders vorig jaar als veertiende in het eindklassement van de wereldbeker. Concurrente Eline Jurg deed het met een twaalfde plaats nog beter, ook al moesten de eerst twee wedstrijden in Calgary worden afgezegd wegens geldgebrek.

En toen was er dat geschenk uit de hemel, ongetwijfeld vanwege de voor alle betrokkenen verrassende olympische status. Waar talloze topsporters bedelen om financiële bijstand, werd Broeders gebeld door een IT-bedrijf dat een noodkreet had opgepikt uit een landelijk ochtendblad. En zelf verlegen zat om een goedkope ingang tot de sport. Een miljoenen vergend schaatsteam gaat het reclamebudget te boven, een ton of drie voor twee bobteams met olympisch perspectief is een kansrijk publiciteitslot.

Het is haast aandoenlijk te horen dat niemand goed raad wist met de nieuwe Duitse bobs uit Dresden die ze mochten uitzoeken.

Waar onder toplanden bobsleeën een materiaalslag is gelijkwaardig aan Formule I, was er bij Jurg en Wouters niet het besef dat de pracht sleetjes (kosten 65000 gulden per stuk) kunnen worden afgesteld naar de zwaarte van het parkoers. De vorige week aangestelde Britse bondscoach Peter Gunn wees op die mogelijkheid.

Drie zaken zijn doorslaggevend bij bobsleeën: materiaal, startsnelheid en stuurmanskunst. De laatste twee kunnen de idylle binnen het Nederlandse bobben verstoren als het om dat ene olympisch startbewijs gaat. Twee keer drie kandidaten vechten voor twee plaatsen als 'remmer' achter de piloot die zich kwalificeert. Waarbij het ook nog mogelijk is dat de stuurvrouw uit het ene kamp het beste past bij de remmer uit het bijna gelijkwaardige andere. Aan dat soort finesses is men nu nog niet toe.

Nanet Kiemel maakt op de stille, in een spookachtig verlicht wolkendek gehulde bobberg een sprookjesachtig debuut. Tweemaal zorgt ze voor de tweede starttijd, die volgens de gangbare opvattingen een plaats in de top drie had moeten opleveren. Jurg gaf daar door concentratiegebrek en het ontbreken van 'het juiste gevoel' geen vervolg aan. Ongetwijfeld zal de wie past bij wie-discussie nog volgen als de zakelijke belangen toenemen.

Kiemel kijkt nog even anders tegen haar nieuwe stiel aan. Voor Zweden maakt Ljumila Enqvist, wereldkampioene 100 horden, de snelheid. ,,Ik zat maar eenhonderdste achter haar.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden