De slavenstad is klaar voor de invasie van voetbalfans

Salvador heeft zijn boulevard opgeknapt en een podium gebouwd

Ze zullen nog raar opkijken in Salvador, als het hellende plein van Pelourinho vanmiddag vol staat met een paar honderd uitgelaten Nederlanders, die de zoete pasteltinten van de huizen overschreeuwen met oranje. Of als de horde recht uit het vliegtuig een frisse duik neemt in de Atlantische Oceaan, bij Itapau, dat doet denken aan Zandvoort in juli, al is het water veel aangenamer van temperatuur. Of op Praia Pituba, waar tientallen Nederlanders gisteren op een groot scherm naar de openingswedstrijd Brazilië-Kroatië keken.

Salvador de Bahia, met een kleine drie miljoen inwoners de vierde stad van het land, ligt op een schiereiland en is van oost tot zuidwest omgeven door stranden. De kern van de stad ligt aan de Allerheiligenbaai, vernoemd naar de dag waarop Amerigo Vespucci hem ontdekte: 1 november 1501. De vesting op een heuvel boven de baai werd een belangrijk handels- en bestuurscentrum voor de Portugese kolonisten, tot Rio de Janeiro halverwege de 18de eeuw de nieuwe hoofdstad werd.

In Salvador werden Afrikaanse slaven aangevoerd voor het werk op de suiker-, cacao- en tabakplantages. Dat is nog goed merkbaar: Salvador geldt als de meest Afrikaanse stad van Brazilië, de bevolking is merendeels donker. Brazilië schafte de slavernij pas in 1888 af.

Ook staan er nog veel koloniale gebouwen, zelfs een paar Nederlandse. De Hollandse kolonie in Brazilië ligt weliswaar noordelijker, rond Recife, maar onder leiding van Piet Hein werd de stad begin 17de eeuw ongeveer een jaar lang bezet.

Niet te missen in Salvador is de imposante Lacerda-lift, genoemd naar zijn bouwer, die de benedenstad aan de baai verbindt met de rijke bovenstad. Lange tijd was het hier vergane glorie, maar met steun van de staat Bahia en Unesco is de verpauperde wijk Pelourinho opgeknapt. De wijk dankt zijn naam aan de schandpalen waar slaven en criminelen werden gestraft.

Toeristen wordt afgeraden de smalle steegjes buiten het gerenoveerde deel van Pelourinho in te gaan, maar dat is wel de kortste weg naar de nieuwe Arena Fonte Nova (50.000 toeschouwers) waar Nederland vanavond tegen Spanje speelt. Met genoeg mensen en veel lawaai zal de traditionele oranjemars naar het stadion vast geen gevaar lopen.

Het stadion is gebouwd op de plaats van het oude Fonta Nova Stadion, de thuishaven van Sportclub Bahia. De oud-internationals Bebeto en Dida komen hier vandaan.

Vanwege de veiligheid heeft de wereldvoetbalbond Fifa er wel voor gekozen zijn Fan Fest, dat in elke speelstad de wedstrijden opluistert, te organiseren op de boulevard van de sjieke wijk Barra in het zuidwesten van de stad. Bij het fort met vuurtoren is vorige week een kolossaal podium gebouwd om de voetbalfans met optredens te kunnen vermaken.

Daar is de afgelopen weken ook met man en macht gewerkt om gaten te dichten, balustrades op te metselen en banken, plantenbakken en lantarenpalen te plaatsen. De boulevard, die een mooi uitzicht biedt op de spectaculaire stunts van surfers in de branding van de oceaan, moest een mondaine uitstraling krijgen.

Salvador lijkt daarmee klaar voor de invasie van buitenlandse fans, niet alleen uit Nederland en Spanje maar ook uit Duitsland, Portugal, Frankrijk, Zwitserland, Bosnië-Hercegovina en Iran.

Maar achter de façade van een opgeknapte boulevard en een plein op de werelderfgoedlijst ligt nog veel werk te wachten. Een Bahiaan neemt het niet zo nauw met afspraken, zeker niet als de zon schijnt. En dat doet ie hier veelvuldig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden