Opinie

De sleutel tot Hamlet is dat er geen sleutel is. Een zoektocht naar veranderend schouwtoneel.

Knerpend door kersverse sneeuw komt hij aangelopen. De Britse regisseur sir Richard Eyre vertelt van de opdracht die Michelangelo ooit kreeg: maak een beeldhouwwerk van sneeuw, en beschouw dat als je meesterwerk. Zo ziet Eyre ook de essentie van theater: wegsmeltend als een sneeuwpop in de zon, onherhaalbaar, slechts in de herinnering voortlevend.

Desondanks maakte Eyre voor de BBC World een zesdelige documentaireserie over theater en over verandering: 'Changing stages'.

In de eerste aflevering blijft hij dichtbij huis, en concentreert zich op zijn landgenoot die tot achter elke horizon ter wereld bekend werd: William Shakespeare. Eyre waadt door het grondwater van de Theems, waar vierhonderd jaar geleden The Rose, Shakespeare's eerste schouwburg stond. ,,Shakespeare is ons theatrale DNA'', weet Eyre.

Actrice Judi Dench, die in de speelfilm 'Shakespeare in Love' de Engelse koningin speelde, is ervan overtuigd dat je stukken van Tsjechov, Ibsen of Tennessee Williams niet ongestraft overhoop kunt halen, maar dat elke regisseur met Shakespeare kan doen wat die wil. Shakespeare kan volgens haar tegen een stootje, zelfs als je zijn stukken verknipt of achterstevoren speelt. Dench wijst triomfantelijk op een Romeo en Julia-verfilming uit de jaren negentig, waarin het voorgeschreven 'put up your sword' van vierhonderd jaar geleden gehandhaafd bleef, maar waarin de familievete tussen de Montecchi's en Capuletti's met fonkelnieuwe en hedendaagse pistolen wordt uitgevochten. De camera zoemt subtiel in op de loop van de wapperende pistolen waarop het wapenmerk staat: 'Sword 9 mm'.

Alom waart Shakespeare nog steeds rond. In Engelse krantenkoppen tot op de sportpagina's aan toe. (Als het een cricketclub plotseling voor de wind gaat wordt geheid Richard III aangeroepen met zijn 'Nu werd de winter van ons ongenoegen / glansrijke zomer door deze zo(o)n van York'.) Congresleden van de Conservatieve Partij bepleiten steevast dat 'niet Ronald McDonald maar Shakespeare in onze klaslokalen thuishoort'. Toneelschrijver Arthur Miller kopieert eerst toespraken van Shakespeare-personages als oefening voor zijn eigen theaterdialogen.

Engeland had geen toneelvernieuwer als Stanislawsky, maar wel de hervormer Granville Barker. Die streefde, licht presentator Eyre toe, eenvoud na. Volgens Barker zijn er in het theater maar twee hoofdrolspelers: een die spreekt (de acteurs), en een die denkt (het publiek). ,,Al die moderne techniek met ingenieuze schuifpanelen is wel leuk, maar wat we nodig hebben is één grote witte doos, waarin de metamorfose zich moet voltrekken'', aldus Barker.

Of zelfs dat niet eens, want regisseur Eyre was als bij blikseminslag aan theater geklonken toen hij op 13-jarige leeftijd 'De storm' met daarin John Gielgud op de radio hoorde. De documentaire toont een mooi fragment van de jonge Gielgud waarin hij als Hamlet tegen de schedel van zijn kamerheer Yorrick praat: ,,Je kaak helemaal ingevallen? Kom, maak dat je naar mevrouws kamer komt en zeg haar: al schildert ze zich ook duimdik op, dit gezicht zal ze uiteindelijk krijgen.''

Wie Gielgud zegt, zegt Laurence Olivier, die prompt als een apodictische Richard III aantreedt. Documentairemaker Eyre delft niet naar de competitiedrift tussen deze twee theatrale oerkrachten, maar probeert ze als 'twee planeten in de kunst der verleiding' naast elkaar te zetten. Al kan Laurence Olivier het zelf niet laten, als hij vertelt hoe hij als Romeo met een toorts in de hand het realisme van Shakespeare probeert te verkopen: ,,Dat realisme, daar geloof ik met m'n hele ziel in. Ik denk dat John Gielgud dat niet deed, niet genoeg deed.''

Als regisseur duidde Olivier zijn 'Hamlet'-verfilming freudiaans. In de zin dat Hamlet zijn moeder gebiedt weg te blijven van het echtelijk bed omdat hij zelf het bed met zijn moeder wil delen. Presentator Eyre: ,,Oliviers zucht naar realisme was een zucht naar psychologisch realisme, naar seksueel realisme, naar de onderliggende tekst.'' Om meteen daarop zo nuchter als een lantaarnpaal te concluderen: ,,De sleutel tot Hamlet is dat er geen sleutel is. Het is net zo moeilijk om Hamlet te doorgronden als het mysterie van elk individu te kennen. Shakespeare zelf liet het King Lear al zeggen: 'the mystery of things'.''

Judi Dench herinnert zich de Lady Macbeth, die zij in 1979 bij de Royal Shakespeare Company voor kleine zalen speelde: ,,Het publiek moet de acteur horen ademhalen en zuchten. De toeschouwers moeten zo dicht op de toneelvloer zitten, dat ze de angst van Lady Macbeth bijkans kunnen ruiken.''

In diezelfde geest blikt Eyre terug op zijn eigen King Lear-regie: ,,Intiem en intens. Het publiek zat zo dichtbij dat het ging denken dat de neergang van het gezin Lear zich in de eigen familie afspeelde.''

Drie Keltische dramaschrijvers schragen de Changing stages-aflevering over Ierland. Eyre noemt Samuel Beckett terloops, maar moet zich in de Ierland-aflevering beperken tot W.B. Yeats, Bernard Shaw en Oscar Wilde. (Beckett komt in de een na laatste aflevering 'Between Brecht and Beckett' nog aan de orde.) Drie Ieren met protestantse achtergrond, die alle drie op jonge leeftijd Dublin verlieten, hun Ierse accent afleerden en zich alle drie even onberispelijk kleedden als uitdrukten. Zelfs hun nuffig-elegante motoriek was nagenoeg identiek.

Van Oscar Wilde geen bewegend beeldmateriaal, maar Shaw en Yeats blikken je zo onverschrokken koket toe alsof ze hun leven lang niets anders deden dan over hun eigenhandig aangelegde catwalk paraderen. We dobberen met presentator Eyre mee naar Lough Gill bij Sligo, waar Yeats zijn 'The Lake Isle Of Innisfree' onsterfelijk romantiseerde. Vorstelijk en vastberaden weerklinkt Yeats' stem: ,,I will arise and go now, for always night and day / I hear lake water lapping with low sounds by the shore; / While I stand on the roadway, or on the pavement grey, / I hear it in the deep

heart's core.'' (In de hertaling van Jan Eijkelboom: ,,Ik zal opstaan en gaan nu, want altijd, vroeg of laat, / hoor ik het water klotsen aan d'oever van het meer; / als ik sta op de weg of in de grijze straat / hoor ik, diep in mijn hart, hoor ik het weer.''

Yeats was medeoprichter van Ierlands eerste nationale theater nog voordat Ierland als natie bestond, The Abbey Theatre. Hij stichtte dat niet uit Iers nationalisme, wel om het Ierse publiek wakker te schudden en om onder het juk van de Britse kolonisator uit te komen.

Samen met de toneelschrijvers Sean O'Casey en J.M. Synge schonk hij Ierland het theater waarnaar het jarenlang dorstte: schuimend van realisme, ontbering, armoede, politiek, seks en revolutie.

Schrapstaand op de roemruchte Cliffs of Moher pal tegenover de Aran-eilanden, spatten de oceaangolven presentator Eyre rond de oren. Allicht begeleid door de sonore bromklank van de Keltische bodhrán. De pannenkoekgrote, met geitenhuid opgespannen tamboerijn zonder belletjes, die je het best met een zakmesje of duwend met de muis van de handpalm bepotelt.

Wat van 'onze drie Ierse helden' resteert? Eyre: ,,Yeats werd staatsman, Shaw de parel in de nationale kroon en Wilde triest genoeg de nationale schandvlek.'' En wat Iers drama in Engels theater bracht? ,,Een injectie van leven in zinvolle doelgerichtheid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden