De slimme kleintjes komen eraan

Milieu, benzineprijs en kredietcrisis dwingen de autofabrikanten tot het maken van kleinere karretjes. Groot is echt uit.

Er is geen houden meer aan. Grote auto’s hebben afgedaan. Nog afgezien van de vele meewarige blikken van steeds groener wordende consumenten, ze zijn in deze crisistijd gewoon te duur in gebruik. Klein is nu het motto.

Het leek de laatste jaren echter niet op te kunnen. De westerse economieën draaiden als tierelieren, en de consumenten richtten zich op meer, mooier, duurder, royaler, groter. We zagen steeds meer dure en vooral grote auto’s op de weg. Het meest opvallend daarbij zijn de zogenoemde Sports Utility Vehicles (SUV’s). Een soort rijdende forten, meestal vierwielaangedreven door enorme, zeer dorstige motoren. Eigenlijk bedoeld voor de onverharde, onherbergzame wegen in bijvoorbeeld Afrika.

Maar hier in West-Europa zien de banden van deze monsters slechts beschaafd, biljartlakenglad asfalt. Toch werden ze als broodjes hamburger verkocht. Kwestie van status, testosteron en een misplaatst gevoel van veiligheid. Overgewaaid uit Amerika. Daar reed bijna iedereen in zo’n gorgelende tweetonner.

Rééd. Want toen verscheen plots een ander monster op de weg; een tweekoppig exemplaar. De ene kop was omhoog gericht en heette „stijgende benzineprijs”, de andere heette „dalende beurskoersen” en was omlaag gericht.

Het tweekoppige monster veroorzaakte paniek, vooral in Amerika. De tweetonners werden massaal gedumpt en ingeruild voor kleinere, zuiniger automobielen, veelal afkomstig van Japanse fabrikanten. De Amerikaanse automobilist ging als de wiedeweerga ’downsizen’, zoals dat inmiddels ook in het ABN (Algemeen Beroerd Nederlands) heet. Nu staan in de VS de Hummers en de Fords F-150 in deerniswekkende rijen achter de hekken van de autohandelaren te wachten op nieuwe eigenaren, die waarschijnlijk nooit zullen opdagen.

Het verhaal van de Ford F-150 is illustratief voor de recente teloorgang van de Amerikaanse auto-industrie: De Ford F-150 was vanaf 1991 de best verkochte auto in de Verenigde Staten. Sinds mei 2008 niet meer. De immens populaire, grote pick-up truck is niet door één, maar door liefst vier kleinere auto’s voorbijgestreefd: de Honda Accord, de Honda Civic, de Toyota Camry en de Toyota Corolla. Allemaal Japanners, alle vier aanzienlijk kleiner en zuiniger.

’Downsizing’, verkleining, lijkt het nieuwe adagio, niet alleen bij de autoproducenten, maar ook bij de autokopers. Het begrip ’Downsizing’ staat in de wereld van de auto-industrie niet alleen voor verkleining van de omvang van auto’s, maar vooral voor het terugbrengen van de cilinderinhoud van motoren, zonder dat dat vermogen verloren gaat. Grotere kracht uit kleinere motoren.

De meeste Amerikaanse auto’s – enkele uitzonderingen daargelaten – zijn tot op heden nog steeds uitgerust met knotsen van motoren (een zescilinder is wel het minste, een brullende achtcilinder is meer gebruikelijk), de Europese en de Japanse auto-industrie richten zich al langer op compacte, zuinige drie- of viercilinders. Meer kracht uit minder inhoud. De voordelen: efficiënter (en dus minder) benzineverbruik, minder luchtvervuiling. Bijkomend voordeel: je kunt compacte krachtbronnen in compacte autootjes lepelen. En daar komen er steeds meer van. In steeds rapper tempo. Hun populariteit stijgt navenant en er zit niet één Amerikaan tussen. Of het zou de Chevrolet Matiz moeten zijn, maar dat is eigenlijk een Koreaan (voorheen heette hij Daewoo Matiz).

In Nederland hebben de relatief kleine auto’s het altijd al goed gedaan in de verkoopstatistieken. Van de week werd bekend dat in 2008 de verkoop van de kleinsten met liefst 25 procent is gestegen. Het begon al vroeg, in de jaren ’50, met de populariteit van de Volkswagen Kever en de ’Daffodil’ van Van Doorne’s automobielfabriek in Eindhoven, waar het beroemde ’pientere pookje’ is uitgevonden, een volautomatisch versnellingssysteem. Als het Dafje wat minder lullig was vormgegeven, had het waarschijnlijk nog veel meer succes gehad. In die tijd was het wagentje vooral populair bij ouderen, onderwijzeressen en – in het zuiden des lands – bij nonnen.

Tegenwoordig is de compacte Volkswagen Golf al jaren de best verkochte auto, op de voet gevolgd door andere kleintjes, zoals de Peugeot 207. Maar het kan nog veel kleiner. We kenden al enige tijd het geinige botsautootje uit het huis van Mercedes, de Smart.

Maar ja. Dat ding is zó klein, dat je vroeg of laat voor een pijnlijke keuze staat: je partner mee of de golden retriever? Want allebei, dat kan niet. Ik ben er niet zeker van in wiens voordeel de beslissing zou uitvallen.

Om dit soort dilemma’s te vermijden, heeft Toyota de IQ bedacht. Een intelligent stadsautootje, amper groter dan de Smart, en toch plaats voor vier personen. Of drie plus de retriever. Toyota heeft trouwens het leeuwendeel van zijn recentelijke winsten te danken aan de Aygo, het iets grotere kleine broertje van de IQ, en al langer een bekende verschijning op de Nederlandse wegen. Het wagentje is mateloos populair, evenals zijn PSA-klonen Citroën C1 en Peugeot 107.

Ook Volkswagen heeft grote plannen met kleine auto’s: vanaf dit jaar wil het merk jaarlijks meer dan een miljoen kleintjes aan de man brengen. We hadden al de Polo en de Fox, nu worden er plannen gemaakt voor de ’Up!’, een stadsautootje van 3,45 meter dat de voorbode moet zijn van een geheel nieuwe ’familie’ van superzuinige Volkswagentjes.

Ford Europa verwacht veel van de nieuwe Ford Ka, de opvolger van het opvallend vormgegeven ronde autootje dat er volgens sommigen uitziet alsof het in de was gekrompen is. Na ruim 12 productiejaren en bijna anderhalf miljoen exemplaren begon het Kaatje de tand des tijds te voelen. Ford werkte met de productie van de nieuwe Ka samen met dé expert bij uitstek op het gebied van kleine auto’s: Fiat, dat met de nieuwe 500 een succesnummer heeft neergezet. De Ka en de 500 delen dezelfde motoren. De nieuwe ’Cinquecento’ is een auto met een zeer hoog retro- en aaibaarheidsgehalte. Zijn vormgeving is rechtstreeks geïnspireerd op het oude ’rugzakje’, de Cinquecento uit de jaren ’60, die we nog wel eens als klassiekertje in onze steden kunnen zien rondrijden.

Grote auto’s zullen voorlopig niet snel verdwijnen. Mensen hebben nu eenmaal behoefte aan status en decorum. Kunt u het zich voorstellen: onze lieve koningin wuivend op het achterbankje van een Ford Ka? Al moet ik bekennen dat ik altijd wat last kreeg van plaatsvervangende schaamte als ik Hare Majesteit weer eens zag langsrijden in die verbouwde vertegenwoordigersauto, een (vanwege haar fraaie hoeden) verhoogde Ford Scorpio. Tegenwoordig laat ze zich gelukkig rondrijden in een statige Volvo.

Maar al willen we ons allemaal misschien graag ’King of the Road’ voelen, prangende ecologische en economische redenen zullen ons meer en meer gaan dwingen te kiezen voor kleiner, zuiniger, schoner. De Europese en Japanse auto-industrie lijken er klaar voor; de slimme kleintjes komen eraan! En daar is niks mis mee. Met de huidige technologie worden ook kleine auto’s steeds veiliger en comfortabeler. En tientallen centimeters minder per auto, dat scheelt ook nog eens in de lengte van files.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden