De sleutel lag in een notitieboekje

tekeningenboek | Een spectaculaire vondst: een schetsboek met 65 tekeningen van Vincent van Gogh. Kunsthistoricus Bogomila Welsh-Ovcharov deed de ontdekking van haar leven - of niet?

Zonnebloemen, amandeltakken, cipressen, steeneiken, hooimijten. De 65 tekeningen die onlangs in de Provence boven water zijn gekomen, tonen allemaal bekende motieven van Vincent van Gogh. Als je wantrouwend bent, kun je denken: te bekende motieven.

En wantrouwen is de logische reactie wanneer er plotseling een werk van een beroemde overleden kunstenaar opduikt. Laat staan als het om maar liefst 65 tekeningen gaat. Het Van Gogh Museum, die de grootste collectie Van Goghs ter wereld heeft, bezit er 500. Het museum gelooft er niets van dat de gevonden tekeningen echt zijn, vanwege de tekenstijl, topografische fouten, en rammelend aanvullend bewijs.

Maar de Canadese kunsthistoricus Bogomila Welsh-Ovcharov van de Universiteit van Toronto, die de tekeningen gisteren in de openbaarheid bracht, gelooft in de echtheid. "Zulke uitgewerkte tekeningen - met die vibrerende lijnen en het bekende obsessieve van Van Gogh - kunnen niet nagemaakt worden. Wie zou dat kunnen?"

Welsh wordt geloofd door gerenommeerde kunstuitgeverijen in verschillende landen, waaronder uitgeverij TerraLannoo in Nederland. Zij brachten tegelijkertijd het boek 'Vincent van Gogh, het verloren schetsboek uit Arles' uit, waarin afbeeldingen van de 65 tekeningen staan en wordt uitgelegd hoe de werken in de openbaarheid kwamen.

Het verhaal van de vondst hangt, zoals altijd in zo'n situatie, van toevalligheden aan elkaar. De kunsthistorica viert al twintig jaar vakantie in de Provence. Een Franse vriend bracht haar in contact met een kunstkenner uit Aix-en-Provence die bij een oude dame tekeningen had gezien, waarover hij advies wilde.

Welsh: "De eerste tekening die ik zag, was van een cipres. Toen ik die zag, dacht ik meteen: 'Ja, dit is echt. Dit is geweldig.' Maar tegelijkertijd dacht ik: 'Wacht even. Klopt dit wel?' Achterdocht is een logische reactie bij zo'n vondst."

Na drie jaar onderzoek - met hulp van onder meer Van-Goghkenner Ronald Pickvance (Universiteit van Glasgow) en Bernadette Murphy die kort geleden ontdekte dat Van Gogh bewust zijn hele oor had afgesneden - weet ze het zeker: ze zijn van Van Gogh. "We hebben papier, watermerk en inkt onderzocht, allerlei archiefwerk gedaan en gekeken naar de stilistische elementen. Maar de doorslag gaf de herkomstgeschiedenis", vertelt ze. "De sleutel daarvoor ligt in een klein notitieboekje dat tegelijk met het schetsboek naar boven is gekomen."

Dat notitieboekje is afkomstig uit de administratie van Café de la Gare te Arles, waar Van Gogh in 1888 een half jaar lang een kamer huurde. De eigenaren, Joseph en Marie Ginoux, waren bevriend met Van Gogh. Een werknemer van het café hield gedurende 1890 minutieus bij wat er in het café gebeurde. Op 20 mei 1890 staat te lezen dat dokter Felix Rey namens Van Gogh een groot tekeningenboek afleverde voor het echtpaar. Rey had Van Gogh opgezocht in de inrichting in Saint-Rémy-de-Provence. Daar was hij ondergebracht toen hij in een crisis zijn oor had afgesneden en niet meer te handhaven was in Arles. Het schetsboek van 40x26 cm is eigenlijk een kasboek van het café. Het stevige papier was zeer geschikt om op te tekenen. Waarschijnlijk had Van Gogh het gekregen van Marie of Joseph en stuurde hij het gevuld met tekeningen terug.

Hoe kwam het dan nu weer boven water? Kennelijk is er nooit naar het schetsboek omgekeken omdat het eruitzag als een kasboek. Het werd bewaard bij de andere zakelijke papieren van het café. "In de Provence wordt niets weggegooid', weet Welsh. Na de Tweede Wereldoorlog vond de schoonzus van de toenmalige café-eigenaar het boek toevallig in de opslag tussen wat spullen. Ze bewaarde het en gaf het cadeau aan haar dochter toen die twintig was. De dochter heeft het altijd bewaard en zich pas onlangs afgevraagd van wie het werk was.

Op zondag, enkele dagen voor de persconferentie over het boek, mogen enkele journalisten afbeeldingen van de 65 tekeningen bekijken. Ze roepen onmiddellijk schilderijen van Van Gogh in herinnering. Drie amandeltaktekeningen verwijzen naar 'Amandelbloesem' (1890), we zien de brug van Langlois (1888), de boten bij Saintes-Maries-de-la-Mer (1888), de dichte ondergrond van 'Kreupelhout' (1889).

De meeste tekeningen zijn enorm uitgewerkt. Onder de inkt is soms potlood te bespeuren. We zien de bekende krullerige takken van de cipressen, de grillige lijnen in een veld zonnebloemen en eindeloos veel streepjes en stipjes waarmee de voorstelling is opgebouwd. Opvallend vaak is ook de lucht daarmee gevuld. Bij de tekeningen in het Van Gogh Museum komt dat maar zelden voor. Er zijn ook enkele portretten. Volgens Welsh is op één de schilder Paul Gauguin afgebeeld, die een tijdje bij Vincent logeerde.

Volgens Welsh moeten we het schetsboek zien als een veredeld 'droedelboek'. "Alles leeft. Zoals alleen Van Gogh dat kon uitbeelden. De stilistische overeenkomst met zijn andere werk is heel groot. Sterker, dat beweeglijke, vibrerende kan niemand nadoen. Natuurlijk was ongeloof ook mijn eerste reactie. Maar hoe vaker ik de tekeningen bekeek, hoe meer ik overtuigd raakte: dit kan niemand faken.

"De tekeningen leren ons ook iets nieuws over Van Gogh, namelijk dat Van Gogh wel voorbereidende schetsen voor schilderijen maakte, terwijl we altijd dachten van niet." Minstens twee dingen roepen twijfel aan de echtheid op. Nooit heeft Van Gogh in zijn brieven over dit grote schetsboek gesproken. Niemand wist van het bestaan.

Problematischer is de stellige afwijzing van het Van Gogh Museum, die voor Welsh niet onverwacht kwam. Nadat ze kennis had gemaakt met de tekeningen, is zij eerst bij het Van Gogh Museum langs gegaan. Dat is immers wereldwijd het belangrijkste kennisinstituut voor Van Gogh. Jaarlijks krijgen ze daar tweehonderd mogelijke Van Goghs ter beoordeling voorgelegd. Welsh legde tien van de tekeningen voor aan Teio Meedendorp (onderzoeker) en Marije Vellekoop (hoofd Kunst). Welsh: "Ze hebben het bekeken en na een dag concludeerden ze dat ze niet geïnteresseerd waren. Waarom? Geen idee. Dat wilden ze niet vertellen. Ik was erg teleurgesteld, verbaasd en geschokt. Later heb ik gehoord dat het museum al eerder foto's van de tekeningen had gezien en op grond daarvan had besloten geen interesse te hebben. Zoiets besluit je toch niet op basis van foto's!"

Meedendorp zegt destijds nog wel te hebben gezegd tegen Welsh graag contact te willen met de eigenares. Dat is de standaardprocedure. "Daarna hebben we niets meer gehoord. Deze zomer hoorden we tot onze stomme verbazing dat er een boek zou komen." Het museum begrijpt niet hoe Pickvance, die ze als een goede onderzoeker kennen, tot de conclusie kan komen dat de tekeningen wel echt zijn.

Voor Welsh is de discussie niet gesloten. Het Van Gogh Museum is volgens haar uiterst terughoudend met 'nieuwe' Van Goghs: "Het duurt wel vaker lang voor ze zich laten overtuigen. In 1991 hadden ze geconcludeerd dat het schilderij 'Zonsondergang bij Montmajour' geen echte Van Gogh was. Maar in 2013 was het dat opeens wel."

De tekeningen zijn inmiddels in een kluis opgeborgen. Het is nog niet bekend wat de eigenares er mee wil doen, zegt Welsh. "Het zou mooi zijn als ze een keer tentoongesteld gaan worden. Dit werk behoort de wereld toe. Het moet niet terug in het donker vanwege enkele dwarsliggers."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden