De slagroom

Het ging vandaag weer even mis hier. Lange tijd geen heimwee, ineens sloeg het toe. Jim vierde net zijn eerste verjaardag, maar zelfs dat maakt het niet beter. Erger zelfs. Ik bracht hem op de fiets naar zijn oppasmoeder die een paar straten verder woont, aan de 'slechte' kant van onze wijk. Als ik daar de hoek om draai, wordt ik weemoedig over zoveel lelijkheid en armoe. Zo'n straathoek is in heel Nederland niet te vinden.

Allereerst dringt zich het hoekpand op, dat ooit protserige barokke versierselen had. Omdat niemand zo'n pand in zo'n buurt de moeite waard vindt om te onderhouden, ziet het krullerige stucwerk aan de gevel er nu uit als een slagroomtaart die in de doos knel zat onder de snelbinders. Hier en daar hangt nog een toefje, maar veel is aan de deksel van de doos blijven hangen. In dit pand horen winkels, maar die staan al jaren leeg. De laatste huurder had een tropische bar, als je de half verteerde stickers op de ramen mag geloven. Zelfs dat kon de buurtbewoners niet lokken.

Daarnaast zat een Obst & Gemüse-winkel van de firma Yilmaz, een Turkse verkoper die zelfs met handgeschreven kartonnetjes met 'goedkoop' en 'vers' erop, geen klant in de zaak kreeg. Om de hoek floreert een gokhol, op de andere hoek nog een. Spieltreff noemen ze zichzelf. Over klandizie niet te klagen.

De bakkerszaak van Merkez Firini doet het ook goed. Hij nestelde zich in een winkel die nog een lichtreclame had: 'Ofenfrisch aus dem Backparadies'. In de etalage liggen de heerlijkste Turkse lekkernijen, die samen met de schotels van de Indische familie uit de tegenoverliggende snackbar 'Ghandi II' een lichtpuntje zijn in de straat.

Altijd als ik het pand van de oppasmoeder betreed, ligt er, even afgezien van de misère en de kakkende pitbulls in de buurt, iets onaangenaams op de loer. De tweede dag dat ik haar bezocht, een junkie in het trappehuis die de televisie niet meer kon dragen die naast hem stond. Hij rustte gewoon even uit, zei hij. Of ik de televisie niet wilde kopen vroeg hij, terwijl hij zijn peuk op de mat van mijn oppas uitdrukte. Tot overmaat van ramp toverde hij voor Jim een snoepje uit zijn binnenzak. Oppasmoeder Jutta - zelf rechtstreeks uit het Schwarzwald - denkt dat dit normaal is voor Berlijn. Ze vraagt de junk beleefd of hij ergens anders wil gaan uitrusten. Met televisie schuift hij een etage hoger.

Een paar weken geleden had een medebewoner die aan het verbouwen was, al zijn puin uit het raam op de binnenplaats gegooid. Daar lag een uiterst vieze keuken in gruzelementen en oud behang met lambrizering. Ik wil zoiets niet zien, de bewoner blijkbaar ook niet. De politie heeft het een week later laten weghalen. Niemand wist meer uit welk raam het kwam.

Gisteren lag er een dode man op de hoek van de straat toen we aan kwamen fietsen. Precies voor de Spieltreff lag hij in de regen. Iemand draaide hem op zijn rug. Ik wilde niet weten of hij echt dood was, hij zag er erg slecht uit. De brandweer kwam en laadde hem in.

Jutta vertelt altijd over twee kinderen van wie de moeder dag en nacht in de stoffige bar zit, waarop met de hand 'Music Café' gespoten is. “Ze heeft geen geld, maar daarom hoeft ze die kinderen hier toch niet op de binnenplaats te laten poepen?” Nee, dat denk ik ook niet.

Berlijn heeft op vele plaatsen nog een lange weg te gaan. Het hoekpand met de afgebladderde slagroom staat op loopafstand van het nieuw te bouwen onderkomen van de bondskanselier. Het is moeilijk voor te stellen, dat die al voor het einde van deze eeuw zijn nieuwe ambtswoning betrekt. Berlijn ligt voorlopig nog dichter bij Warschau dan bij Bonn. Daarmee wil ik niets slechts over Polen zeggen. Het is daar gewoon een beetje anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden