Review

De slagschaduw van Oscar Wilde

Op 30 november is het precies honderd jaar geleden dat Oscar Wilde in Parijs zijn laatste adem uitblies. Onlangs verschenen een nieuwe biografie over Wilde zelf, en een eerste biografie over zijn nichtje Dolly, de dochter van zijn twee jaar oudere broer Willie.

Diepe zucht. Oscar Wilde's honderdste sterfdag komt eraan en ja hoor, daar is-ie: de zoveelste biografie. Ditmaal geschreven door Barbara Belford, die het presteerde een volledig overbodig boek af te leveren.

Sinds Richard Ellman in 1987 zijn omvangrijke Wilde-biografie publiceerde, valt er vrijwel niets nieuws meer over Oscar Wilde te ontdekken. Boeken die hierna verschenen, hadden nog bestaansrecht omdat ze zich op een bepaald aspect van Wilde's leven concentreerden: zijn biseksualiteit, zijn werk, of zijn Ierse achtergrond. Maar Belford vertelt opnieuw zijn hele levensverhaal en voegt daarmee niets toe aan wat er al verschenen is. Dat weet ze zelf ook en ze probeert het te verantwoorden met de opmerking dat elk tijdperk zijn eigen kijk op Wilde nodig heeft: de auteur heeft immers zelf gezegd dat we aan de geschiedenis maar een ding verplicht zijn, namelijk haar te herschrijven. Een zwak argument.

Herschrijft Belford de geschiedenis van Wilde en zijn tijd dus? Welnee. Na enig speurwerk is er misschien een enkel puntje te vinden waarop Belford van de haar voorgaande biografen verschilt, namelijk dat ze Wilde's levenseinde iets minder tragisch voorstelt dan we gewend zijn: voor iemand die leefde zoals Wilde zat oud worden er gewoon niet in, lijkt Belfords uitgangspunt. Daar moet je niet te dramatisch over doen. Of ze hiermee de geschiedenis recht doet is zeer de vraag. Het is wel een erg makkelijke conclusie en eentje die wel heel erg voortkomt uit onze huidige hedonistische kijk op de samenleving.

Toegegeven, de biografie leest prettig, en voor wie nog weinig over Wilde weet maar daar verandering in wil brengen, is het een prima introductie. Alles staat erin: van Wilde's jeugd in Ierland tot zijn studietijd in Oxford. Van het begin van zijn literaire carrière in Londen tot zijn publiciteitstoer door de Verenigde Staten. Van zijn huwelijk met Constance tot zijn fatale relatie met Lord Alfred Douglas. Van zijn verblijf in diverse Engelse gevangenissen tot zijn dood in Parijs.

Toen Oscar Wilde op zesenveertigjarige leeftijd stierf was zijn broer Willie hem al in het graf voorgegaan. Willie, die tijdens zijn leven weinig had gepresteerd en vooral op de zak van zijn moeder had geteerd, stierf aan alcoholisme. Hij liet een vierjarige dochtertje achter, Dolly. Door pure armoede kon Dolly's moeder niet voor haar zorgen en werd het meisje in een klooster geplaatst. In 1914 verliet ze Engeland om zich in Frankrijk behulpzaam te maken in de strijd tegen de Duitsers. Met verve bestuurde ze een ambulance in Parijs. Haar hele leven zou ze dol op snelle auto's blijven.

Na de oorlog stortte Dolly zich in het sociale leven. Ze was geestig, charmant, zag er modieus uit, kon gezelschappen moeiteloos vermaken, had een levendige fantasie, voerde uitgebreide correspondenties met vele beroemde en niet beroemde vrienden, en was dol op seks waarbij ze haar voorkeur voor vrouwen niet onder stoelen of banken stak. Waar ze in de jaren na de oorlog precies was en met wie is echter onduidelijk. Pas in 1927 -ze was toen tweeëndertig- duikt ze weer op als nieuwe ster aan het firmament van Natalie Clifford Barney, de Amerikaanse schrijfster en miljonaire die elke vrijdagavond in Parijs een beroemde salon hield. Binnen twee weken waren Dolly en Natalie geliefden, al zou Dolly altijd de tweede viool blijven spelen: Natalie had al een verhouding met schilderes Romaine Brooks en was niet van plan daar een streep onder te zetten.

Dolly's volgende jaren bestonden uit een aaneenschakeling van drank, drugs, seks en zelfmoordpogingen. Ze was overal en nergens, en verbleef maandenlang in hotels of bij vrienden als Romaine haar aanwezigheid in Natalie's huishouden weer eens te veel van het goede vond worden.

Toen ze op haar tweeënveertigste borstkanker kreeg, wilde ze dat niet onder ogen zien. Ze wees het advies van artsen die een operatie voorstelden van de hand en zocht haar heil in alternatieve therapieën voor totaal andere kwalen.

Een paar weken voor haar zesenveertigste verjaardag stierf Dolly, alleen, in de flat die ze net had gehuurd, zeer waarschijnlijk aan een overdosis drugs. Autopsie wees uit dat de kanker inmiddels was uitgezaaid naar haar longen, iets wat ze zelf nooit heeft geweten.

De biografie over Dolly Wilde, die onlangs is verschenen, geeft een uitgebreid beeld van de werelden waarin Dolly zich bewoog. Vooral Natalie Barney's salon en de opmerkelijke gasten uit de kunstwereld die daar kind aan huis waren worden levendig beschreven. Maar centraal staat de vraag waarom het nooit wat is geworden met Dolly. Iedereen die haar kende noemde haar 'een geboren schrijfster' maar toch kreeg ze nauwelijks een letter op papier. Waarom is ze nooit serieus gaan schrijven? Ze had -getuige haar brieven- talent, ze had volop tijd en was bovendien in de gelegenheid te publiceren door haar verhouding met Natalie Barney, die desnoods haar boeken in eigen beheer had kunnen uitgeven. Waarom vergooide ze haar leven als schrijfster?

Door al deze vragen, die meteen in het voorwoord al opkomen, is de biografie over Dolly veel interessanter dan voornoemde biografie over Oscar Wilde.

Toch wordt het meest voor de hand liggende antwoord op alle vragen over het 'falen' van Dolly, namelijk dat ze het gewoon niet in zich had of toch niet getalenteerd genoeg was door de auteur, Joan Schenkar, totaal over het hoofd gezien. Wel draagt ze andere antwoorden aan die zeker hun interessante kant hebben.

Dolly's grote tragiek was dat ze zowel qua uiterlijk als qua karakter veel op haar beroemde oom leek. Iedereen die haar zag, trok ogenblikkelijk de vergelijking, maar helaas kon Dolly de mythe die haar oom had opgebouwd maar zelden evenaren. Net als hij bezat ze flair, was ze geestig, scherp en ad rem, was ze ook een snob en een poseur, maar waar Oscar met die eigenschappen overal volle zalen trok, beperkte Dolly zich tot Natalie's salon. Waar Oscar ernaar streefde zichzelf onsterfelijk te maken, nam Dolly genoegen met een kleine kring bewonderaars. En waar het haar, in tegenstelling tot haar oom, aan ontbrak waren concentratievermogen en zelfdiscipline.

Dolly's eigen 'fout' was dat ze zelf zo veel bewondering voor de oom -die ze overigens nooit heeft gekend- koesterde, dat ze de overeenkomsten cultiveerde, waardoor ze niet aan een autonoom bestaan, los van de beladen naam Wilde, toekwam.

In die zin hadden Oscars eigen zoons, Cyril en Vyvyan, het makkelijker. Nadat hun vader wegens homoseksuele contacten veroordeeld was, nam hun moeder hen mee naar het buitenland en liet ze onder een andere naam opgroeien om elke associatie met hun vader te vermijden. Voor Dolly lagen de zaken anders. Ze verkeerde in kunstenaarskringen waar haar oom een legende was, en die reputatie viel niet te overstijgen. Een plausibele uitleg, maar het verklaart nog steeds niet waarom Dolly het niet eens heeft geprobeerd. Vond ze het zelf een bij voorbaat verloren zaak? Of wilde ze het gewoon niet? Misschien -en dat vergeet de biografe voor het gemak- had ze wel totaal andere ambities dan literaire. Nergens uit de ruim vier honderd pagina's tellende biografie blijkt dat Dolly eronder leed dat ze niet schreef. Waar ze onder leed, was het leven zelf. Je zou bijna in de verleiding komen te zeggen dat oud worden er voor haar gewoon niet in zat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden