Review

De smaak van verboden fruitHet hap-snap-gevoel van de jaren zestig

Henne van der Kooy: Tieners. Portret van een generatie. Atlas, Amsterdam; 191 blz. - ¿ 36,90.

Misschien is de grootste noemer waaronder al die onrust, drang naar verandering en nieuwe maatschappelijke structuren kan worden samengevat, wel de ontzuiling geweest. Waar Nederland na de oorlog aanvankelijk in grote lijnen hetzelfde beeld vertoonde als ervoor, met een protestantse, een katholieke en een socialistische branche, komt daar in de jaren zestig vrij radicaal verandering in.

Over de precieze oorzaken van die ontzuiling zijn de sociologen nog niet uitgesproken, maar een factor van belang is beslist de toegenomen welvaart in de jaren vijftig geweest. Opeens kregen bevolkingsgroepen die zich tot dan toe vrij nauwgezet binnen de marges van de eigen cultuur hadden bewogen, de arbeidersklasse, de kleine middenstand, de beschikking over middelen waarmee ze hun horizon uitbreidden: een auto om over de grens te gaan kijken, een televisie om de rest van de wereld te zien.

Vooral de komst van de televisie heeft, denk ik, de wereld definitief veranderd. Wie over de beginjaren van het tv-kijken leest, staat versteld hoe verzuild het eigenlijk begon. Rooms-katholieke kijkers werden geprest toch vooral naar de KRO te kijken, de Vara was er voor de socialisten, de NCRV voor de protestanten. Maar met de 'eigen' programma's kwam ook opeens de cultuur van de andere groepen binnenshuis en daarmee begonnen de oude zuilen langzaam te verpulveren.

De generatie van zestig voelde zich niet meer thuis in de oude, traditionele behuizingen, de doorstroming van kinderen uit de lagere klasse naar de universiteit zorgde ook daar voor verbreding en waarschijnlijk ook voor een meer revolutionaire geest en binnen een paar jaar was het hele beeld van Nederland definitief veranderd.

Het opmerkelijke heb ik altijd gevonden dat die tijd, literair gesproken, zo slecht in kaart is gebracht. Pas nu, in de romans van A. F. Th. van der Heijden bijvoorbeeld, krijg je er een echt beeld van, maar in de jaren zestig zelf had men kennelijk geen tijd of zin de eigen, nieuwe cultuur min of meer te inventariseren of te verbeelden. Schrijvers die zich er nog het meest aan gelegen lieten liggen, Simon Vinkenoog, Hans Plomp, waren van de hallucinante kant en meer bezig met een nieuw soort vormgeving. Hetzelfde kun je in zekere zin van Gerard Reve zeggen, die de traditionele roman vergat en in zijn brievenromans een veel lossere, improviserende en persoonlijke kijk op het bestaan ontwikkelde.

Het was kortom geen tijd voor realisme, misschien ook omdat dat te zeer in verband stond met de cultuur van de vorige generatie die juist bestreden werd. Dé kunstvorm van de jaren zestig was de popmuziek en voor de rest was men te veel bezig met revolutie maken en stickies roken om het allemaal ook nog eens op een rijtje te zetten. Ik heb zelf het staartje van de jaren zestig nog meegemaakt, als puber, en het staat mij vooral bij als een tijd waarin je vooral niet iets moest willen presteren, dat was ouderwets; als je al ambities had dan moesten die op het emancipatorische vlak liggen: het is de tijd waarin de homo-beweging ontstaat, de Derde Wereld wordt ontdekt, alle onrecht die de standenmaatschappij en het kapitalisme veroorzaakt zouden hebben. Een tijd van vurige protesten in schoolkrantjes.

Van 1961 tot 1968 gaf uitgeverij Nijgh een soort jaarboek uit, 'Een 10 voor tieners' waarin die jongste generatie aan het woord kwam. Het was zo'n beetje dé schoolkrant van heel Nederland, honderden gedichten, verhalen en opstellen van tieners werden er in gepubliceerd. Henne van der Kooy stuitte er toevallig weer op en bracht het fenomeen in kaart, 'Tieners. Portret van een generatie' noemde hij het. En hij keek ook wat er van al die scribenten terecht is gekomen, want er zaten nogal wat nu bekende Nederlanders bij, Kees van Kooten, Wim de Bie bijvoorbeeld, verder schrijvers als Geert Mak, Ton van Reen, Sjoerd Kuyper, Hans Bouma.

Dat het de grote voortrekkers van de huidige cultuur zijn geworden kun je (behalve in het geval van Van Kooten en De Bie) eigenlijk niet zeggen, daarvoor ontbreken er toch te veel namen uit andere branches (ik kwam nauwelijks politici tegen bijvoorbeeld of belangrijke beeldende kunstenaars), maar wat je wel kunt constateren is dat al die bedrijvers van 'jeugdzonden', voor zover ze hier in beeld komen, ergens gearriveerd zijn, in de wereld van de media of van de kunst.

Echt een systematische studie is het (weer) niet geworden, het is veeleer een schetsmatige, sfeeropwekkende beschrijving van mensen, die nu met een zekere verwondering of verbazing naar hun oude werk kijken in de vorm van interviewtjes. Toch is er wel een lijn in te ontdekken. In de eerste plaats lijkt het of iedere tiener in de jaren zestig na de middelbare school zo snel mogelijk het huis uit wilde, 'iets' doen, naar Amsterdam liefst waar het allemaal gebeurde. En ook lijkt het of die massale vlucht uit de provincie naar de grote stad niet zozeer door ambities werd gevoed alswel door zucht naar avontuur en verandering. Het opvallende in het verhaal van al die 'Zestigers' is dat er nauwelijks iets werd gepland, hun carrières zijn als het ware bij de gratie van het toeval ontstaan. Althans zo lijkt het.

Het is jammer dat het perspectief van het boek nu zo erg wordt bepaald door terugblikkende vijftigers, die zich hun vroegere Sturm-und-Drang-tijd voor de geest proberen te halen. Wat er in die jaren zestig door ze werd gedacht en opgeschreven, vormt in het boek van Van der Kooy eigenlijk slechts een illustratie.

Wel valt iets op; al die gedichtjes, verhaaltjes en opstelletjes hebben met realisme weinig van doen. Ook uit deze 'literaire' producten kom je eigenlijk nauwelijks iets aan de weet over de maatschappelijke werkelijkheid van die tijd. Men zat wat te dromen, experimenteerde onder invloed van de literaire beweging van de Vijftigers wat met de vorm en voelde zich vooral aangetrokken door het existentialisme (door niemand echt goed begrepen maar wel als modus vivendi aangenomen), en verder de meer melancholieke, donkere kanten van het bestaan. Een van de weinige teksten waarin je echt iets van een generatiegevoel proeft, komt van Joost Nuissl, tegenwoordig theaterdirecteur:

Zelfoverwinning

Deze ochtend zal ik blijven liggen in de stank van een te vroeg opgestoken pijp. Waarom moet ik in een gareel dat begint bij het einde van de trap. Ik blijf liggen - negativisme van deze tijd. Ik weet dat ik dadelijk op zal staan. Maar heb ik dan mij zelf overwonnen of juist niet?

Maar karakteristieker is een gedicht van Kees van Kooten, vol romantisch, woordenrijk 'Vijftigers'-jargon:

geef het nu maar toe

ons strijden met stilleverdrietvogels defilee goeieouwetijdzeggers zinloos

we hebben te vroeg lompe zandtaarten gebakken zonzieke vlinders gevangen

we filterden stalenraamconstructies zonder resultaat.

Zwartgalligheid lijkt op het literaire vlak mode. Pien Haije, een van de geïnterviewde voormalige tieners zegt over die hang naar somberheid: “Ik heb dat altijd een beetje dubbel gevonden. Het was wel heel leuk om te schokken, om de meest vreselijke dingen te zeggen, maar we zaten daar niet met z'n allen te somberen. Er werd flink wat gelachen en we stelden ons behoorlijk aan. Al die flodders en fladders waar je mee speelde, gruwelijke eenzaamheid, verhanging, nachtmerrie-achtige dingen. . . het had de attractie van lekker aan die taboes beginnen, met een gezicht of je dat elke dag at. De smaak van het verboden fruit.”

Dat is ook het algemene beeld van die generatie: jongeren die in de plotseling verworven vrijheid wat in het wilde weg met het leven experimenteerden, zonder zorg over de uitkomst. Het is niet toevallig dat er ook bij Van der Kooy geen al te duidelijk beeld ontstaat, want het was juist bij uitstek een onduidelijke tijd, waarin gezag en voorspelbaarheid op de achtergrond raakten.

Grote literatuur kom je in deze beredeneerde en becommentarieerde bloemlezing niet tegen en ook geen duizelingwekkende inzichten in wat er in die roemruchte jaren gebeurde. En juist dát is karakteristiek. Het was allemaal hap snap van een geslacht dat misschien toch gelukkiger was dan het wilde doen voorkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden